Troost

Poëzie. Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt: mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt verdrietje, en het helpt niet. Zoals je een hand op haar hete voorhoofdje legt, zo dun als sneeuw gaat liggen. En het helpt niet. Zo helpt poëzie. – Herman De Coninck

Vluchtheuvel

In de stad helpt niets anders om je af te zonderen dan een klein vertrek met degelijk slot en grendel. Wie zo’n veilig onderkomen voor zijn behoefte niet bezit, is de erbarmelijkste en beklagenswaardigste van alle mensen. Hoeveel vrijheid hij ook heeft.

Wanneer je in een grote stad niet eens meer een deur achter je dicht kan trekken om te schijten. Wanneer deze ene, deze belangrijkste vrijheid je is ontnomen, namelijk de vrijheid om je tijdens het doen van je behoefte voor andere mensen terug te trekken, dan zijn alle vrijheden zonder waarde. Dan heeft het leven geen zin meer. Dan kan je net zo goed dood zin.

Wanneer je tot het inzicht bent gekomen dat het wezen van de menselijke vrijheid uit het bezit van een wc bestaat en je over deze essentiële virjheid beschikt, vervult dat met een gevoel van diepe voldoening.

Ja, het is toch goed dat je je leven hebt ingericht. Er valt niets maar dan ook helemaal niets meer te betreuren en geen enkel ander mens meer te benijden.

Geïnspireerd door een fragment uit Patrick Süskinds ‘De Duif’

De conferentie der vogels

Onze cultuur – elke cultuur op aarde – is gevormd uit verhalen. Verhalen die eeuwenlang zijn doorverteld. Onderweg zijn ze al dan niet genoteerd, gegroeid, smelten ze samen, ondergaan ze metamorfoses, sterven en/of herrijzen ze of worden ze herontdekt.

Soms rest van een verhaal niets meer dan een element in een merkwaardige uitdrukking. In andere gevallen vormen ze een mystieke leer, een levensethiek of een religieuze overtuiging.

Vaak zijn ze de bron of inspiratie van toneel, muziek, opera, schilderkunst, beelden, romans, gedichten, soms zelfs filosofie … vaak al eens onbegrijpelijk of ongenietbaar omdat ze kennis van verloren gegane verhalen veronderstellen. Ze voeden kortom de verbeelding van ons allen. Onze cultuur met kleine c tot grote c. Van klein tot stokoud. Vroeger op dorpen & pleinen, nu eerder in zaaltjes & in de zetel thuis.

Passie voor verhalen

Verhalen en vertellers hebben mij altijd geboeid. Het enige wat ik mij bijvoorbeeld herinner van de basisschool is het verhalenuurtje uit het vijfde leerjaar.

Als er een verteller in de buurt is, ga ik dus luisteren. Dat kan iemand zijn die van eigen ervaringen boeiend vertelt. Maar ik ga in het bijzonder graag luisteren naar wie een oud verhaal in een nieuwe bewerking brengt. Die de kern en de plot van het verhaal respecteert maar varieert in details en ritme, beeldende elementen & kleur toevoegt, zijwegen inslaat om spanning & nuances toe te voegen en zich aanpast aan het publiek.

Die ‘oudere verhalen’ zijn, in tegenstelling tot wat sommigen denken of zeggen, geen ‘moeilijke’ of ‘saaie’ verhalen. Laat staan ‘ouwe brol’. Ze leren me iets over de cultuur waarin ik leef, geven me meer voeling met tradities, en zijn vaak als een betere film.

De manier waarop ze verteld worden, en de tijd & verbeelding die iemand neemt om ernaar te luisteren, maakt hoe boeiend verhalen zijn. Niet het verhaal op zich. Verhalen zijn voor iedereen. Zoals vroeger voor de hele gemeenschap. Zelfs managers en bollebozen van Latijn-Wiskunde kunnen ervan genieten.

Zelf ga ik dus graag luisteren naar verhalen uit de Griekse, Keltische, Germaanse, Indische, joodse, christelijke traditie. Of naar verhalen uit de Oudheid, de Renaissance (verhalen van Shakespeare, de Faust-legende). Ook ietwat minder alledaagse verhalen … zoals datgene wat nu volgt.

Verhalen rond de liefde

Een tot nu toe onbekend verhaal voor mij is ‘De Conferentie’. Het is een van de zeven nieuwe verhalen die Mieke Felix van Kahaani Vertellingen brengt op de Gentse Feesten in een sfeervolle zaal van het Hof van Ryhove.

