Uzze platslike bekendheedn die toet tjestig telln …
E voe de ‘deze die nie van hier zien’ : ‘Van één tot zestig in het Westvlaams !’
Uzze platslike bekendheedn die toet tjestig telln …
E voe de ‘deze die nie van hier zien’ : ‘Van één tot zestig in het Westvlaams !’
Bezin eer je begint, krijst ‘t bezorgde moedertje dat al in paniek slaat bij de gedachte dat haar zoon sneuvelt in een auto-ongeval of haar dochter alleenstaand en zwanger wordt.
Het spreekwoord geldt natuurlijk evengoed voor mensen die een nieuwe blog of website beginnen die totaal zinloos en/of weinig gebruiksvriendelijk blijkt. Of voor hen die in dol enthousiasme een nieuw bedrijf starten zonder zakelijke strategie of van bank veranderen alleen omdat die meer intrest geeft & minder kosten (om een jaar of drie nadien te zien dat die failliet is).
Die vraag, dat verlangen naar bezonnenheid begint meestal als een uiting van bezorgdheid. Veelal blijkt dat echter het tegenovergestelde te bereiken van wat men – goed bedoeld – wil bekomen. Wie een grote bezorgdheid uitdrukt, zegt al meteen dat hij of zij ongerust is, maar ook dat er een groeiend wantrouwen is over de mogelijkheden van de betroffen persoon naar de toekomst toe.
Het zijn eerder de mensen die horen dat er bezorgd over hen wordt gepraat, die bezorgd zouden moeten zijn om de achterdocht van wie zich zo wantrouwig over hen uitlaat. Die bezorgdheid betreft meestal ook niet zozeer hen persoonlijk, maar veeleer de (bedreigde) sociale status van wie over hen praat (of roddelt, zo u wil). In veel gevallen is bezorgdheid immers vooral een gecamoufleerde onmacht of een gevoel van bedreiging in harmonisch leven. De authenticiteit van de bezorgdheid … het is een zeldzaam gegeven in onze samenleving.
Zolang bezorgde mensen de personen waarop ze hun bezorgdheid willen botvieren niet verhinderen te functioneren, is er niets aan de hand. De samenleving heeft wel meer eigenaardigheden.
Toch stimuleert vertrouwen eerder dan bezorgdheid mensen tot daden van bezonnenheid. En daar is het veelal net om te doen: mensen (ongeacht de leeftijd) waarvoor men zich verantwoordelijk voelt aan zetten om de consequenties van daden in te zien en niet impulsief of zonder na te denken te handelen of te spreken.
De gedeelde angst van ouders is niet geheel onterecht. Ouders zijn veelal een beetje zoals hun kinderen. Niet altijd, maar toch meestal. Als zij zichzelf al bewust zijn van hun eigen onbezonnenheid, dan is het logisch dat ze bezorgd zijn voor wie dicht bij hen staat (genetisch of in samen leven). Maar ken je aan jezelf echt je omgeving ? Misschien is dat wat te kort door de bocht.
Opgroeiende kinderen zijn immers niet altijd zoals hun ouders, en, wat meer is, ze worden ook volwassen. Dat vergeten sommige ouders al eens. Vooral als het gaat om mensen met een handicap met een ander ontwikkelingsverloop.
Er is weliswaar een vorm van loyaliteit (hoewel die bij mensen met autisme bv heel anders ligt dan bij anderen), maar ze groeien op in een andere samenleving, een andere cultuur, met een ander onderwijs.
Wat voor een aantal ouders niet altijd eenvoudig is zich dit bewust te worden. Zeker niet in vrij gesloten of zogenaamde ‘los zand’ gezinnen aan wie die evoluties in de samenleving vaak voorbij gaan. Vooral omdat die eerst hun eigen boot proberen in evenwicht te houden. Elke indringer van buitenaf brengt dit dan in gevaar. Vandaar is het logisch dat hun bezorgdheid des te groter is, maar daarom nog niet terecht.
Mensen die jong zijn van geest zijn al eens onbezonnen. Gelukkig maar. Precies dat geeft hen de mogelijkheid om met de wereld om te gaan. Ze leren omgaan met de context, de ene wat trager dan de andere, maar zonder zich blind te staren op hun beperkingen, lukt dat.
Jammer genoeg spreken sommige mensen zichzelf vaak tegen in de uiting van hun bezorgdheid. Die komt naar anderen in veel gevallen paniekerig over. Als een teken van onmacht, wanhoop, het niet weten, een signaal van een tekort aan kennis en overzicht. Als willen ze door hun bezorgdheid zeggen ‘ik weet er niets van, maar wees voorzichtig’. Op termijn bevordert dit niet echt de geloofwaardigheid van de signalen.
