Gepost door: martijn | mei 27, 2008

De netlog-maatschappij

Tal van social networkingsites zoals Netlog en Facebook (of zoals Last.FM en Tagged) springen uit de grond als paddestoelen. Netlog zou volgens sommige bronnen zelfs meer dan 30 miljoen gebruikers hebben.

Daartegenover blijven de berichten komen over de bowling-alone-maatschappij, over de samenleving waar mensen uit pure eenzaamheid en isolement op hun eentje naar de bowlingzaal trekken, in plaats van met hun vrienden, waar mensen geïsoleerd sterven op hun flatje tien hoog.

We zouden ons als rechtgeaarde cultuurpessimist (in de geest van onze meester George Steiner) kunnen afvragen of het existentieel isolement (dat tevens een vorm van existentieel onrecht is) en de opkomst van het virtuele leven niet twee zijden van dezelfde medaille zijn.

Wie zich op zo’n site inschrijft merkt immers al snel op dat het gros van de gebruikers op zoek is naar een relatie die grenst aan de volledige oppervlakkigheid, zowel op vlak van intimiteit als in expressie van de gevoelens tegenover mekaar.

Nochthans zijn er ook mensen die, geloven wie het wil, in de virtuele wereld en op sites als Netlog een poging wagen kritisch te denken en zelfs openlijk uitkomen voor meer universele gedachten. De virtuele wereld biedt voor hen dus blijkbaar wel een plek, wat kritische geesten en wijsgeren ook mogen beweren.

De virtuele wereld kan verder voor een groep mensen die minder ad rem is of minder vlot is in als normaal beschouwd sociaal contact een prima instrument zijn om contact te krijgen met bondgenoten in de fysieke, materiële wereld.

Er zijn daarnaast heel wat mensen van wie het sociale netwerk in de binnenste cirkel sterk is uitgedund of die door hun beperkingen in het functioneren niet de mogelijkheden zien om zonder buitengewone moeite dit netwerk op te bouwen. Het zijn alleenstaanden, mensen die onvoldoende tijd, energie, geld en/of geduld hebben om een dergelijk ‘rijk’ netwerk uit te bouwen.

Soms is het eenvoudig een kwestie van levensprioriteiten. Sommige mensen kiezen ervoor in hun vertrouwde omgeving te blijven in plaats van de stap te zetten naar een rokerig hol dat café genoemd wordt of mee te gaan in de mallemolen van het uitgaansleven. Zij willen door middel van technologie zelf bepalen hoe hun tijdsbesteding eruit ziet en hoeveel contact ze toelaten. Bovendien is fysieke en ook sociale inclusie in veel gevallen een illusie, en gaat het meer om een noodzaak dan een eigen keuze.

Kan een technologische realisatie als een netwerksite als pakweg Netlog dan een antwoord bieden op de toenemende isolatie van zogenaamde risicogroepen?

We zouden ons kunnen afvragen of iemand er in alle vrijheid voor kiest om via de virtuele weg tot contactname te komen, of dit vanuit het diepst van zijn ziel zijn voorkeur wegdraagt.

Zijn mensen niet veeleer geneigd elkaar in levende lijve te ontmoeten ? Dat zou best kunnen, maar er zijn ook mensen die last hebben van blootstellingsangst, contactvrees, fysieke beperkingen en tal van sociale remmingen (om nog maar te zwijgen van de financiële  ontremming).

Een andere, en mogelijks even belangrijke vraag, is of de virtuele contactname meer is dan een monoloog, a cry for help, vaak wanhopig bovendien. Is de virtuele ontmoeting wel een echt contact ?

Wie online is, kan gecontacteerd worden, maar wordt niet vanzelfsprekend aangesproken. Bovendien, eens het profiel van de persoon aangesproken wordt, is er nog steeds niet echt sprake van een ontmoeting met de volledige mens. De persoon op zich is namelijk niet aanwezig, maar slechts gedeeltelijk, want virtueel. Je weet nooit echt of wie je spreekt ook echt is wie hij is. Het cybergrapje van de jonge slanke negerin die een oude nazi blijkt, doet al jaren de ronde.

Zelfs de mogelijke vaststelling dat er wederkerigheid is¨binnen de virtuele communicatie, kan worden betwist. Is een virtueel contact wel wederkerig ? Is chatten wel communicatie ? Er is aan beide kanten initiatief, maar in welke mate dit initiatief authentiek en echt, open en gemeend is, is maar zeer de vraag. Natuurlijk kan je de lat zodanig laag leggen op vlak van communicatie om van contact te gaan spreken.

Bovendien kan je ook in de reële gemeenschap de vraag stellen in welke mate communicatie nog wederkerig en open is. Spreken mensen überhaupt nog met elkaar ? Komen ze nog bij elkaar ? Leven we niet langzamer-hand elk op een eigen eilandje, elke wereld een gesloten instelling met gedwongen opname ?

Blijft de vaststelling dat sociale netwerksites heel wat mensen trekken. Het zou erop kunnen wijzen dat communicatie steeds vaker intern gevoerd wordt. Mensen spreken tegen zichzelf. Dat gebeurt niet alleen op Internet, op blogs, maar ook in de auto.