De rode draad door de nieuwe verhalencyclus die Mieke Felix dit jaar brengt, is volgens haar de liefde. Inspiratiebronnen zijn ondermeer de Kleine Zeemeermin van Hans Christian Andersen, het Bijbelse Hooglied, de legende van Maria Magdalena, het lezen van Paolo & Francesca, het historische verhaal van Janusz Korczak en ‘zijn’ weeskinderen in het ghetto van Warschau en Thomas Mann‘s Tod in Venedig.

Samen met een veertigtal mensen – van twintigers tot zeventigers, gemengd cultureel – zit ik op die vrijdagavond dus klaar om te luisteren hoe een gemeenschap vogels op zoek gaat naar de ‘grootste koning’, gebaseerd op een islamitisch soefi-verhaal. Wellicht een van de weinige publieken op de Gentse Feesten dat kan stil zijn zonder chips, ijsjes, cola, biertjes, hamburgers of hotdogs in de hand.

De conferentie van de vogels

“De Conferentie” is geïnspireerd door het gedicht, oorspronkelijk “De Conferentie van de Vogels” (in het Perzisch منطق الطیر, Mantiq at-Tayr), voor ‘t eerst op papier gezet in 1177 door de twaalfde eeuwse Perzische dichter Farid-Al-Din Attar. Het gedicht is onder meer vertaald door de Franse dichter Henri Gougaud als “La conférence des oiseaux“. Er is ook een Engelse vertaling verschenen bij Penguin en tevens een bewerking door de Britse regisseur Peter Brook.

” Chercheur de vérité, ne prends pas cet ouvrage pour le songe éthéré d’un imaginatif. Seul le souci d’amour a conduit ma main droite (…).”

Waar het mee begint … op zoek naar een beter leven

Wat er in het begin is, wat de aanleiding vormt tot de tocht wordt in het midden gelaten. Iets dat roept. Iets dat in elk van ons tegen de borst stoot. Iets dat ons onrustig maakt. Iets dat de vleugels wil spreiden maar dan weer botst met de grenzen waarbinnen we leven.

In De Conferentie zou dat het moment kunnen zijn waarop de Hopvogel – met een kuif die op een kroon lijkt – zijn gemeenschap bij zich roept te midden het bos om ze aan te sporen met hem op weg te gaan om de grote koning der vogels te zoeken, de beroemde “Simoerg”, die woont op een zeer hoge berg, “Qaf” genaamd.

Op zoek naar een beter leven voor allen. Op zoek naar de liefde. Het zal geen gemakkelijke reis worden, en niet iedereen zal aankomen. Maar het is van moeten.

Vertrekken of niet ?

Wat meteen de nodige commotie oproept. De vogels hebben genoeg van koningen. Of waarom weg gaan als het goed is waar ze zijn ? En bovendien is er twijfel of die Simorgh überhaupt wel bestaat. Er zijn weliswaar wanhopigen die meteen, zonder enige overweging, willen vertrekken. Zoals er al meteen zijn die er stilletjes onder willen muizen. Een paar vogels roeren zich echter.

Gebonden aan realisatie of functie

Sommigen willen niet vertrekken omdat ze hun realisaties of werk niet willen opgeven.

Zo wil de gezagstrouwe valk zijn meester trouw blijven. Zonder hem, denkt hij, zal zijn meester immers sterven van honger en is hij zijn functie kwijt. Misschien is zijn rol vergelijkbaar met die van de slaaf bij een meester die zijn slaaf zo waardeert dat hij elke dag een appel op diens hoofd zet en ernaar mikt met pijl & boog. Als de meester de appel mee heeft, zal het publiek applaudisseren voor hem. Maar o wee als de pijl van de meester in het hoofd, oog of hart van de slaaf terecht komt. Dan zal het publiek de slaaf vervloeken en beledigen. Want die heeft zijn meester te schande gebracht door te bewegen.

Zo wil de patrijs zijn verzameling waardevolle stenen bewaken. Hij vreest dat anderen die tijdens zijn reis zullen roven. Maar ken je het verhaal van die opperheerser die zich ooit bewust werd dat de gouden diamanten ring, waarmee hij wetten van gezag stempelde, hem ervan weerhield het echte leven te ontdekken en op dat moment de edelsteen van zich afwierp ? Zo verhinderen de verzameling stenen van de patrijs hem van zijn reis naar de Simorg.

