Workingman Blues


(…)

I can see for myself that the sun is sinking

How I wish you were here to see

Tell me now, am I wrong in thinking

That you have forgotten me?

 

Now they worry and they hurry and they fuss and they fret

They waste your nights and days

Them I will forget

But you I’ll remember always

Old memories of you to me have clung

You’ve wounded me with words

Gonna have te staighten out your tongue

It’s all true, everything you heard

 

In you, my friend, I find no blame

Wanna look in my eyes, please do

No one can ever claim

That I took up arms against you

All across the peaceful sacred fields

They will lay you low

They’ll break your horns and slash you with steel

I say it so it must be so

 

Now I’m down on my luck and I’m black and blue

Gonna give you another chance

I’m all alone and I’m expecting you

To lead me off in a cheerful dance

(…)

Los van alle economische of sociale interpretaties van dit lied, dat beslist meer is dan een protest, treft het mij.

De zin ‘the buying power of the proletariat’s gone down’ kan in deze tijden natuurlijk wel letterlijk genomen worden. De armoede om ons heen is, voor mij in elk geval, zichtbaar genoeg aanwezig. Hoewel er in de manier waarop Dylan het zingt, ook wel wat ironie steekt. En tegelijk vraagt hij ons ook om rond te kijken en ons vragen te stellen bij wat we zien, om ons in te voelen in de situatie van anderen.

Wat me meer treft, is hoe actueel dit lied is. Het wekt vragen op. Dylan vraagt om troost, en ook weer niet, omdat, zoals een vriendin ooit zei, “ook ronduit storend kan zijn wanneer iemand je wil troosten midden in een ingewikkelde heimwee”. Wat een pijn is bij het terugblikken, is voor een ander net wat geneest, maar evengoed ook niet. Samen eenzaamheid voelen, die uit dit lied komt, maakt voor mij dat ik weer een stukje herboren mijn eigen weg kan gaan.

Misschien is dat blues, dat eindeloos gemis wat niemand kan goedmaken. En dat delen, dat is een aspect van de haast vergeten solidariteit. Hoe dieper we gaan, hoe minder we hebben. Hoe langer we leven, hoe meer we zien dat er door ons toedoen van alles anders is gelopen dan we hadden verwacht. Of dan van ons verwach werd. Die pijn van het terugblikken, hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. Het is ook de pijn van weten wat niet kan zijn, maar het toch willen goedmaken, door het te delen.

Alles wat er nog is, zijn foto’s. Soms van vervlogen tijden. Soms in de verbeelding. Soms gekleurde herinneringen. Soms tastbare bwijzen. Meestal is er niets te bewijzen, en maken de schaarse bewijzen meer kapot.

Gedachten, verlangens, verwachten, intenties en plannen die ooit uit een waarheid diep van binnen zijn ontsprongen, als zwemmers uit diepte naar de waterspiegel, zijn opgelost, en tot nieuwe gedachten vervormd. Nieuwe waarheden hebben nieuwe vruchten afgeworpen.

Mensen die een verhaal hebben, bij voorkeur over een weg die ze afleggen, bij voorkeur mensen die onderweg zijn, spreken mij aan. In dit lied weerklinkt een oud verhaal. Ik hoef geen excuses of voorstellen. Ik hoor graag mensen neerzitten, tijd nemen, verhalen oproepen van andere tijden en plaatsen. Net zoals nog anderen ga ik te vaak te snel met hen om, schiet hen voorbij, zeg te weinig dat ik van hen hou, geef hen te weinig erkenning naar mijn zin.

Misschien heeft Bob Dylan met zijn lied zijn soulmate kunnen bereiken. Zoals ik poog om andere soulmates te bereiken, en ik niet alleen. Al is het maar met momenten om te kunnen terugblikken en verbondenheid te koesteren. Momenten van blues, want iedereen is uiteindelijk diep van binnenin een ‘working man’.

De essentie ?

“Datgene wat wij aan het ziekbed waarnemen, is niet in de eerste plaats de ziekte, maar de reaktie van de mens op de hem dregende gevaren.

Het komt er minder op aan hoe de ziekte heet, dan wie en hoe de zieke is. Hem zult ge moeten zien, niet alleen als individu, maar tegen de achtergrond van zijn levensgeschiedenis en van zijn milieu. Hij heeft niet alleen een verlamde arm, een dwanggedachte, een hallucinatie. Zijn persoonlijkheid had een eigen ontwikkelingsgang. Hij heeft een gezin, waarover hij zorgen maakt en dat in angst leeft over zijn lot. Hij heeft zijn werk, er dreigen ontslag en armoede.

Hij is, onverschillig welke aandoening hij heeft, een mens in nood, die psychische steun behoeft.

Tegenover hem kunnen elk woord, elk gebaar, elke gelaatsuitdrukking van evenveel of meer betekenis ten goede of ten kwade zijn, dan een afgegeven recept”.

Uit: Hamer, B.Chr., en J.H.Haverkate, Schermers’ leerboek bij het verplegen van krankzinnigen en zenuwzieken (Leiden, 1932). Gevonden via Het Oude Gesticht, een website over de geschiedenis van de psychiatrie.

Net op tijd

Elk verhaal kan in één zin verteld worden. Natuurlijk kan het ook in één woord. Of met een blik, een gebaar, een hand op een plek, een zoen. In dit verhaal eet een Franse mijnheer een koekje bij de thee en herinnert zich de verloren tijd. De tijd die hij niet heeft genomen om van het leven te genieten. In dit verhaal verdwaalt een Italiaanse dichter in een donker bos, en krijgt vervolgens een nabije dood-ervaring. In drie etappes stijgt hij vervolgens van de hel naar het paradijs.

