Donkere dagen

Weldra komen de donkere dagen eraan. Dagen als lichtjaren. In het donker naar huis rijden. Geen daglicht als je thuis bent, behalve in het weekend soms. Buiten een feest van de consumptie. Binnen de start van de onderhandelingen voor een pseudo-progressieve correct harmonische kerstavond.

Terwijl de armen thuis blijven, vlucht een minderheid die het kan veroorloven. Zij laten alle gedoe aan zich voorbij gaan. Ze vertrekken. Naar het Paaseiland om er kerst en nieuwjaar met twee te vieren. Naar Mexico, India of Zuid-Afrika. Of naar een bergdorpje in de Alpen.

Zelf heb ik dit jaar het geluk de feesten sober en authentiek te vieren. Met in gedachten het verhaal aan de bron. Zonder masquerade. Met een realistisch budget. Omringd door mensen met een groot hart. Ik wens het iedereen toe.

Rondom mij gaat de evolutie natuurlijk verder. Zonder dat ik eraan hoef deel te nemen. Dat is zowat het enige pluspunt aan de donkere dagen. Dat het min of meer toegestaan is ‘offline’ te blijven. De verbeelding op te zoeken. Dat boek dat je altijd al wou lezen. Die film die je ergens hebt staan op een dvd. Die tekst die je eens wilde afwerken. Een tijd van mijmeringen.

De wereld staat natuurlijk niet stil, maar in de donkere dagen hoef ik ze even niet te volgen. Ze gaat aan mij voorbij. Uiteraard ben ik niet het centrum van het universum. Vandaar ook mijn engagementen om het anders te doen dan mijn omgeving. Concreet en in gedachten, als getuigenis en als stimulans.

Maar er is ook tijd om te ontspannen en écht te vieren. Zonder materiële stimuli. Even in de wolken te zijn. Van het wonder van kerst, een symbool van wederzijdse kwetsbaarheid. Van de belofte van een goed nieuw jaar. En daarna gaat het leven gewoon door. Leven na de donkere dagen. Of dat is toch minstens te hopen. Voor iedereen.


Dat het zo wordt

Dat we voor ‘t eerst elkaar opmerken, dat jij begint te lachen en knipoogt, dat ik dan verlegen bloos, dat ik dan zo begin te stamelen, of ik je ken, meisje uit mijn dromen, dat jij me vertelt hoe we elkaar ooit hebben ontmoet, in een stadspark na een lentebui in de middagpauze, als in een lege kamer op een blauwe maandag, dat ik je eerst niet volg, wat je zegt, verloren in je ogen, wel aan je lippen gehangen, gebiologeerd door je silhouet, je smaakvolle kledij, je laarsjes, dat jij me dan een speels kusje geeft, net genoeg om mij te doen smelten, dat ik dan in een parallel universum ons oud zie worden, dat jij me op dat moment te snel af bent, zo erlangs glipt, speels alweer, en onze vrienden af en toe doet lachen, om mijn leefstijl, klungelig en outlandisch, dat ik op weg ga met jou, stap na stap, terwijl het buiten donker wordt, terwijl ik door de jaren, wisseling van seizoenen, mijn pianospel oefen, tot jij stilaan vervaagt in de tijd om mij onvermoede redenen, en er anderen in mijn leven komen, maar je in mijn hart blijft, tot je hier naast me zit, tot mijn kleinzoon me komt halen, want het is tijd, om te oefenen om te leven. – Geïnspireerd door een gedicht van Joke van Leeuwen

Mijnheer Doktoor

In ‘Mijnheer Doktoor’, het boek en de reportagereeks op Canvas, worden verhalen opgetekend over het leven en werk van een huisdokter in de tijdsgeest van de jaren ’40, ’50 en ’60 van vorige eeuw.

Sinds een paar weken kijk ik naar de reeks op Canvas, elke zaterdagavond. Geslaagde televisie als je ‘t mij vraagt. Tien charismatische huisartsen vertellen erin over de maatschappelijke rol die zij speelden, afgewisseld met archiefbeelden van het leven zoals het was.

Manusjes van alles

Huisdokters, zo blijkt elke week opnieuw, waren toen manusjes van alles. Ze deden niet alleen veel huisbezoeken maar ook bevallingen en kleine operaties. Ze waren niet alleen arts maar ook biechtvader, apotheker, verpleger, ambulancier, psycholoog, maatschappelijk assistent en financieel adviseur.

