Wat u nu ziet is een marktplein. Eind twintigste eeuw. Of beter: de welgevormde poep, kont, achterwerk van een koorddanseres die uit het raam dit marktplein binnen enkele ogenblikken zal oversteken.
Vannacht is ze te voet aangekomen. Naamloos. Een eenvoudige jonge vrouw zoals er zoveel zijn. Met halflange lichtbruine haren. Eenvoudig maar netjes. Goed voorzien van poten en oren. Licht opgemaakt. Jeans. Handtas. Eenvoudige jas die haar warm houdt. Handschoenen. Want het is koud. Overal is er wit. Dit is een stad der blinden.
Onze vrouw heeft intussen de stad tot in het detail gekeurd. De Boulevard du Midi. De eenrichtingsstraten. En de werelden. De werelden zijn gesloten instellingen, titelt de ochtendkrant haar quote.
Ergens in een steegje onder haar haalt iemand een lekkende kraan uit elkaar, vervangt het leertje dat vergaan is. De man die hem aandraait hoort net dat een vriend beledigd is. ‘Vergeet niet dat je op tijd naar de wasserij moet gaan’, hoort die vriend een andere zeggen. Terwijl nog een ander op het punt staat zijn subsidiedocument, verneemt een lerares Sanskriet dat haar boek uitgegeven wordt. Daarin is een kussenontwerpster sinds half acht op 20 december 1872 tevergeefs en dodelijk verliefd op een Portoricaanse tarotspecialiste.
Intussen is onze koorddanseres een kwart onderweg. De spanning, zowel van touw als publiek, is optimaal. Onder haar stroomt het volk. Instroom. Uitstroom. Doorstroom. Het roept ook van alles. Dat haar schoenen niet passen bij haar broek. Dat haar vriendje aan het tongen is met een ander. Vlugge venters begeven zich terloops onder de menigte en bieden hapklare broodjes aan. Ontspannen mikt de danseres haar spuug tussen een broodje gezond dat meters lager onder het touw passeert.
Intussen, in het Sanskrietboek, maar dan vijfhonderd jaar later, zegt de Paus ‘ja’ tot de zoon van het echtpaar. Alle klokken zijn er vernield. Men heeft er zeeën van tijd en heeft erin moeten leren zwemmen.
De danseres bereikt stilaan het midden. Ze wordt geflitst, valt haast van haar Sus, de koosnaam van het touw. Wereldnieuws. Onze lijdende voetige hapt naar lucht. Zweetdruppels parelen langs elke kant. Een camera komt op haar af van de andere kant en neemt haar in live in close-up. Maar onze vrouw op het touw, een ongewilde rijm overigens, trekt zich op aan haar voeten, haalt als een tweede maar dan vrouwelijke Eric Cantona uit met haar linker en … camera & man vallen in gruzelementen te midden van de menigte.
Beneden nog meer chaos dan te voren. Beneden trekt men de geweren in aanslag. Reden daarvoor: te lezen op pagina 3, onder “streeknieuws”, te weten : “bij de bushalte hebben twee oude vrouwtjes het over de melk van vorige week die stilaan bruisend gist”.
Onze danseres ziet stilaan het einde naderen. Hoewel ze overeind is geraakt, sidderend. Niet van de woede, wel van de kou. De wisseling van de kleuren van de dag komt op. Een hele dag heeft ze staan waggelen op het touw, en elke autoriteit uitgedaagd. Haar ochtend was blauwwit en gloeiend, met paarse vlekken. Haar schemering wordt nu goudkleurig en rood.
Zoals verwacht komt ze aan. Zoals verwacht aan de andere kant van het touw. Hoewel ze duidelijk afgevallen is. Men staat haar op te wachten. De verzamelde pers flitst haar vanuit alle hoeken. Ze lacht een laatste keer en wordt vereeuwigd in al haar rebelse schoonheid. Leve de vrijheid, roept ze nog. Voorpaginanieuws. In de krant staat even verder: ter plaatse geëxecuteerd.