Zo wil de uil de ruïne die hij bewaakt niet verlaten omdat er een kostbare schat onder ligt. Dat doet denken aan het verhaal van de wrek die dag in dag uit zijn schat bewaakte om dan terug te komen als een rat die wanhopig rondliep en zijn pot goud niet meer vond.

Gebonden aan andere dromen

Anderen hebben gewoon een andere droom dan de Hop en gaan daarom niet mee.

De pauw toont zijn verenpracht, wil terug naar waar de plek van waar hij komt en waar hij vanuit zijn lot terug naartoe moet & zal, het paradijs. Misschien is hij een van die ‘verloren zielen’ die een duivelspakt zouden sluiten om er te geraken.

De papegaai wil niets liever dan dat iemand hem met een sleutel uit zijn gouden kooi verlost. Of misschien wil hij de onsterfelijkheid ? In elk geval een vrij utopische wens.

En de reiger wil op zijn beurt naar de oceaan. Maar, zegt het verhaal, weet iedereen dan niet dat de bodem van de oceaan de dood is ?

Koudwaterangst of eerder: er niet uit willen

Nog anderen vinden het te risicovol en denken het niet aan te kunnen. Zo vind de eenvoudige mus het te ver. En de eend houdt te veel van het water en zal volgens haar de weg verliezen in de lucht. Ze is immers toch in het water en binnen een strikte structuur en een circuit te zwemmen ?

En tot slot: alles al weten … (zucht)

Tot slot is er de nachtegaal die zegt al alles te weten over de liefde. Want de nachtegaal zingt toch elke nacht, en maakt met het bloed van haar hart rozen rood en brengt harten van mensen dichter bij elkaar ? Een beetje zoals in het sprookje van de Nachtegaal en de Roos. Toch kent hij enkel de liefde als van de dienstknecht die smacht naar de prinses die hem geen blik waardig acht en die exatisch acht als de prinses op hem trapt. Dat is niet degene waar de gemeenschap van vogels op zoek naar gaan.

In het spoor van de Hop door zeven valleien

In het spoor van de hopvogel vertrekken ze dan toch. Op weg naar de top van de berg Qaf. Op die tocht, die uiteraard heel wat mooier verteld wordt door de vertelster van dienst, komen ze door zeven valleien, namelijk van zoeken, liefde, kennis, onthechting, eenheid, verbijstering en uiteindelijk vernieting.

Zoeken (‘talab’)

In het zoeken worden de vogels overstelpt door heel wat moeilijkheden. Ze moeten zich eerst immers bevrijden van wat hen vast ketent en weerhoudt op weg te gaan naar verandering. Eenmaal vervuld naar verlangen dienen ze ook de effecten van dogma, geloof en ongeloof te verzwakken.

Liefde (‘Ishq’)

Eens dat gebeurd is, geven de vogels hun rede op voor de liefde, die de volgende vallei beheerst. Deze is honingzoet, maar tegelijk ook een valstrik om te blijven steken in de plakkerigheid.

Kennis (‘Ma’refat’)

Een derde vallei, die van de kennis, verwart de vogels omdat ze er ontdekken dat hun wereldlijke kennis volledig waardeloos is geworden en hun begripsvermogen ambivalent. Trots in de eigen kennis en verwezenlijkingen maakt het volgens het verhaal niet mogelijk om de ware kennis te ontvangen. Er zijn verschillende manieren om deze vallei te overvliegen en niet alle vogels vliegen gelijk. Inzicht kan op verschillende manieren bereik worden – sommigen vinden de Mihrab, anderen het idool.

Onthechting (‘Isteghnâ’)

De vallei van de onthechting van begeerte om te bezitten en de wens om te ontdekken, is de vierde vallei. De vogels beginnen te voelen dat ze een deel van het universum zijn geworden dat is onthecht van hun fysiek herkenbare realiteit. In deze nieuwe wereld zijn de planeten slechts stofdeeltjes en olifanten niet meer te onderscheiden van mieren. De zoeker ziet de creatie niet bij haar beperkingen maar bij de eigenschappen. Ontdaan van het wereldlijke. Zonder projectie van het eigen zelf, en zonder ego.

Eenheid in de veelheid (Tawhid)

Het is niet voordat ze de vijfde vallei betreden dat ze zich realiseren dat eenheid en veelheid hetzelfde zijn. Zo zijn ze eenheden geworden in een vacuüm zonder gevoel van oneindigheid.