De huisarts was behalve een arts ook een vertrouwenspersoon, een beetje biechtvader. Zelfs meer dan mijnheer pastoor. Als ze eens een scheve schaats hadden gereden, verborgen homo of lesbisch waren, of bij een prostituee waren gegaan, dan moesten ze dat kwijt. Dat kon moeilijk bij de pastoor, of ze mochten verhuizen naar Nederland. Mijnheer doktoor was de enige intellectueel van het dorp die aanspreekbaar was.

De huisarts ging, veel meer dan nu, bij de mensen thuis op huisbezoek en was dan ook een bevoorrechte getuige. Hij had daardoor ook zicht op de gezondheid, de hygiëne, de relaties en zelfs het seksleven van de mensen. Zijn woord was bovendien wet.  Ook de vrouw van de huisarts had een heel eigen functie. Zij moest behalve het huishouden zelf beredderen ook standbye staan voor oproepen. Soms had ‘madame van de doktoor’ daardoor ook wel een eigen temperament. Haar man kreeg uiteindelijk een grenzeloos respect. Wat nu iets minder is maar ook afhangt van het maatschappelijk bewustzijn van de huisarts.

Pastoor, doktoor en notaris

Al een paar weken volg ik dus met grote interesse de uitzendingen op Canvas. Het is een zeldzaamheid dat hoogbejaarden de tijd krijgen om een ‘vertelling’ te doen. Dat doen ze met zwier en smaakvol. Als echte sit-downcomedians en filsoofen tegelijk. Ze getuigen van een voorbije tijd voor sommigen, een actualiteit voor anderen. Hoewel ze wellicht wel wat overdrijven en romantiseren. Herinneringen worden graag bijgekleurd.

Ze vertellen dan ook over een ‘vervlogen tijd’. Toen de dokter samen met de pastoor en de notaris nog het triumviraat was dat het voor het zeggen had in dorp en stad. Toen de dokter nog met de fiets of de brommer op huisbezoek ging. Soms zelfs met de schaats. Met enkel een bloeddrukmeter, een reflexhamer en een stethoscoop. Met morfine, cafeïne en efredine. En soms wat DDT om de luizen op de kinderkopjes te verdelgen.

Ketters

De vorige weken ging ‘t ondermeer over de manier hoe holebi’s vroeger bekeken werden (‘iets waaraan ze lijden en het weg willen’ of ‘een vorm van passieve pedofilie’), en over de invloed van de katholieke kerk in het begin van de vorige eeuw op eenvoudige en goedgelovige mensen. Mensen die zelfmoord pleegden door een schuldgevoel om een of andere ‘zonde’ of geaardheid.

Zoals een van de dokters zei, de mensen die naar de redemptoristen gingen luisteren waren eenvoudige werklieden. Maar nog steeds bestaat die angst om geïsoleerd te raken in een familie door bepaald ‘ketters’ of ongepast gedrag. Zich afzetten tegen bepaalde ideeën, in plattelandsgemeenten is ‘t lang nog niet evident.  Zelfs bij bepaalde pseudo-progressieven. Mensen dom houden, vernederen en bang maken is helaas van alle  milieu’s en alle tijden.

Nog in goede gezondheid

Het valt natuurlijk wel op dat de huisartsen nog in goede fysieke staat zijn en er warmpjes lijken in te zitten op hun gezegende leeftijd. Het zijn mensen die hun goed hun brood verdiend hebben. Zeker als mensen die het minder hebben nu de interieur van hun huizen zien, de weelderige tuinen, hun kledij, de manier waarop ze spreken … een notabele waardig.

Hoewel de huisarts van vroeger wellicht een van de meer sociale beroepen was. Het waren immers mensen die de mogelijkheid hadden in die tijd aan de universiteit te studeren, die financieel meestal uit een betere klasse kwamen. Ze kozen er niet voor om bedrijfsleider, ingenieur of advocaat te studeren, maar wilden zich usse het gewone volk begeven. Voor zo’n empathie kan je maar respect opbrengen.

Niet te veel respect echter. Een mens mag mondig zijn en het advies van zijn arts met de nodige scepsis benaderen. Niet dat mondigheid agressie moet betekenen, maar toch.


