In de stad helpt niets anders om je af te zonderen dan een klein vertrek met degelijk slot en grendel. Wie zo’n veilig onderkomen voor zijn behoefte niet bezit, is de erbarmelijkste en beklagenswaardigste van alle mensen. Hoeveel vrijheid hij ook heeft.
Wanneer je in een grote stad niet eens meer een deur achter je dicht kan trekken om te schijten. Wanneer deze ene, deze belangrijkste vrijheid je is ontnomen, namelijk de vrijheid om je tijdens het doen van je behoefte voor andere mensen terug te trekken, dan zijn alle vrijheden zonder waarde. Dan heeft het leven geen zin meer. Dan kan je net zo goed dood zin.
Wanneer je tot het inzicht bent gekomen dat het wezen van de menselijke vrijheid uit het bezit van een wc bestaat en je over deze essentiële virjheid beschikt, vervult dat met een gevoel van diepe voldoening.
Ja, het is toch goed dat je je leven hebt ingericht. Er valt niets maar dan ook helemaal niets meer te betreuren en geen enkel ander mens meer te benijden.
Geïnspireerd door een fragment uit Patrick Süskinds ‘De Duif’