
Aan alles komt een eind. Of toch aan bijna alles.
Aan de tocht door Nicaragua van de deelnemers, ik noem ze haast medewerkers, van het programma Voorbij de Grens. Aan de uitzendingen. Hoewel er wellicht een vervolg komt. In navolging van Beyond Boundaries, de Britse moeder van Voorbij de Grens, misschien the African Challenge ?
In het verlengde vervagen straks ook de herinneringen en de hearsay van de kijkers of de interviews (zoals met Jef bij Fevlado). In het verlengde valt ook het percentage mensen met een handicap in een actieve rol op het scherm weer terug naar voorheen.
Gelukkig is er ook veel dat blijft. Wat blijft zijn bijvoorbeeld de tapes in het stoffige archief van de VRT. Wat blijft zijn de exemplaren van het boek van Lieve Blancquaert. In kasten, op rekken en op schappen. In openbare bibliotheken, in academische centra ter onderzoek van deze ‘curiosa’, in de rekken van De Slegte en in de magazijnen van de uitgeverij.
Wat blijft zijn de uitdovende beelden, de soms hartverwarmende, soms ook erg betuttelende uitspraken en de vermelding in gesprekken op bus en tram, trein en metro, en op het werk & op school. Wat ook blijft is de handicap, en niet het minst de visie daarop van sommigen. Soms een aha-beleving, een ontdekking, mensen die niet wisten dat dit deel van de gemeenschap nog iets kon. Meestal echter de klemtoon op leed. Op leedvermaak, op ‘ocharme’. Het zoveelste ‘ ze hebben dat goed gedaan, de sukkelaars, voor iemand zoals zij’ (met bijpassend engelengezicht uitgesproken). Of ‘wat doen die mensen van de televisie hen toch aan’. En natuurlijk ook ‘ze mogen toch niet klagen, nietwaar, kijk naar onze misère’.
In de coda-aflevering, het ’staartje’, komen een aantal mensen (Vincent, Sylvie, Anita, Jef en Henk) terug in beeld. Sam & Julie blijven even buiten de schijnwerpers. Lieve gaat ze opzoeken.
We zien hoe Vincent net niet over het water wandelt. Een flinke prestatie, dat wel, hoewel ik hoop dat dit geen valse verwachtingen stelt voor anderen. Waar Lieve het vanuit haar denken een mirakel noemt, zou ik het eerder toeschrijven aan een sterk lichaam, een bepaalde levensstijl voor het ongeval, doorzettingsvermogen, hard werk en ondersteuning van de omgeving.
Sylvie komt daarnaast als het meisje in een veel te grote zetel nog eens terug in De Laatste Show, een praatprogramma. Vrouwelijkheid is een ander thema dat bij haar moment in beeld komt. Zelf associeer ik ‘vrouwelijkheid’ nu niet bepaald met hoge hakken, een korte rok en een handtasje, maar ik ben dan ook geen vrouw. Toch ken ik weinig vrouwen in mijn omgeving die aan dit beeld voldoen. Is het misschien dat zij niets hoeven te compenseren ? Ik zou het niet weten. Positiever is dat Sylvie als maatschappelijk assistente is afgestudeerd, en nu zelfs verder wil studeren. Dat ligt al meer in de lijn van wat ik ‘grensverleggend’ noem. Wat niet betekent dat ’studeren’ iemand meer waard maakt, wel ‘mondiger’ worden, sterker in de samenleving.
Erg aangrijpend vind ik het bezoek aan Jef. De vriendelijkheid zelve, een mens naar wie ik opkijk. Jef voorziet gelukkig in een doventolk (zijn dochter). Verwonderlijk dat het productiehuis die zelf niet kan of wil betalen. Het verwondert minder dat hij zegt dat hij verdriet heeft gehad en heeft. Ik bewonder hem dat hij dit interview nog wil toestaan, en toch bij de boekvoorstelling is. Zijn bijdrage tot de expeditie is dan ook groot. Ook positief is dat het bezoek aan de dovenschool toch ergens een plaatsje heeft gevonden. En dat Jef met zijn gebarentaal, niet overal hetzelfde maar blijkbaar toch enigszins universeel, zich beter voelt bij mensen ver weg dan de mensen waarmee hij optrekt. Mijn respect voor dove mensen, dat al groot was, is toegenomen.