Vroeger maakte ik het grapje dat mensen die veel belden met een gsm gewoon naar zichzelf belden, en mensen die veel praatten met hun partner vooral tegen zichzelf aan het bazelen waren. Dat zijn dan voorbeelden van de meer negatieve interne dialoog.

De meer verstandige mensen proberen op blogs zichzelf te ontdekken, en, bij gebrek aan externe fora, een intern discours te bouwen. In dat geval is er geen sprake van communicatie, wel van reflectie, die wel niet steeds kritisch is, bij gebrek aan publiek.

De voornaamste kritiek op het virtuele leven is in het verleden echter steeds geweest dat er te weinig sociale controle is. Precies dit, maar dan de positieve kant ervan, is echter de aantrekkingskracht en het succes van fenomenen als Netlog.

Mensen willen zich toenemend onttrekken aan de dwanggedachten die de ‘normale mens’ volgens bepaalde beschavingsnormen hoort te hebben. Zoals het besteden van een quotum aantal uren aan huishouden, zorg, de partner … noem maar op.

De virtuele wereld is daarentegen postmodern in de zin dat ze zich verzet tegen het burgerlijk denken dat aan de basis van het subject lag.

De virtuele wereld maakt ruimte voor een nieuw denken dat door het burgerlijk, maar dus achterhaald, discours vaak als autistisch wordt beschouwd.

Autistisch in de zin dat het meegaat in het autistisch denken dat genetisch gestuurd niet kàn meegaan in het collectieve denken omdat het er eenvoudig geen banden mee heeft.

Niet autistisch in de betekenis dat het kiest voor zichzelf om zichzelf, maar voor zichzelf in de betekenis van het kiezen voor de ultieme kwaliteit van bestaan.

Het postmoderne individu laat zich niet langer meelokken in de als normaal omschreven gedragsstoornis die vooral in het Victoriaanse tijdperk de scepter zwaaide en mensen onder de knoet hield. Sites als Netlog laten ruimte voor een vrije individuele expressie, en maken de weg vrij voor de allerindividueelste manier van zijn.

Nochthans mag deze mogelijkheid niet die andere heel belangrijke weg doen vergeten, de weg van geraakt zijn door de ander, die Levinas zo mooi beschreef, de botsing met het gelaat van de ander, het bewustzijn van de oneindig aantal andere werelden om ons heen, en de acceptatie van het echte.

Het is immers een heuse uitdaging om de ‘én/én’-denkwijze te verkiezen boven de eeuwenlang door het burgerlijk denken opgelegde ‘of-of’.

We kunnen dus én op internet een netlogprofiel hebben én poëzie lezen én traag leven én romantisch elkaar ontmoeten op elkaars tempo.

Maar het vergt wellicht een inspanning die velen niet kunnen hebben. Velen zijn namelijk niet autistisch genoeg daarvoor. Helaas.


Reacties

  1. Interessante post.

    Misschien is het hebben van een echt goed gesprek wel een zeldzaam goed. Ook in het echte leven praten mensen vaak naast elkaar in plaats van met elkaar. Vaak zijn gesprekken tussen mensen luchtige niemendalletjes over het weer of wat er gisteren op televisie was.

    Een goed gesprek is een complex iets, waar wederkerigheid en timing belangrijk zijn. Ik heb nog al snel dat ik, ofwel zwijg en luisteren, of een monoloog afsteek waar anderen dan geen plaats meer hebben om te participeren.

    Om wederkerigheid goed te laten werken, moet je eigenlijk wat je te zeggen hebt goed kunnen formuleren, zodat anderen in kunnen pikken waarop jij dan weer inpikt en een gesprek zo op een aangenaam tempo op gang geraakt, waar iedereen zijn inbreng heeft. Het is ook het eerlijk verdelen van de spreektijd en daar schort het nogal eens aan bij mensen, veel spreektijd willen voor zichzelf, weinig spreektijd gunnen aan anderen.

    Maar op het internet werkt dat helemaal anders, daar heeft iedereen de spreektijd (en tijd om na te denken) zoveel hij wil en er is vaak gezegd dat dat een ideaal is voor autisten, maar of het tot een echt gesprek komt of het een opeenvolging is van monologen, is een andere zaak.

  2. Hallo allemaal,

    Ik ben autistisch en ik vind inderdaad ook wel dat het Internet een goed communicatie middel is voor mensen met autisme. Omdat ik ook een mentale beperking heb, moet ik vaak langer nadenken als ik iets wil zeggen aan iemand anders. Dat is ook de reden dat ik het Internet en Netlog en MSN en ook Facebook en Hotmail gebruik. Daardoor kan ik langer nadenken voor dat ik ga zeggen aan iemand anders. Dat is voor mij inderdaad ook makkelijker.
    In het echt wordt je gedwongen om snel te reageren op een vraag en dan snel een juist antwoordt te geven hierop.

    Jochen


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën