Voorbij de Grens (6) : De V van …

Als het om grenzen overschrijden gaat, komt in veel discussies al gauw het woord discipline op de proppen.

Computers hebben discipline en dat is wellicht hun enige kracht. Als ze perfect geprogrammeerd zijn, op zich al een utopie tegenwoordig, kunnen ze tot in de perfectie gaan. Dat betekent nog niet dat ze perfect zijn, want vaak niet aangepast aan de context, en de levenskwaliteit van de gebruiker, de mens. Mensen missen die rechtlijnigheid, zijn flexibel en onvoorspelbaar. Mensen overschrijden grenzen, meestal op eigenaardige eigen wijze. Op zoek naar vrijheid.

Als het om grenzen overschrijden gaat, kijk ik deze week voor het laatst naar Voorbij de Grens.

Samen met een aantal kijkers heb ik in mijn achterhoofd erg veel, teveel bedenkingen. Hoe langer ik het programma volg, hoe langer ik het bedenkelijk vind. Bedenkelijk zelfs op de wijze die Stefan Hertmans  op meesterlijke wijze in zijn essay  ‘Over het Bedenkelijke‘ beschrijft: als een hidden agenda ingeduffeld tussen het sentiment van tongue-in-cheek.

Samen met de deelnemers van het programma kijk ik aan het begin ook reikhalzend uit naar de oceaan. En ook weer niet, omdat ik al bij voorbaat zin zou hebben bij de goedkope levenslessen weg te zappen. Ik ben namelijk erg vatbaar voor onechtheid. En om de een of andere reden komen de beelden, de zinnen, de waarheden … me steeds onechter voor. En dat raakt me. Wat niet betekent dat er nooit ‘echte’ emoties en mensen zijn. Maar dan toch eerder verscholen, terloops en sluiks.

Wat naargelang het programma vordert mij ook steeds meer opvalt, is de manier waarop de ‘barbaarse’ plaatselijke bevolking en haar land vanuit een redelijk hautaine, ja zelfs postkoloniale visie in beeld wordt gebracht. En hoe de groep ‘toeristen’, zoals de achtergrond stem ze op een onbewaakt moment noemt, omgaat met de zeldzame ongerepte natuur ter plekke. Volledig in de traditie van andere survivals, op brutale wijze, met Westerse bril. Een bevolking en een natuur die trouwens meer vechten, vanuit hun beperkingen (namelijk ‘andersbeschaafd’) dan de karavaan die er haast blindelings langs trekt.

Ook deze aflevering is de ondertoon volgens mij dat ieder zijn grenzen kan verleggen, binnen de gemeenschap kan functioneren zonder al te veel aanpassingen of ongemak, en zijn dromen kan waarmaken zolang hij maar wil, in stilte lijd en een tandje bij steekt.

Als ik daarentegen, ondermeer als hulpverlener maar ook als mens, zie hoe mensen met een handicap en hun omgeving dagelijks chronisch en vaak destructief hun grenzen overschrijden … met ontzettende kost voor henzelf, hun omgeving en ook de samenleving in het algemeen … dan vraag ik me af of een programma dat de boodschap propageert ‘zolang je maar wil kan alles waargemaakt worden’ wel verantwoord is. Alvast niet vanuit motieven van volksgezondheid.

Voor mij persoonlijk is het alvast geen voorbeeld om na te volgen. Tenzij ik op lange termijn verbitterd, teleurgesteld of opgebrand zou willen leven.

Akkoord, het kan een mensenrecht zijn door te gaan tot je eronder door gaat, zelf te kiezen om alle kaarten & krachten meteen te spelen, en grensoverschrijdend te leven. Maar het kan volgens mij geen morele plicht zijn dat te doen, noch een schande om zo’n levensstijl destructief te vinden, en af te wijzen. Levensenergie en kwaliteit van bestaan op lange termijn zijn volgens mij te kostbaar om te verkwisten. Wat in projecten als ‘Voorbij de Grens’ rijkelijk gebeurt en wordt toegejuicht.

Wat niet betekent dat ik geen sympathie koester voor de mensen die aan dit programma meegewerkt hebben. Zij hebben op individueel vlak wellicht een vruchtbare ervaring gehad. Hoewel ik graag zou zien hoe ze vijf en tien jaar na het programma zullen omgaan met hun potentieel. Ik hoop voor hen dat de media hen mettertijd hun eigen individuele proces laten beleven, en hen dit leven als ‘fooraap’ snel laten vergeten.

Wat er rond het programma geschreven is, zegt ook heel wat over de manier waarop de meesten naar mensen met een handicap kijken.

Uit de reacties op het forum van Voorbij de Grens blijkt dat de meesten er nog steeds geen flauw benul van hebben welke overlevingsvaardigheden en energie de meeste mensen met een handicap nodig hebben. Het blijft een ver-van-mijn-bed-show met enerzijds ‘helden’ en anderzijds ‘profiteurs’. De algemeen bestaande en alomtegenwoordige degout naar mensen met een handicap (en in het verlengde elke ‘rendementsverminderende beperking’) zal na Voorbij de Grens vermoedelijk niet verminderen.

Als ik al ergens teleurgesteld om ben, is het vooral dat deze kans niet is gegrepen. Wellicht was dat dan ook een te hoge verwachting naar de programmamakers, deelnemers en vooral kijkers toe.

Wat deze zesde en laatste aflevering kenmerkt is in het algemeen de val van Julie en het bereiken van de kust. Persoonlijk ben ik vooral gecharmeerd door de boottocht over de lagune – waarbij iedereen (ook Sam) peddelde en bijdroeg tot het succes – en de sprankel van teamspirit die Pieter (in beeld) toonde.