Ook het bezoek aan Sven, de man die toenemend blind wordt, vind ik betekenisvol. Vrouw en kinderen zijn er duidelijk tevreden over dat de tocht zijn weerstand & woede tegenover het proces positief heeft beïnvloed. Er zijn natuurlijk ook andere manieren om de klik te maken dat er nog leven is, en vaak meer leven, met een handicap, maar als zijn levenskwaliteit en die van zijn omgeving er op vooruit is gegaan, dan is dat positief. Sven is terug beginnen waterskiën, met zijn vrouw die hem geluidssignalen geeft vanuit de boot. Niet alleen hij blijkbaar, want de groep komt tesamen op de waterskipiste, waar Julie zelfs met een hand over het water glijdt. Sven toont ook enkele hulpmiddelen en hoe hij zijn actieve leven weer wil opnemen. Hopelijk lukt het hem.
Dat het niet overal op rolletjes loopt, is duidelijk zichtbaar bij Anita, die uiteraard ook haar omgeving, het milieu waarin ze dag in dag uit vertoeft, meeheeft. Hopelijk vind ze gauw andere stimuli om te lachen dan het wijntje dat naast haar staat. Zoals Henk bijvoorbeeld, die er op zijn eigen no-nonsense manier voor gaat.
Tijdens het programma zie ik als kijker nog een laatste keer een flashback van het ene strand naar het andere strand. Ik zie mensen tegen hun grens aanduwen. Als kijker wordt ik nog even op het hart gedrukt, op een nogal belerende manier eerlijk gezegd, dat deze tocht toch écht wel belangrijk was voor alle deelnemers.
Als kijker zie ik ook veel pijn (‘ik voel me als Jezus Christus op weg naar zijn kruisiging’), angst en eenzaamhed.
Gelukkig zie ik ook enkele mensen de klik maken dat hun weg vooruit meer dan beloftevol is, zolang ze een andere invalshoek kiezen. Alleen jammer dat ze daarvoor naar Nicaragua en op televisie moeten. Maar alles is beter dan zich vast te blijven klampen aan onvoltooid verleden tijden.
Ik zie ook mensen die zeggen dat ze zich nog nooit zo gehandicapt hebben gevoel en ik zie vooral het verschil tussen mensen met en zonder handicap. Ik heb dan ook geen ‘visieële’ handicap, een handicap in visie, waar ik met barmhartigheid & mededogen naar kijk, zoals sommige mensen naar de deelnemers.
Ik bekijk de wereld van een andere kant. Een kant van waaruit ik in het programma gevoelens van hulpeloosheid zie, vervloeken van hulpmiddelen, van hulp tout court. En ik zie eenzaamheid. Mensen die niet slechts met een doel voor ogen met elkaar communiceren, en zichzelf en de anderen, kortom het menselijke, over het hoofd zien.
Ook in de nabeschouwingen, in de lijn van die van Lieve Blancquaert, zonder persoonlijk te willen worden, zie ik terug deze ‘visieële handicap’, deze barmhartigheid, dit sentimentele sausje, die de fotografe, hoe professioneel ze ook is met haar hulpmiddel, toch steeds parten speelt als ze zich probeert uit te drukken in taal. Al te menselijk, uiteraard, maar toch.
Hopelijk vind zij, net als de vele kijkers die reageerden en de productie, een weg voorbij de eigen grens. Met bakens de mensen met een handicap die reageerden. Op weg naar een constructieve en vruchtbare samenwerking van mediamensen en mensen met een handicap die hun bestaan vanuit diverse hoeken bekijken. Niet slechts vanuit de drang om de handicap uit het leven te verdringen, of tot elke kost iets te moeten bewijzen aan anderen.
We hebben immers meer dan nooit nood aan beeldvorming en inzicht die kan bijdragen tot een leven waar mensen met een handicap zelf kunnen kiezen hoe ze ‘gelukkig’ kunnen zijn. Elk op hun eigen wijze, elk kiezend voor zijn eigen jungle, oerwoud, vulkaan.
Voorbij de grens van het sentimentele. Voorbij de grens van het morele, van de betutteling, van het beklagen, bemoederen en op een verhoogje zetten. Vooruit naar de menselijke behandeling van mensen wiens handicap integraal deel uitmaakt van hun bestaan.