Een tijd van het individueel model

‘Mijnheer Doktoor’ getuigt dan ook van een tijd waar ik zelf niet in zou willen leven. Een tijd waarin een huisarts alleen werkte, en er blijkbaar geen vrouwelijke huisartsen waren.

Een tijd van kritiekloos aannemen van wat een arts zegt. Een tijd waarin artsen een vrij beperkte kijk hadden op de relatie fysiek-psyche-sociale omstandigheden. Een tijd waarin mensen al hun hebben en houden op tafel gooien bij een arts. Een tijd ook waarin een arts zijn morele denkkader zomaar betrekt in zijn diagnose, of behandeling. Waarin ze dus hun boekje te buiten gaan.

Wat ook duidelijk blijkt, is hoe sterk het individueel medisch en deels zelfs het morele denken nog overheerst in het hoofd van de geïnterviewden. Een individueel denken dat vertrekt van een veroordelende scheiding tussen wat goed en slecht is, een zwart-wit-denken, soms op basis van morele waarden die toch wat bedenkelijk overkomen. Hoewel ze tegenover de waarden van de tijd waarin ze studeerden en in de omgevingen waarin ze werkten wellicht nog relatief gematigd waren.

Zeldzaam zijn de artsen die ik ken die psychologisch goed om kunnen met hun cliënten, hoewel er nu al heel wat meer aandacht aan besteed wordt in de opleidingen.

Dr. Van Moen uit Roeselare vertelde onlangs op de West-Vlaamse televisie WTV-Focus wat hij het belangrijkste vind in de relatie patiënt-huisarts:

“Het komt er vooral op aan met de mensen te spreken. Psychotherapie. Want soms vragen ze mij nu nog de raad van een oude dokter. Dokter, wat zou u doen in onze plaats ?’.

Verder is hij ook duidelijk over spijt:

“Mijn spreekwoord is ‘je ne regrette rien’ zoals uit het chanson van Edith Piaf. De mensen zeggen ‘moesten we ‘t kunnen herdoen’. Ik zeg dan ‘Allemaal larie!’ We kunnen niets herdoen”.

Maladies imaginaires

De onkunde van heel wat huisartsen in de omgang met ‘psychische gevallen’ in die tijd komt het best aan bod in de aflevering over de psychische ziekten, waar huisartsen in die tijd geen kaas van hadden gegeten. Althans, zo blijkt volgens mij uit hun getuigenissen. Zoals een dokter zegt : ‘Er scheelt iets in die bovenkamer, maar begin ‘t maar te zoeken’.

Veel fysiek onverklaarbare aandoeningen waren immers ofwel ingebeeld ofwel psychisch ofwel onzin. Anderzijds worden sommige vormen van andersfunctioneren, zoals homoseksualiteit, in die tijd ook nog als psychische aandoening beschouwd.

Overspannenheid behoorde tot die laatste. Een klop op de schouder, een slag op de bil en hups … weer in de ratrace. Mensen waren dan ook beschaamd om toe te geven dat ze last hadden van de verwachtingen van de moderne economie. Of de leegte moesten vullen. Of leden onder de rem op hun persoonlijke ontwikkeling of het niet aanvaard worden door hun omgving. Of doodgedrukt werden door de dominantie van hun echtgenoot. Allemaal niet van aantrekken, krijgen ze te horen: verdragen maar.

Niet verwonderlijk dat naast medicatiemisbruik ook alcoholisme en psychotische uitbarstingen aan bod komen als reacties op de tijdsgeest. Mensen moesten immers vluchten … hetzij in medicatie (o.a. de poeders van Dr. Mann, de fenacitine en de morfine), hetzij in alcohol (al dan niet met verslaving), of in een of andere geheime relatie. De tijden zijn niet zo veel veranderd op dat vlak.

Sommige middelen zijn ‘vermaatschappelijkt’, andere in de illegaliteit verzeild. Zo drinken nog heel wat moeder of grootmoeders wellicht een elixir af en toe, een porto na het poetsen, een martini of een guiness terwijl mannen een pintje, een leffe een whisky achteroverkappen.

Wanneer de bejaarde dokters dan, iets jonger, in aanraking komen met een ‘geval’ van psychose … grijpen ze meestal naar de spuit (met haldol bijvoorbeeld). Of rijden bij agressie, of religieuze pyromanie, meteen naar een of andere psychiatrische kliniek. Het gesticht dus. Met allerlei hilarische taferelen.

Mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid groeien in die tijd dan ook meer op in de thuissituatie. Sindsdien zijn de gedwongen opnames of collocaties toegenomen. Maar zoals een dokter zegt : “Er zijn geen algemene regels voor. Pas als ze agressief worden of niet meer gaat thuis voor de omgeving, moeten ze opgenomen worden.”

Blij thuis te zijn in deze tijd

Na elke uitzending ben ik toch blij in mijn tijd te leven. Huisartsen hebben weliswaar nog veel te leren, in het zien van een lichaam en geest in één beeld, en in samenwerking met andere disciplines, in het niet oordelen vanuit hun waardenkader … maar er is al veel positiefs gebeurd.

Jammer genoeg roepen heel wat ideeën in deze serie jammer genoeg bij velen nog steeds nostalgie naar betere tijden oproept, en ondersteunen ze ze nog. De tijden zijn gelukkig (bv voor vrouwen, voor mensen met psychische kwetsbaarheid en voor de holebi) al iets veranderd. Toch is er nog werk aan de winkel. Weinig blijft, behalve de verandering.

‘Dove worstelaar krijgt ongewild oorimplantaat’

In de Amerikaanse ziekenhuisserie House M.D., wekelijks op zondagavond op 2BE uitgezonden, komen af en toe situaties die interessante gespreksstof geven. Al is het maar door de vertolking van het hoofdpersonage door Hugh Laurie die in zijn bepaalde maatschappelijk ideeën die ter discussie staan een extra dimensie geeft.

Niet in het minst omdat het personage House zelf een fysieke handicap heeft. Door een operatie aan zijn been heeft de medicus een constant pijnprobleem en een mobiliteitsbeperking. Onlangs kwam in de pers dat Laurie zich zodanig inleefde in zijn personage dat hij er zelf een beenprobleem aan had overgehouden. Hij speelde iemand met een handicap maar was erdoor zelf beperkt geraakt. Hoe ironisch, volgens sommigen.

Nochtans wil het personage House er alles aan doen om zich niet als sukkelaar te gedragen. Hij rijdt met de auto of met de moto … waar hij af en toe mee een ongeval mee krijgt. Maar hij heeft ook een hekel aan anderen die zich alle mogelijke moeite doen om hun handicapidentiteit te verloochenen. Tegelijk wil hij sterk de ‘normaliteit’ relativeren en zichzelf niet in een hokje laten steken.

Zo zegt hij in een van de vorige afleveringen bijvoorbeeld :

“Weet je … magere, sociaal geprivilegieerde blanke mensen zijn er verdomd goed in een kleine heel exacte cirkel tekenen, daarbinnen alles normaal beschouwen en daarbuiten alles beschouwen als te slagen, gebroken en vermaakt zodat het terug in de cirkel kan worden opgenomen, terug normaal kan worden. Als dat niet lukt, moeten ze maar in een instelling opgesloten worden of erger nog met medelijden overladen.”

Het einde van de match

In deze aflevering (aflevering 22 van serie 5) komt House echter in aanraking met een jonge dove worstelaar Seth, terwijl hij zelf worstelt met hallucinaties als gevolg van een manklopend rouwproces.

Seth (14) bereidt zich voor op zijn zoveelste gevecht in de arena van zijn speciale school. Zijn (knappe) vriendin die tolkt langs de lijn, vangt op dat hij zenuwachtig is. Zijn moeder staat vooraan het enthousiaste publiek met een ‘Deaf Pride’ T-shirt. ‘Je bent toch niet doof’ gebaart hij haar.’ ‘Maar ik ben trots op jou’, geeft ze terug, ‘dat mag toch ook’. Een niet-dove die trots is op doof-zijn, dat lijkt hem toch niet echt authentiek.

De wedstrijdrechter roept daarop de namen af die gaan duelleren. Iedereen joelt met de handen. De doventolk doet gebaar dat het aan Seths beurt is en gaat naar haar plaats. De match begint. Het belooft spannend. De worstelaars zijn aan elkaar gewaagd. Halfweg valt Seth neer op de grond, grijpt zijn oren vast, alsof hij getroffen wordt door een loeihard geluid. Hij gilt het uit van de pijn.