Bij de val van Julie en wat er daarna gebeurt stokt mijn adem toch even.

Enerzijds gaat het mijn eigen verstand te boven hoe iemand zulke risico’s (stollingsproblematiek, verlamming aan één kant, kwetsbaarheid) kan nemen. Wellicht volledig op eigen verantwoordelijkheid, met medeweten.

Anderzijds weet ik dat de wanhoop om toch maar te bewijzen dat de beperkingen niet betekenen dat je als persoon niets waard bent, een mens tot zulke initiatieven kan drijven.

Mondeling uitleggen, redelijk discussiëren rond handicap is vaak niet meer mogelijk. De morele visie over handicap zit er maatschappelijk ingestampt. Dat is te merken aan de reacties, zelfs soms van mensen met een handicap zelf, op diverse fora.

Vandaar is actie vaak het enige middel dat nog overblijft, door luid & duidelijk grenzen te verleggen op allerlei vlakken, of dit zo openbaar mogelijk bekend te maken. Die motivatie – het niet willen weten van de risico’s om toch maar de sprong te wagen – is trouwens niet uniek voor mensen met een handicap, wel aan mensen die risicovolle activiteiten ondernemen.

In het kijken naar Voorbij de Grens ben ik geëvolueerd in verschillende vormen van verwondering. Geen bewondering, geen jaloezie, misschien een randje afkeuring. Deze mensen zijn op geen enkel moment voor mij als persoon, en als mens met een (meervoudige) handicap zeker niet, rolmodellen geweest.

Wellicht heb ik al wat meer kennis van mediatechniek, Wat meer achtergrondkennis hoe survivals worden gemaakt, en hoe beelden een verhaal kunnen vertellen. De academici zouden het een discours noemen. Het is ook interessant te weten hoe het selectieproces is verlopen en hoe er achter de schermen wordt ingespeeld op gebeurtenissen.

Met die gegevens in het achterhoofd kan ik de tocht die deze mensen maakten moeilijk een uitdaging noemen. Voor mij liggen uitdagingen toch op een ander niveau. Binnen onze handicaponvriendelijke samenleving elke dag overleven als persoon met een handicap, en je kwetsbaarheid durven beleven, dat is een uitdaging.

Voor sommige mensen binnen de groep deelnemers, gekozen uit een massa (die zich gelukkig mag prijzen aan dit te zijn ontkomen), heb ik respect omdat ze hun emoties durfden tonen, en durfden twijfelen. Omdat ze als groep dachten, en niet als individualist. Omdat ze pijn durfden toegeven, en hun handicap beleven. Maar in het algemeen zijn ze voor mij noch rolmodel, noch held, noch voorbeeld.

Het zijn andere mensen met een handicap waar ik wel naar opkijk, die kinderen opvoeden, die werken in functies waar ze het verschil maken, die bescheiden blijven en tegelijk alle aspecten van hun handicap verwoorden, ook de zwarte kant en wat de brave televisiekijker zou kunnen doen wakker liggen.

Mensen die meewerken aan de weg naar zelfbeschikking (een persoonsgebonden budget bijvoorbeeld), naar betere ondersteuning om minder afhankelijk te worden (een persoonlijk assistentiebudget bijvoorbeeld).

Mensen die ervaringskennis erkennen en vechten voor een betere kwaliteit van bestaan voor personen met een handicap en hun omgeving.

Mensen die meevechten voor de realisatie van nog veelal onbestaande burgerrechten voor mensen met een handicap in onze en andere culturen. Mensen die hun individualisme opgeven om mensen met een handicap te laten deelnemen in de ‘jungle van het maatschappelijk leven’. Relaties aangaan, studeren, werken, deelnemen aan sociale activiteiten: daar moet worden voor gevochten.

‘Out there’ is er eenzaamheid, materiële ellende, depressie en af en toe solidariteit tussen mensen die beseffen dat het er niet om gaat om je handicap te overwinnen maar om de beschikbare energie efficiënt te gebruiken, en zo de handicap in een voordeel te veranderen. Een format als ‘het leven zoals het is’ zou in die zin een oplossing kunnen zijn. Vermoedelijk zou de vrees voor slapeloosheid van de kijker of het ‘wegzapeffect’ echter zo groot zijn dat ook daar heel wat zinvolle scènes zouden sneuvelen.

Als er echter ergens grenzen moeten verlegd worden, dan wel in de weg naar zelfbeschikking. De energie besteed om door de jungle een pad te kappen, door die ‘muur van groen’, was beter besteed om zo’n weg te maken. Een voorstel is misschien de opbrengst van het boek, Voorbij de Grens, integraal te besteden aan zo’n doel, dat de grens van het morele denken overschrijdt.

Wat ik voor de rest hoop, is dat dit programma een nederige les mag zijn voor iedereen die met beeldvorming rond personen met een handicap bezig is. Er is nog heel wat werk aan de winkel. Het boek van Lieve Blancquaert is gelukkig een positieve richting ingeslagen, maar het programma was qua aanpak niet meteen mijn idee van positieve beeldvorming en respectvolle insteek om mensen die weinig met deze leefwereld in contact komen een beeld te geven.

Het programma was Voorbij de Grens . Voorbij van ‘naar vroeger’. Het sentimentele vroeger.

Liever had ik ‘voorbij’ in de zin van ‘vooruit’ en ‘vrijheid’ gezien.

Eén reactie to this post.

  1. [...] Lees verder op Zeegroen: Aflevering 6: De V van… [...]

    Beantwoord

Reageer op dit bericht