In onze tijd zouden we in een periode leven waar nog weinig taboes zijn. Alles zou bespreekbaar zijn.
Over de meest intieme onderwerpen praten wildvreemde mensen met elkaar voor het oog voor de camera.
Toch lijken er op dat vlak voor heel wat mensen verschillende snelheden. Waar voor de een blijkbaar alles kan en mag, lijkt voor de ander, en op sommige plaatsen de tijd stil te staan.
Theoretisch mens, maar praktisch … ?
Zo zijn er groepen mensen die in onze samenleving slechts theoretisch als mens erkend worden.
Ze worden veelal als kinderen beschouwd: onverantwoordelijk, aseksueel, zonder nood aan eigen ruimte of ontwikkeling die verder gaat dan vrijblijvend spelen. Ze krijgen zelden de juiste informatie en slechts heel beperkte kansen wat betreft ontwikkeling op essentiële levensvlakken.
Heel wat onder hen wordt verteld dat hun manier van zijn moet bestempeld worden als een ‘handicap’.
Verzameling erkenningen maar niet erkend
Op basis van wat anderen, hoger in de maatschappelijke hiërarchie, vanuit een psychologische houding genaamd bezorgdheid, over hen schrijven, worden ze als zodanig ‘erkend’. Sommigen verzamelen zelfs ‘erkenningen’. Alleen de erkenning mens en volwaardige burger kan geen multidisciplinair team hen geven.
Sommigen komen uit een leven vol hoop, liefdes, persoonlijke confidenties, gemakkelijke hoop. Anderen hebben die niet gekend of zijn er zich nooit van bewust geweest. Ze leven in de ‘gelukzalige’ veronderstelling dat iedereen hen lief vind, terwijl dat niet steeds zo is.
Wie zich wel bewust wordt van die maatschappelijke positie wordt verondersteld om te leren gaan met verminderde zelfachting, de overrompeling en bezetting van gedachten aan tekorten, een sterke onderstroom aan boosheid en de verwerving van een ongewenste identiteit.
Zo iemand wordt verondersteld te berusten in de metamorfose van beloftevol handelsreiziger tot geslachtloze kever, die de Praagse schrijver Franz Kafka in zijn ‘Metamorfose’ ooit beschreef.
Eén van de levenskeuzes: intimiteitsbeleving
Nochtans maken mensen met een handicap een individuele keuze, net als elke andere burger.
Wanneer zij erkend worden met een handicap, geldt dat op alle levensdomeinen, dus ook in de beleving van intimiteit en seksualiteit.
Bovendien voorziet de sociale zekerheidswet in de bevordering en ondersteuning van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen met een handicap.
Dit betekent uiteraard niet dat van een persoonlijk assistent of ondersteuner op een paar levensgebieden ook verlangd zou moeten worden dat hij of zij instaat voor seksuele dienstverlening. Een ondersteuner op vlak van financiële zaken staat ook niet noodzakelijk in voor de woonbegeleiding, zo die door de persoon met een handicap gevraagd is.
Of de ondersteuning van de intimiteitsbeleving tot persoonlijke assistentie zou moeten behoren, is overigens ook bij mensen met een handicap een heikele discussie. Sommige gebruikers, personen met een handicap, zien daar een grens in de zelfbeschikking, andere niet.
Een laatste punt is uiteraard dat de beleving van diverse vormen van intimiteit, en ondersteuning daarin, bijdragen tot een betere kwaliteit van leven.
De ascetische visie
Voor heel wat mensen is het uiteraard niet zo evident. Ook bij mensen die volledig in de samenleving functioneren, mensen van aanzien. Ik noem ze de ‘prudente asceten’. Ze vinden intimiteit vreemd en pas na het huwelijk toelaatbaar. Ook binnen het huwelijk dient het vooral de nuttigheid, namelijk de voortplanting.
Ze elimineren bij zichzelf en vaak ook bij anderen seksuele en andere beleving van intimiteit door lijfstraf, door het vastbinden van handen, door oefeningen in ascese en meditatie, door libido verminderende medicatie.
Vanzelfsprekend is dit een even vrije keuze als alle andere, en moet dit gerespecteerd worden zolang deze mensen dit niet van hun omgeving verlangen of hen opzadelen met een schuldgevoel of stigma.
