Ik geef toe. ik lijdt aan een soort waanzin.
Nee, ernstig. Het is wel een bijzondere waanzin. Ik ben niet het meewerkend alswel het lijdend voorwerp. Alhoewel dat lijden in dit geval wel enorm bitterzoet kan smake
Ik wordt achtervolgd door beelden, geluiden, herinneringen, liedjes die mij bijblijven, woorden die mensen uitspreken. Die een galm vormen waar ik af en toe op bots.
De lacht van een meisje op de trein of langs mij wandelend in een drukke winkelstraat.
Mysterieuze blik die de mijne vangt en even blijft haken. Een fractie bloedmooie gekrulde neus en vragende ogen. Een stem die me aanspreekt. De melodie, toon, geluid van de liefde. Alweer andere beelden. Geuren die me bereiken. Van een andere tijd en ruimte.
Van waar wij komen. Naar waar we gaan. Wie zal het zeggen ? Sporen die elkaar even raken, maar haast tragisch naar een andere bestemming gaan. Waarom weten wij niet. Lijnen van een lichaam die als boomcirkels een verhaal vertellen. En de mijne doen trillen. Het blijft me bij. Het pakt me.
Zo blijf ik onrustig wakker, verlang ergens wel naar kalmte, luxe en volupté.
Een moment dat ik eens nu kan zijn. In een volmaakte stilstand het moment beleven zoals het is. Zijn in het moment. Zonder schuldgevoel. Gewoon genietend. Samen.
Wellicht een utopie, en op termijn misschien een nachtmerrie. Diep binnenin hou ik wel van onrust. Alleen wordt ik er soms zo moe en eenzaam van.
Soms ben ik wel eens stilstaand water. Op het strand vlakbij zee, waar garnalen goed getijen, kindjes graag pootje baden. Soms ben ik wel eens de vader die met zijn kroost in zee gaat pootje baden. Vaker ben ik de zee zelf, de wind die haar voortdrijft, het zeewier langs de kust dweilt, de golven die de kust vormen. Maar steeds wordt ik achtervolgd, door beelden, ervaringen. Meestal aangenaam, soms al eens minder.
Gelukkig maar. Dat het mij niet loslaat, dat voornaamste. De gedachte aan wie ik lief heb.
Categories:
Tags: beelden, herinneringen