Lelijkheid

In de menigte lijken nogal wat mensen te stoten op of zich te ergeren aan fysieke gebreken. Een ingevallen borst, een bloedeloze hals, een kromme rug, een verdraaide romp, de tragedie van anders dan verwacht gevormde ledematen …

Van nature worden ze gedwongen lichamen die afwijken van hun lichaamsbeeld, maar ook mensen die anders lijken te gedragen, te observeren. Het houdt hen af van het sociaal contact met gelijkgevormden. Het biologeert hen. Ze hebben ook plots geen oog meer voor paleizen, kerken, pleinen, perspectieven, bogen, bruggen en koepels.

Met een bijzondere hardnekkigheid wordt hun blik aangetrokken door bepaalde gebreken, een bepaalde onelegante trek die rond iemands mond of neus danst. Niet bij allen, maar bij velen.

De echte lelijkheid zit echter dieper. Zij ligt in de verhouding tot wat als lelijkheid wordt benoemd. De lelijkheid ligt in de spiegels, de obsessie met haar – en lichamsverzorging, de modistes, de drang naar cosmetica.

Verleppende en verlepte mensen, uitgeputte zielen, de esthetische sublimering van hoeden en paraplu’s … dat vormt de ware lelijkheid waar ik dan weer op afknap.

Bij ieder gevecht tegen wat als lelijkheid wordt benoemd, en eigenlijk de invloed van tijd en ruimte, de botsing van mensen met de wereld van ‘de anderen’ … is de afloop een fiasco.

Ondanks de reuk van te vaak geopende négligé’s, het ‘intensief verzorgende’ morgentoilet, de ‘rimpelloosheid’ en ‘voedend karakter’ van crèmes en poedertjes, de ‘verfrissende’ eau de cologne van een supermarktmerk, tot aan het ‘warme’ kleur van de kamerjassen en de pyama’s.

Achter dit alles een pijnlijk volgehouden vrolijkheid die treurnis en wanhoop verdoezelt voor een opkomende zelfverklaarde lelijkheid.

Zelf probeer ik het leven met haar opkomende grenzen en beperkingen met humor te zien, met esprit en blague, met een af en toe wellustige ondeugendheid.

Wat niet past in het plaatje is net een meerwaarde en surrealistisch mooi.

Geïnspireerd door het werk van Witold Gombrowicz

Franz & de grap over de gehandicapten

Een van de programma’s op de Nederlandse televisie die mijn interesse wegdraagt, is zondermeer het ‘late night’ praatprogramma Pauw & Witteman van de Vara.

Een grapje over mensen met een handicap in een gesprek met televisiepresentator, acteur en zanger van het levenslied Franz Bauer schoot echter in het verkeerde keelgat van sommige mensen. Tot mijn verbazing gaan sommige Belgische kranten, en zelfs Handiwatch (de nieuwe Vlaamse mediawatch rond handicap) hierop in. Terwijl dit volgens mij niet zozeer iets met mensen met een handicap te maken heeft, alswel met een vorm van marketing.

Wat mij vooral opvalt, is het gebrek aan belangstelling voor de context en de achterliggende motieven die samen gaan met zo’n media-optreden. Iedere gast heeft uiteraard zijn ‘agenda’, zijn bedoelingen met het gesprek, zeker als het gaat om iemand als Franz Bauer. Zoals ook de makers van Pauw & Witteman een doel hebben met hun programma, ondermeer maar natuurlijk niet alleen de minder fraaie bedoelingen van hun gasten blootleggen.

In het gesprek met Bauer gaat het ondermeer over de schuldenberg van een andere Nederlandse favoriet, Marco Borsato. Borsato had niet voldoende zijn zaakjes op orde maar Bauer wel, die is een echte kruidenier. Die weet wat er gaande is in zijn winkel. ‘Ik ken zelfs het aantal plaatsen voor mensen met een handicap’.

Paul Witteman, wellicht een man die in zijn wagen andere muziek heeft liggen dan Bauer of Borsato, antwoordt daarop gevat ‘Zijn dat er meer dan de helft ?’. Waarop Bauer ‘het niet leuk vind’ dat zijn gastheer zo reageert. Witteman lijkt zich onmiddellijk te verontschuldigen. Dat het zo niet bedoeld is.

