Weinig is zo beladen en leidt zo tot tweespalt in de mensheid als de termen lijden en geluk, terwijl ze volgens mij allebei vooral een uiting zijn van hoe mensen in hun leven omgaan met onrecht.
Zo zijn er mensen die liever lijden dan ze gelukkig zijn. Ze hebben medelijden of compassie met zichzelf of met anderen. Ze lijden om wat er is, niet is, zou kunnen komen of wat ze niet hebben. Ze lijden om de zorglast in verleden, heden of toekomst, of treuren al bij voorbaat.
Ze ervaren op pijnlijke manier tekorten bij zichzelf en bij anderen, beperkingen in het functioneren of in de vruchtbaarheid, de liefde of de maatschappelijke status. Ze hebben ‘t erg moeilijk met het sociale en financiële onrecht in onze samenleving. Of ze kunnen er niet over dat anderen hun waarheid niet kunnen verstaan, hun overtuigingen op vlak van religie, moraal of ethiek niet volgen. Ze lijden omwille van hun god, of om het lijden zelf, of omdat ze zich er naar eigen aanvoelen niet zoals het hoort in kunnen overgeven.
Waar de een lijdt in stilte of bidt om verlossing, staat de ander recht om de stem te verheffen op allerlei fora, vanuit de idee dat alleen wie zich verzet werkelijk leeft. Wie de stem verheft, kan dat cynisch doen, de ander of zichzelf de schuld geven en zichzelf luidkeels op de borst kloppen in een klaagzang. Het klagen kan verstommen of overgaan in haat, dat uiteindelijk in zelfdoding of in moord kan overgaan. Of het kan blijven duren, doelloos en eindeloos.
Aan de andere kant van het spectrum vinden we geluk. Steeds vaker is het een ideaal in onze samenleving. De extreme invulling ervan is net als bij lijden een zeer egocentrische invulling. Het is ook niet eenvoudig ermee om te gaan. Mensen vinden elkaar soms, bien étonné de se trouver ensemble. Op een plaats waar ze elkaar niet verwacht hadden. Wie al zolang hij leeft slechts malchance, malcontentement en malheur kent, heeft het niet eenvoudig om met die schaarse druppel geluk om te gaan. Wie nooit heeft weten of durven fouten maken en de confrontatie met (nog meer) teleurstelling altijd heeft willen vermijden, en nu uit die Platoonse Grot in een Idealere Wereld terechtkomt, wordt al snel verblind of overspoeld, en verlangt al snel terug naar het oude vertrouwde lijden.
Geluk is uiteraard meer dan persoonlijk geluk. Geluk is op zich zelfs niet persoonlijk.
Sommige mensen denken al snel dat wie op ‘t eerste gezicht geen problemen heeft, kan doen wat hij wil en weet wie hij echt is geen reden heeft om ongelukkig te zijn. En als dusdanig ook geen recht heeft op een vernieuwing van geluk, en op klagen over het nog steeds aanwezige onrecht. Mocht men al kunnen oordelen over iemands geluk, is dat veel meer dan wat op ‘t eerste gezicht te zien is, en blijft het in evolutie, en niet beperkt tot het persoonlijk welbehagen.
Geluk heeft ook met meer te maken dan met wellness, met fysiek goed in het vel zitten. Uiteraard is een gezonde geest in een gezond lichaam belangrijk. Maar in de loop der tijd is gebleken dat fysieke behendigheid, een goed verstand en een deugdzaam gedrag niet noodzakelijk tot een gelukkiger leven leidden. Evenmin zijn moed, bedrevenhed in poëzie, muziek, kalligrafie, wapens hanteren en tekenkunst daartoe noodzakelijke voorwaarden.
Anderzijds kunnen terugkerende psychosomatische klachten zoals rugklachten, darmklachten, migraine, hoofdpijn en aanhoudende moeheid wel duiden op een moeilijke verhouding met het onrecht dat iemand ervaart in het eigen leven, bij nabije personen of in de samenleving an sich.
Geluk heeft in onze samenleving heel wat te maken met relaties en welk lichaams – en mensbeeld dat we zijn meegegeven in onze opvoeding. Hoe staan we tegenover onszelf aan te kijken in onderhemd in de badkamerspiegel ? Mogen we er zijn of kijken we weg ? Gaan we samen met onze partner onder de douche of zijn we eerder schuw van elkaar ?
Voor heel wat mensen is ook een professionele carrière, het hebben van een ambacht, tastbare resultaten kunnen voorleggen elke dag, een bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving een voorwaarde voor geluk. Werken zit ons in het lijf en leden, werken is altijd ook deels fysiek. De grond bewerken, oogsten, de jacht binnenrijven … in deze samenleving vooral figuurlijk. En daarbij onrecht tegenkomen, en technieken hanteren om ermee om te gaan. Want zolang men weet zonder geluk te kunnen, erop vertrouwd dat geluk maar bestaat in een blijvende oefening in het omgaan met onrecht en in een evenwicht met lijden, blijft men goed op weg naar geluk. Elke dag opnieuw.

Posted by Nicole Derycker on juli 1, 2009 at 3:04 pm
Ik las onlangs iets inspirerend. In mijn eigen woorden uitgedrukt kwam het hierop neer:
Vrede kan slechts tijdelijk ervaren worden want om evolutionaire redenen worden perioden van vrede (innerlijke en uiterlijke) steeds weer verstoord door chaos (leidt tot pijn, onrust, zoektocht naar vrede, hervinden van vrede; enz.)
Sereniteit kan altijd ervaren worden. Vereiste is de innerlijke gevoeligheid voor onrecht te transformeren tot een gefocust vermogen tot inzicht en begrip.