Verwondering (‘Hayrat’)

Bij hun intrede in de zesde vallei worden verbaasd over de schoonheid van de Geliefde. Extreme droefenis en neerslachtigheid voelen ze dat ze niets weten, niets verstaan. Ze zijn zich zelfs niet bewust van zichzelf.

En uiteindelijk …

Enkel dertig vogels komen aan bij het huis van Simurgh. Volgens de enen is er geen Simurgh. Volgens de anderen laat de kamerknecht hen zo lang wachten dat zijzelf tot de conclusie moeten komen dat zij de ‘si’ (dertig) murgh (vogels) zijn.

Zijn ze dan aangekomen waar ze moesten zijn ? Dat blijft de vraag. Wie is bij de ultieme wijsheid geraakt ? Het is zoals de vlinder die bij de vlam komt : de ene vanop een afstand, de andere voelt al iets, de derde gaat erin op en verniet.

De zevende vallei (‘Faqr’ & ‘Fana’, van de armoede en de annihilatie), wordt de vallei van ontbering, vergeetachtigheid, sprakeloosheid, doofheid, en de dood genoemd. Het heden en de toekomst leeft in de dertig succesvolle vogels die schaduwen worden in de hemelse Zon. En zijzelf, verloren in de Zee van Zijn bestaan, zijn de Simurgh.

Achter de spiegel

Wat mij aanspreekt in zowel het verhaal als de zoektocht achter het verhaal, wat me brengt bij het gedicht (dat ik helaas nog niet heb kunnen lezen), is onder andere de symboliek en spiegel. De metafoor stoort me daarbij geenszins.

Het gedicht vertelt over de etappes door welke de soefi de ware aard kunnen ontdekken. Om te beginnen herken ik de onzekerheid, de aarzeling om los te laten, op weg te gaan. Voorts symboliseren de vogels die een voor een afhaken ook herkenbare beperkingen, tekorten en/of fouten in de levenvisie van mezelf, bij de mensen om me heen en de ruimere samenleving.

De symboliek van de Hop is natuurlijk bijzonder. De Hop heeft niet meteen goede naam in onze cultuur, elders is dat soms anders. Bij het horen van ‘t verhaal komt bij mij dan meteen de Hop in Haroen & de Zee van Verhalen van Salman Rushdie naar boven. Er zijn er wellicht nog andere.

Deze valleien zijn volgens sommigen een metafoor voor het proces van zelf-verwerkelijking, verinnerlijking en mystieke bewustwording. Deze bevrijdingsweg naar bezield leven gaat niet over rozen.

Zoals het verhaal zegt, blijven onderweg heel wat vogels achter. De een blijft bij een veld vol bloemen om te plukken. De andere rust rust uit bij een koele en rustige rivier om de dorst te lessen. Nog anderen blijven onder grote bodem die schaduw en beschutting geven. Of verzinken in de zoetigheid van een verlokkelijk zoete honingbloem.

Telkens weerhoudt het materiële, de aardse zaken hen, hen om onderweg te blijven en scheidt hen van de werkelijke zoekers naar liefde, de bron en essentie.

Tot slot …

Dit verhaal, dat gesitueerd mag worden in de Soefi-traditie, wordt door Mieke Felix natuurlijk veel mooier verteld. Het opent, minstens voor mezelf, een nieuwe wereld, deels ook door de inspirerende ‘tussenverhaaltjes’.

Wie wat vertrouwt is met de christelijke mystiek, zal in het verhaal natuurlijk ook openingen vinden naar mystica uit de Middeleeuwen en later. Bijvoorbeeld de link naar Marguerite Porete als we het hebben over de weg in de ontwikkeling van een mystiek leven.

Net als voorgaande keren is deze avond dus geslaagd geweest. Als ik terugkeer is zelfs de regen in het Gentse opgeklaard, en wordt ik omsingeld door worstengeur & lustigkeit. Ook dat mag natuurlijk. Ik glimlach zelfs even als ik bedenk welke vogel zou passen bij de mensen die ik voorbij kom. En welke vogel ik zou zijn. Wellicht al onderweg. Op zoek naar een pointe.

Schrijftips

‘De kunst van het schrijven is een combinatie van techniek, discipline en creativiteit’. Het staat in sierlijke letters op het stilaan vergeelde papier uit mijn schrijfkist. Tien tips om ‘beter te schrijven’ staan eronder vermeld. Het gaat vooral om eerder zakelijke teksten, columns, beschouwingen of essays. Voor wie er iets aan zou hebben, hier staan ze.