Maandagmorgen

Vroeg op de maandag ochtend (rond zes uur) breng ik vlak voor het werk een paar mensen met autisme met een verstandelijke beperking met de auto naar een kleinschalig dagcentrum dat via arbeidszorg empowerment nastreeft.

Andere mensen maken zich in die tijd klaar om te gaan werken, of smeren boterhammetjes voor hun kinderen, of jagen hun jongeren uit bed. Ondertussen doe ik wat in te moeilijke woorden netwerkondersteuning wordt genoemd.

Dat gaat meestal via via. Ouders die via de jeugdbeweging voor mensen met een handicap opmerken dat er in de loop der tijd een mooie vertrouwensband groeit met hun jongeren, en vervolgens met hen. Tot deze jongeren gaan werken en de ouders op een huisbezoek mij vragen of ik hun jongere op moeilijker momenten naar het dagcentrum wil brengen. Wat ik natuurlijk graag doe.

Ik krijg daarvoor een vergoeding en verzekering als vrijwilliger via de dienst ‘aangepast vervoer’ van de mutualiteit, terwijl de persoon soms zelf in aanmerking kan komen voor terugbetaling via een stedelijke subsidieregeling. Zo is iedereen in orde en wordt er niet aan ‘caritas’ gedaan. Ik beschouw de persoon in kwestie als iemand die mij als taxi inhuurt, en zie hem of haar als een volwaardige persoon, niet iemand die mij dankbaarheid verschuldigd is. Ik probeer hem of haar ook zoveel mogelijk zelf te laten doen en sterker te maken, maar dat spreekt eigenlijk voor zich.

Ondertussen kom ik ook in contact met diverse andere werelden, wat voor mij toch een van de belangrijkste dingen in het leven is. De wereld van het dagcentrum, die van de jongvolwassene met autisme zelf, die van de ouders, van de grootouders (waar de jongere in het weekend soms blijft slapen).

Het is ook belangrijk tijdens zo’n vervoer te letten op zo weinig mogelijk stresssituaties. Ik let erop dat de verwachtingen duidelijk zijn, en dat de mensen die meerijden niet onnodig vermoeid raken door prikkels van mijn gelaatsuitdrukking, van de radio, van schokken tijdens het rijden, van onbekende routes.

Zij zorgen dan wel voor het nodige getetter, praten honderduit over het weekend. Vreemde verhalen soms, ontroerend vaak, en zelden vervelend, wel af en toe vermoeiend. Over de Sims bijvoorbeeld, over dolfijnen en dinosaurussen, over visgraten, over ruziënde vaders en moeders, over opengesneden kikkers, over de tuin van grootmoeder waar ze af en toe werken of over wat vader allemaal uitspookt. Allemaal verhalen.

Of ze vragen me uit over mijn werk in de tuin van mijn ouders, of een of andere karweitje dat ik gedaan heb of over het werk op de zorgboerderij. Of er nog nieuwtjes zijn over de poezen, of er nog geen kindje op komst is (wat ik natuurlijk graag zou willen), wanneer ‘we’ nog eens op stap gaan met de jeugdbeweging naar een pretpark of naar een of andere ‘gaming’.

Tijdens het rijden staat er sinds een aantal weken altijd dezelfde muziek op. Rituelen zijn belangrijk, en niet alleen om wakker te komen. Zo zijn een aantal van de mensen die ik af en toe begeleidt op vrijetijdsactiviteiten verhangen aan Within Temptation en Nightwish, nogal ruige, gothic-achtige groepen. Groepen die ook bij mij in de smaak vallen, hoewel het ook gerust wat meer jazzy of klassiek mag van mij.

Ik vind het wel belangrijk dat alles wel eens verandert, omdat zo verandering op zich gemakkelijker wordt. Wanneer routines vastgebrand raken, wanneer de trein van de verandering stil valt, beperkt dat de maatschappelijke ontwikkeling, ook van iemand met autisme, waar verandering nog moeilijker is.

Op maandagmorgen heb ik toevallig ontdekt dat een heel andere madame, Ilse De Langhe wel in trek is. Het liedje dat ik af en toe draai is ‘I Love You’ (in een aparte versie van de Sims 2)

Op andere momenten kan dat Eva De Roovere zijn met ‘Fantastig toch’.

Het kan ook wat ruwer natuurlijk, maar op maandagmorgen is dat toch minder. Wanneer we vrijdagavond-muziek (wat een woord !) spelen op maandagmorgen, kan dat tot een implosie leiden. Hoe zou je zelf zijn ?

Reageer op dit bericht