Maar zoals Ben, medewerker van Handiwatch, in zijn analyse van gisteren terecht schrijft :

“Wat bedoelt Witteman met ‘niet zo bedoeld’? Dat mensen met een handicap niet naar concerten mogen? Neen, want dit antwoord van Bauer was veel te verrassend en Witteman zat zich al te verontschuldigen nog voor Bauer zijn zin had afgemaakt. Hij wilde natuurlijk lachen met Bauers muziekstijl, maar beledigde daarmee ‘per ongeluk’ mensen met een handicap. Verder stelt hij rolstoelgebruikers gelijk met personen met een verstandelijke handicap. Tenslotte verwijt hij mensen met een handicap dat ze een slechte muzieksmaak hebben.”

De vraag blijft inderdaad waarom Witteman zijn excuses aanbood. Dat is namelijk niet zo duidelijk. In elk geval is ‘t vooral een kleine uitschuiver. Kleiner misschien dan die van de analysten die vinden dat ze Bauer moeten loven om zijn reactie. Daar ben ik het immers niet mee eens.

Men zou kunnen zeggen dat Bauer de belediging niet doorzag, of aan zich liet voorbijgaan en terug terzake kwam, dat ‘t hem siert bovendien om nog eens te benadrukken dat cultuur toegankelijk moet zijn.

Toch verbaast ‘t mij dat mensen die televisie kijken, of bewust naar de media kijken om die te analyseren de volledige context van het gebeuren af en toe uit het oog verliezen.

De situatie waarin Bauer zich bevind, is natuurlijk gesneden koek om een charmeoffensief in te zetten om in populariteit te winnen. Een mooie eye-catcher, een zet die meer dan de verwachte media-aandacht oplevert. En inderdaad een uitschuiver van Witteman, maar dan vooral dat hij meegaat in die strategie van de gladde aal die Bauer is.

Overigens komt Witteman voor mij voor de rest over als een vrij integere man die aanvankelijk niet wil meegaan in het charmeoffensief en op een ironische wijze lijkt te zeggen dat het publiek van Bauer überhaupt toch uit mensen met een handicap bestaat. Hij doet vooral inspanningen om kaartjes te verkopen, als een echte kruidenier. En hij bereikt daarbij vooral mensen die troost zoeken in zijn melige songs. Nu zijn zowel Bauer als Borsato natuurlijk erg populair bij een grote groep mensen met een handicap. Niet alleen mensen die door het leven rollen. Ook mensen die in voorzieningen huizen. Of die in buitengewone jeugdclubs of op zomerkampen de cd’s van beide heren plat draaien.

Zelf heb ik dus eerder te doen met Witteman die daar zo in mee lijkt te gaan en mensen die sympathiek hebben met slimme marketeers als Bauer.

Misschien komt er nog een discussie uit over het belabberd zicht dat je hebt op die voorbehouden plaatsen voor mensen met een handicap. Op een verhoogd platform opeengepakt, op de laatste rij van het ‘parterre’ (achter de mengtafel van ‘t geluid & licht), onbereikbaar met de lift … veelal weinig fraai. Organisaties als Intro weten er alles van.

Het is meermaals gebeurd dat ik als begeleider van een groep mensen met een handicap gekozen heb om net niet voor die plaatsen te kiezen. Omdat we dan geen zicht of muziek hadden. Toch werden we haast gedwongen door de organisatie, waren ondankbaar … kortom ‘voor die gehandicapten is ‘t toch nooit goed hé’. Maar wellicht is Franz Bauer daar nu net niet van op de hoogte ?


Of dit of dat

Een mens wenst zich een wereld waarin het goed en het kwaad duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, want in hem huist het ingeschapen en ontembare verlangen te oordelen alvorens te begrijpen. Op dat verlangen zijn alle religies en ideologieën gebaseerd. In dat ‘of dit – of dat’ is het onvermogen begrepen om de essentiële relativiteit van de menselijke dingen te verdragen, het onvermogen om de afwezigheid van de Opperrechter onder ogen te zien. Vanwege dit onvermogen is de wijsheid van de onzekerheid moeilijk te accepteren en te begrijpen.

Milan KunderaDe kunst van de roman (Ambo, Baarn, 1987)