Het is 21 september. Het begin van een nieuwe periode. De herfst breekt aan. Samen met de herfst ook alweer de verjaardag van de relatie van mijn vriendin en ik. Dat hoeft niemand behalve ons te interesseren natuurlijk. Niettemin … waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Vandaar.
Zowel wanneer ik achterom als vooruit kijk, zie ik veel moois. Natuurlijk is er ook veel lelijks in de wereld Zoals Gezelle die onderweg is, zie ik ‘dullen en dwazen’.
Samen met de herfst breekt ook een melancholische tijd aan. Ik heb altijd van melancholie gehouden. Een zachte, milde melancholie dan wel, geen depressieve noch een gitzwarte vorm. Meestal is er te veel in deze wereld om niet bij stil te staan en te overpeinzen, zeker als het wat donkerder wordt. Mails van vroeger herlezen en beantwoorden. Of iets recht zetten dat plots duidelijker is, of vragen stellen over wat duidelijk leek. Toen, ooit.
Als de herfst aanbreekt, is het voor mij van traag à la volonté met een vleugje vlug als toetje. Het is stilstaan bij kiezen. Wat eerst te vertellen. Het oproepen van beelden. Niet zozeer van de kolkende zee. Eerder van een bos, inclusief dwarrelende vuilgele blaadjes. Een geborgen, deels verborgen gevoel. Alles zien en niet gezien worden. Toekijken en beschrijven, theoretiseren over sociale verhoudingen. Met mate ook deelnemen en genieten. Vooral dat laatste. Nog een geluk dat ik op ‘affectief vlak’ zo goed omringd ben. Door dierbare vrienden, ver en dichtbij. En natuurlijk door mijn liefste schat. En dat in de herfst.