Soms moet het wel kort. Wanneer je, zoals Rowan Atkinson (beter bekend als ‘Mr Bean’) in de kortfilm ‘Dead on Time‘ (uit 1983) , nog amper een half uur te leven hebt. Dan wordt een levensverhaal zoals dat van hem plots herleid tot ‘boeken, muziek en vrouwen’. In zo’n geval wordt de rest van de tijd in ‘fast forward’ beleeft. Met Celestijnse haast. Eerst je geld van de bank afhalen. Vlug wat sightseeiing. De parken schijnen prachtig te zijn in de lente. Mooie kans voor leuke plaatjes. En de toeristen vinden het enig.

Onder het rennen gauw nog stukjes Vier Jaartijden meepikken. Verder naar een boekenwinkel. Het eerste het beste uit de rekken gritsen. Oorlog en Vrede, Tolstoj. Kort, dik en Russisch. Mooie foto op de achterflap. Vlug even op het horloge kijken. Schrikken. ‘God nee, nog tien minuten’ zie je Atkinson denken. Kan niet waar zijn ! Pakt de kanjer vast. Murmelt binnensmonds. ‘Mooi hoor, moet klassiek altijd zo dik ? Dat raakt verdomme nooit op tijd uit ! Verrekte Russen !’. Hij zucht : ‘Waarom ligt alles nu zo in mijn weg ? Nog maar drie minuten te leven !’. Gauw gauw nog een vrouw. Ah, een verpleegster. Leuk.

Sinds lang zoeken mensen naar de zin die alles samenvat. Sommigen geloven dat er een Boek van het Leven bestaat, waar alles wat een mens aan goed en slechts heeft gedaan in bijgehouden wordt. Anderen geloven daar weliswaar niet in, maar wel in een alomvattende wetenschappelijke theorie. Er komt altijd wel iets tussen. Telkens iemand er (te) dichtbij komt, sterft die. Hij of zij wordt krankzinnig. Het manuscript raakt verloren. Of de computer crasht. Voor hen die naar eigen zeggen de Waarheid wel beleefd hebben, wordt het te groot voor woorden. Ze verstillen. Of ze worden outsider genoemd. Of bij geldgebrek wordt alles opgeschort. Voor onbepaalde duur. Net op tijd.

Kindergeschiedenis

Kindergeschichte is de vertelling van de auteur als vader. Peter Handke beschrijft zijn beleven van de eerste tien jaar die hij alleen met zijn eerste dochter Amina, uit zijn eerste huwelijk, doorbrengt. Handke schetst ook zijn ervaringen met onderwijs. Kindergeschichte wil geen raad geven aan ouders, maar is eerder een intrigerende beschrijving van de innerlijke zoektocht van de vader in de omgang met zijn emoties, ambities en bekommernissen. Een citaat dat ik in mijn knipselmap vond, over de betekenis van de kinderwens te midden van alle andere levensverwachtingen.

“Ein Zukunftsgedanke des Heranwachsenden war es, später mit einem Kind zu leben. Dazu gehörte die Vorstellung von einer wortlosen Gemeinschaftlichkeit, von kurzen Blickwechseln, einem Sich-dazu-Hocken, einem unregelmäßigen Scheitel im Haar, von Nähe und Weite in glücklicher Einheit. Das Licht dieses wiederkehrenden Bildes war die Düsternis kurz bevor es zu regnen anfängt, in einem grobsandigen leeren Hof, der von einem Grasnarbenkranz eingefaßt wird, vor einem nie deutlichen, nur im Rücken gefühlten Haus, unter dem dichtgefügten Laubdach hoher, breiter, hier und dort rauschender Bäume. Der Gedanke an ein Kind war so selbstverständlich wie die beiden anderen großen Zukunftserwartungen, welche von der nach seiner Überzeugung ihm bestimmten und sich seit je in geheimen Kreisen auf ihn zubewegenden Frau handelten, und von der Existenz in dem Beruf, wo allein ihm eine menschenwürdige Freiheit winkte; ohne daß freilich diese drei Sehnsüchte auch nur einmal in einem Bild zusammen erschienen.”

“Het was een wensdroom van een opgroeiende, later een kind van zichzelf te zien leven. Dat ging samen met het beeld van een woordenloze verbondenheid, van het korte wisselen van blikken. Een er-op-de-hurken-bij-gaan zitten een onregelmatige scheiding in het haar, van nabij en van ver een gelukzalige eenheid.

De glinstering van dit weerkerende beeld leek op de donkere vlakte kort voor het begint te regenen op het kaal erf met grof zand op de grond, dat wordt omlijst door een rand van sprietig gras, voor een nooit duidelijk, slechts in de rug gevoeld huis, onder het dicht gesloten bladerdak van hoge, dikke, hier en daar ruisende bomen.

De wens naar een kind was zo vanzelfsprekend als die beide andere grote toekomstverwachtingen, die ging over de naar zijn overtuiging voor hem bestemde en zich vanaf het eerste begin in geheime kringen op hem toe bewegende vrouw, en over een bestaan in zijn beroep, het enige waarin hem een menswaardige vrijheid wenkte – zonder dat deze drie verlangens ook maar enigszins in één beeld te zamen kwamen”.