Sneeuw

Ja, de kranten hadden gelijk: over heel Ierland lag sneeuw. Het sneeuwde overal op de donkere vlakte in het midden van het land, het sneeuwde op de bodemloze heuvels, sneeuw viel zachtjes over het Allen-moeras en meer naar het westen, waar ze zachtjes viel in de donkere, opruiige golven van de Shannon. Ze viel ook op het eenzame kerkhof op de heuvel waar Michael Furey begraven lag. Sneeuw lag hoog opgewaaid tegen de scheve kruisen en stenen, op de spiesen van het hekje, op de kale doornstruiken. Langzaam bezwijmde zijn ziel terwijl hij hoorde hoe de sneeuw lichtjes neerviel door het heelal en neerviel, lichtjes, als het einde der tijden, over al de levenden en de doden.

Yes, the newspapers were right: snow was general all over Ireland. It was falling on every part of the dark central plain, on the treeless hills, falling softly upon the Bog of Allen and, farther westward, softly falling into the dark mutinous Shannon waves. It was falling, too, upon every part of the lonely churchyard on the hill where Michael Furey lay buried. It lay thickly drifted on the crooked crosses and headstones, on the spears of the little gate, on the barren thorns. His soul swooned slowly as he heard the snow falling faintly through the universe and faintly falling, like the descent of their last end, upon all the living and the dead.

(uit : James Joyce’s The Dead)

Weinig korte verhalen zijn zo veelzijdig, zo beladen met de druk van herinnerd verleden en de geleidelijke onthulling van de opzet. De oeroude retorische figuur. Of de sisklanken van de naderende slaap in dat ‘langzaam bezwijmde zijn ziel’, als we George Steiner in zijn Errata mogen geloven.

De laatste alinea van wat het mooiste kortverhaal uit de Engelse literatuur wordt genoemd, “De doden” uit James Joyce’s “Dubliners”, maakt in elk geval indruk. Het is een verhaal dat draait rond Gabriel Conroy die op een nieuwjaarsavond samen met een groep vrienden en kennissen in Dublin samenkomen en overdadig eten & drinken.

Bij alles wat ze doen komen herinneringen op aan wie gestorven is. Het lijkt of er een constante ervaringsuitwisseling is tussen leven en doden. Merkwaardig voor wie denkt dat doden geen ervaringen meer kunnen opdoen. Of die minstens niet kunnen delen met ons, de levenden.

Reageer op dit bericht