De morele visie
Een tweede groep mensen, met een eerder morele visie, vindt dat de meeste personen in onze samenleving voor zich moeten en kunnen uitmaken hoe ze hun intimiteitsbeleving invullen.
De enige groepen waarvan zij vinden dat ze die verantwoordelijkheid niet aankunnen, en waarbij deskundigen of de voogd in hun plaats moeten oordelen, zijn mensen met verstandelijke en/of psychiatrische beperkingen.
Ze vrezen, veelal vanuit een individuele & morele visie op deze handicap voor ‘ongelukjes’, op ongewilde zwangerschap of nakomelingen, en/of op grensoverschrijdend gedrag met ongewenste seksuele contacten.
De gematigden
Nog anderen, een relatief grote groep, zijn ervan overtuigd dat doorsnee mensen niet beter dan mensen met verstandelijke en/of psychiatrische beperkingen hun verantwoordelijkheid opnemen op vlak van het bedrijven van lichamelijke en andere vormen van liefde.
Wanneer dit op een aanvaardbare manier gebeurt, waarbij niemand tot iets gedwongen wordt, vinden zij dat iedereen dezelfde rechten (en plichten) heeft op dit vlak.
Ze vinden dat mensen het recht hebben op privacy, liefhebben en geliefd te worden, vriendschappelijke en emotionele relaties te ontwikkelen, te leren over het spectrum van intimiteitsbeleving, te trouwen & na zich na zorgvuldige informatie een beeld te vormen over het opvoeden van kinderen ze al dan niet te krijgen en een eigen expressie van intimiteitsbeleving te ontwikkelen waarin seksualiteit een belangrijke plaats kan maar niet hoeft in te nemen.
Ze gaan seksualiteit dus niet meteen stimuleren, en vinden dat intimiteit in alle vormen evenveel respect verdient. Maatschappelijke verantwoordelijkheid staat bij hen eveneens erg centraal.
In die zin vinden zij intimiteitsbeleving niet enkel seksualiteit en wordt de problematiek rond toestemming uit zijn vaak rigide context gehaald.
Taboes rond seksualiteit & relaties, die er paradoxaal nog steeds en zelfs toenemend zijn, leiden bovendien vaak tot misbruik en situeert zich in een leven waarin vaker dan gewenst misbruik gemaakt wordt van de beperkingen van de persoon in kwestie.
Het dwingen van een koppel met een relatie tot vaak klassieke en vaak pijnlijke seksualiteit omdat dit hen volgens ‘algemeen aanvaarde normen’ of ‘normaliteit’, tot een echtpaar zou maken komt veel frequenter voor. Zoals het niet onder één dak wonen of één domicilie hebben twee mensen niet minder tot een echtpaar maakt.
Het blijven in de praktijk helaas wel nog taboes. Vooral in klassiekere gezinnen is er vaak nog heel weinig ruimte voor een ‘atypische’ partnerrelatie. Een relatie zonder of met beperkte seksualiteit maar ruime intimiteit en samenhorigheid is naar mijn mening evenwaardig of zelfs meer waardevol.
De progressieven
We sluiten af met een laatste visie, van een waardevolle minderheid van mensen die seksualiteit als een belangrijk onderdeel vinden in de beleving van de kwaliteit van ieders leven.
Ze zijn gegroeid voorbij die vaak bestaande dubbelzinnigheid tussen tolereren en aanvaarden.
Ze behandelen, net als mezelf, volwassenen met (om het even welke) handicap niet als kinderen, maar als volwassenen, met alle rechten en verantwoordelijkheden vandien. Ze volgen het sinds kort geratificeerde Verdrag van de Verenigde Naties over de Rechten van Personen met een Handicap.
Ze communiceren dan ook op hun niveau, een zeldzaamheid in onze samenleving, rekening houdend met de wederzijdse beperkingen. Ze bieden privacy om seksualiteit te kunnen beleven, en ondersteuning in de vorm van vorming op het gewenste tempo & ervaringsuitwisseling.
Tot slot
Ter afsluiting kan deze beschouwing natuurlijk maar een van de vele teksten zijn die circuleren over het thema. Nochtans blijft dit thema vaak nog een taboe, waarover zowel verontwaardiging, verdriet, boosheid als wanhoop bestaat. Veel menselijke gevoelens, vaak weinig vanuit een weinig menswaardige situatie.