Natuurlijk is dat niet opzettelijk. Niemand wil aanzetten tot wat men wil voorkomen, namelijk onbezonnenheid, iets doen zonder de consequenties ervan zorgvuldig te overwegen. Het is allemaal goed bedoeld, en in functie van de zoektocht naar een harmonisch samenleven, die terecht veel geroemde homeostase.
In onze tijd betekent bezonnenheid, ooit een van de ‘kardinale deugden‘ (en wie kent die nog ?), jammer genoeg alleen nog gevaar en risico’s vermijden.
Bezonnenheid is niet alleen of niet zozeer voorzorg of preventie. Daarin zit trouwens alweer het woordje ‘zorg’. Mensen die voorzorgsmaatregelen treffen voorzien het ergste. Ze voorzien intussen ook al het ‘drama’ én de nazorg. Wat vaak tot een selfulling prophecy kan leiden. ‘Wie zorg aantrekt, zal zorgen krijgen. Wie ondersteunt, krijgt meestal steun’, hoor ik mijn vroegere leraar filosofie nog zeggen.
Bezonnenheid is ondermeer het gunstigste ogenblik bepalen om te handelen. Een bezonnen mens houdt rekening met wat er gebeurt maar ook wat er kan gebeuren. Dat vergt niet zozeer inzicht in de context en verbeelding, wat op zich wel van belang is, maar uiteindelijk niets in vergelijking met het bewustzijn hoe beperkt mensen zijn in het kennen van hun wereld en anderen.
Die inzicht in context en verbeelding (vooruit in de tijd kunnen denken, plannen, organiseren, kunnen voorzien) wordt bovendien vaak vertroebeld door een overmacht aan statusangst. Daden van onbezonnenheid worden niet zozeer gesteld door contextblindheid maar om niet onder te doen voor anderen en het gezicht te verliezen.
Afwegen wat goed of slecht is vooraleer te handelen, weten wat er gedaan en niet gedaan moet worden, kunnen omgaan met onzekerheid, risico en toeval … het is niet eenvoudig, zeker niet voor een middelmatig begaafd doorsnee mens binnen een statusgerichte samenleving.
Een bezonnen mens moet zowel vooruitziend als voorziend zijn. Daarvoor is vooral een goed geheugen nodig, eerder dan inzicht in de huidige en toekomstige context. Weinig mensen hebben beiden, een goed geheugen & inzicht. Er is ook weinig tijd om stil te staan bij keuzes, bij mogelijkheden, bij ‘afwijkingen’.
Vandaar dat er zoveel adviseurs, raadgevers, assistenten zijn. Vandaar dat er meer dan ooit overlegd wordt, gezocht wordt naar de juiste doelstellingen, naar de juiste middelen.
Nochtans zijn er weinig mensen die de wijsheid van het handelen onder de knie krijgen, laat staan dat er veel zijn die de gelegenheid krijgen ze aan te leren. Dat is jammer want hierdoor neemt de bezorgdheid toe en de bezonnenheid af.
Daardoor vergeet men ook soms een belangrijke levensles, namelijk dat de toekomst veilig stellen niet zozeer betekent de toekomst aan iemand voor te schrijven of hun lot in andermans handen te leggen, maar het recht te laten en de middelen te geven om haar zelf te schrijven. Het is alleen hij of zij die de eigen weg maakt die ze kan voelen en kan kennis maken met het landschap.

Vrij en in vreugde leeft
Wie alle dagen tot zichzelf kan zeggen:
“Ik heb geleefd”; een god mag de hemel
Morgen in donkere wolken hullen
Of vullen met zuivere zon, het verleden
Verijdelt hij niet; hij is niet bij machte
Om wat het vluchtig uur gebracht heeft,
Weer te vervormen of te herroepen.
Horatius III, Ode 29
Geciteerd door Fernando Savater in : ‘De moed om te kiezen’ (Bijleveld, 2005)
Een eenvoudig maar mooi liedje dat op het Eurosongfestival een verdiende plaats kreeg … ‘Is it true’ van Ijsland. De tekst doet me denken aan van die melodramatische teksten die al eens te lezen staan op de meer romantische persoonlijke websites. Een verhaal over een breuk of minstens twijfels tussen twee mensen die iets hadden. Niet te diepzinnig, geen linken met mijn eigen leven … maar het blijft hangen.
“Je zegt dat je me echt kent. Je zegt dat je niet bang bent te zeggen wat er in je ogen ligt.
Zeg me eerlijk … over die geruchten … zijn ze alleen achterklap of leugen ?
Ben ik … uit een mooie droom gevallen, uit de lucht … is ‘t waar ?
Zeg me … Is de wind gedraaid ? Zou het zover, zo ver, kunnen zijn tussen ons twee ?
Als je me echt kende, als je mijn vriend was, zou je ‘t me nooit aandoen.
Als een van ons liegt, heeft het dan nog zin verder te veinzen ?
Is het waar ? Droomde ik ? Is dit een stap te ver ?”