Net als in het boek Oceaan van een Zee van Alessandro Barrico, is hij op zoek naar steeds minder woorden. Tien meerbepaald. Tien woorden die zijn leven zouden kunnen omschrijven.
Eén ervan, het eerste woord is ongetwijfeld ‘Zee’.
De zee is zijn leven. De zee is zijn geliefde. Zee in alle mogelijke betekenissen. Het liefst de oceaan: haar weidsheid, haar wijsheid. De zee waarvoor hij ooit, in een crisis, een hoogmystiek gedicht, Ode aan de Zee, schreef, geïnspireerd door de Portugese dichter Fernando Pessoa’s Ode Maritima.
Volgende week verblijft hij zes weken in het Huis met de Binnentuin. Het Huis dat in de volksmond al eens ‘zottekot’ wordt genoemd. Waarover mensen al te gekke ideeën hebben. Terwijl heel wat mensen die er verblijven ’s middags samen met bankiers, receptionistes, ambtenaren, straatwerkers en leraars in de rij staan in de nabijgelegen broodjeszaak of in de fastfoodtent even verderop.
Aan enkele mensen zie je wel de vage glans van de waanzin in hun blik of een wat ongewone lichaamshouding of het niet welvoeglijk betalen. Dat zie je de laatste tijd echter ook steeds vaker bij anderen, zij met een ‘als normaal omschreven gedragsstoornis’. Zou het te maken hebben met de melancholie van de herfst, of de angst voor de opkomende crisis ? Wie weet.
De meeste ‘revalidanten’ echter zouden zo in het VRT-programma ‘Witte Raven’ kunnen meedoen. Waar een volslagen buitenstaander een spoedcursus krijgt in een ‘métier’, een vak, en zich mag bewijzen te midden van twee deskundigen, zonder op te vallen of door het zelfs beter te doen.
‘Witte raaf’ zou hij als tweede vermelden. Witte raaf is het tweede woord.
Een witte raaf hoeft hij niet meer te worden, dat is hij al. Zelfs te midden van de gasten in het ‘huis van de witte paarden’.
Tenminste, zo voelt hij zich. Wat of wie hij is, weet hij al sinds mensenheugenis niet meer.
“Leven” is het derde woord. Leven en in het verlengde eenzaamheid maar ook levenskwaliteit.
Naar het schijnt zou sommige mensen met een handicap liever ‘kwaliteit van bestaan’ horen. Zo zij het. Levenskwaliteit herinnert misschien teveel aan het al dan niet in leven houden van volgens dokters niet levensvatbare baby’s. Zoals hij er ooit een was.
En ja, een psychiatrische handicap is ook een handicap. Hoewel het verschil tussen stoornis, handicap, ziekte, aandoening, en al de andere termen die het medisch model zo typeren, bij hem allemaal het ene oor in en het andere oor uit gaan. Hij is geïnteresseerd in de mens, en dan vooral in het verhaal dat die mens te vertellen heeft.
“Mijn leven is als een nacht vol woelen en omdraaien, op een doorzweet hoofdkussen, met naast me af en toe iemand, een schim”, vertelt hij in afgemeten sessies van een uur aan de psychotherapeute die hem is toegewezen. Ze heeft hem net gevraagd wat zijn levensdoel is: te midden van de wereld zich thuis voelen of eerder op zoek gaan naar organisatie binnen zichzelf en een structuur vinden waardoor hij meer levenskwaliteit kan krijgen. De keuze is snel gemaakt: dat laatste.
Men noemt het controle, maar dat is het niet. Controleren vergt concentratie, en dat is er bij hem zelden. Controle vraagt coördinatie, en dat ontbreekt ook al
vaak. Het is overzicht.
Overzicht is het (vierde) woord. Het ontbreekt hem dag in dag uit aan overzicht. Hij zoekt, spoort op, vind, verliest, ontspoort, traceert opnieuw, zwalpt en eindigt op een dag. In de samenleving, maar ook in het huis waar hij verblijft, is er naar zijn idee een chronische schaarste aan overzicht. Te wijten aan een onvoldoende inlevingsvermogen in zijn manier van denken, uiteraard.
Zelden staat aangeduid waar, wat, wanneer, hoe en vooral waarom. Er is zelden duidelijkheid in regels, taken, functies, verwachtingen. Of minstens: geen schriftelijke duidelijkheid. Het heeft weinig zin hem iets mondeling duidelijk te maken. Het is nu eenmaal zo, gezien zijn neurobiologische conditie, dat hij mondelinge informatie amper kan verwerken. Het is al met allerlei middelen geprobeerd dat proces te keren: door stemverheffing, door medicatie, door fysieke verminking, door onder druk zetten … alleen het eenvoudigweg aanvaarden en wat inleving … daar is nog maar zelden aan gedacht. Hij blijft het tot vervelens toe herhalen: luister naar mij.
Gelukkig is er nog de computer. Computer, het vijfde woord. Computer, dat is communicatie en coördinatie tegelijk. Een hulpmiddel, geen verslaving. Hij kan zonder computer, maar niet lang. En vooral, zijn sociaal netwerk zou gevoelig inkrimpen. Geen lief, geen muziek, geen teksten meer te schrijven, geen leuke blogs meer lezen, geen foto’s meer zoeken. Spelletjes, dat is niet zo zijn ding, teveel interactie naar zijn gevoel.
Voorlopig blijft hij bij vijf woorden. Vijf woorden: zee, witte raaf, leven, overzicht en computer. De andere vijf komen er wel een volgende keer. Misschien wordt het wel vrijheid, vrijen, vaatwas … wie weet. Eerst wat (vr)eten.
Geïnspireerd door Ik was gestoord door Cathy van Gorp (Roularta Books, 2008).
Posted by Vijf Woorden « Kirayoshi’s Weblog on oktober 31, 2008 at 10:19 am
[...] 31 10 2008 Naar aanleiding van Martijn’s Vijf Woorden post, doe ik [...]