Een rondje medisch gokken

In het ziekenhuis komt Seth op de diagnostische afdeling van Dr. House terecht. Zoals bij elke nieuwe patiënt wordt zijn zaak besproken binnen het team. Seth wordt voorgesteld als een dove jongere die ingebeelde geluidsexplosies te horen.

Dr. House stelt op basis daarvan het exploding head-syndroom voor. Zijn hersenen horen volgens Dr. House dus wel. Maar Seth is sinds zijn vierde doof door meningitis. Maar waarom is er sindsdien dan niet gekozen voor een hoorimplantaat ? Daarop gaat voorlopig niemand in.

Bovendien lijdt Seth niet aan slapeloosheid of migraine en heeft geen hoofdwonden. De moeder is alleenstaande, de vader is een kerngezonde spermadonor. House doet dan een gokje op slaapkwabepilepsie. Maar dat zouden ze wel al gezien hebben. Het kon op een zware tackle lijken. Ze gaan in het epilepsielab kijken of zijn hoofd weer ontploft.

Waarom niet normaal zijn als het kan ?

Wanneer zijn assistenten proberen een eventuele epilepsie te activeren, komt de cultuur van doofheid ter sprake. Het valt zijn collega’s op dat House niet ermee spot dat de dove Seth geen hulpmiddelen zoals een oorimplantaat gebruikt. Nochtans vindt House dat Seth zich genesteld heeft in zijn handicap en cultuur in plaats er iets aan te doen en er tegen te vechten. Zijn moeder heeft hem hiertoe aangezet.

House heeft zulke dilemma’s met andere patiënten reeds gehad. Telkens iemand met een handicap opduikt, veronderstelt hij dat het ongedaan maken van een of andere beperking evident de keuze moet zijn een rationeel denkend mens. Ook al gaat dat gepaard met risicovolle behandelingen of complexe procedures. Hij bespot mensen uit de omgeving of familie die hem door hun protest verhinderen die ingrepen te doen.

De figuur House kan immers niet verstaan waarom mensen ‘gehandicapt’ zouden willen blijven als ze weer ‘normaal’ zouden kunnen zijn. Hij kan niet om met iemand die zich goed voelt in zijn handicapbeleving en identiteit.

In dit geval gaat hij zover om ‘in het belang van allen’ het implantaat te zetten, zonder toestemming van de patiënt, diens familie en zelfs onder protest van zijn team. House gaat ervan uit dat het kind, eens hij het implantaat heeft, zich wel zal aanpassen aan de samenleving en helemaal zorgeloos zal integreren.

Waarom pijnloos leven als het anders kan ?

Maar zegt dat niet net iets over dokter House zelf ? Hij heeft immers een handicap waar hij niets aan doet. Hij weigert iets te doen aan zijn fysieke beperkingen, zelfs niet aan zijn hallucinaties Integendeel, hij houdt het bij middelengebruik en soms zelfs misbruik.

Sterker nog, telkens er iets mogelijk blijkt om pijnloos te lopen, stopt hij, bang om te gewoon en te conform te worden. Zijn kwetsbaarheid is hem toch liever dan hij denkt. Het enige wat hij doet is rationaliseren en andere mensen met een handicap die het beter doen in zijn situatie bespotten. Het enige wat House waardeert in zichzelf is zijn begaafdheid en zijn medische kennis. Moet iemand hem misschien in het zwembad gooien om zichzelf te redden ?

In vrede met doofheid

Seth van zijn kant neemt vrede met zichzelf. Dat is te bewonderen. Maar lang niet volgens iedereen. Doofheid is voor sommigen, zoals de zwarte Foreman een handicap (‘disability’), geen identiteit. Ook dat het een cultuur is met eigen scholen en taal kan volgens sommigen niet op tegen het argument dat wat je kan nabootsen met goedkope oordoppen geen cultuur genoemd kan worden.

Dr. House zelf probeert intussen op alle mogelijke wijzen aan te tonen dat Doven al de goede dingen in dit leven missen. Of minstens, wat hij daaronder verstaat. Zo komt hij met een zonnebril op, met een loeiharde versie van Public Enemy’s ‘Fight the Power’ op zijn ‘boom box’ binnengewandeld. De jongen vind het minder erg dan zijn moeder, en geniet van de vibraties.

Ook als House de jongen gezellig ziet gebaren met zijn dove vriendin, die aan zijn ziekenhuisbed zit, en ze hem niet horen tegen het raam tikken om de kamer binnen te kunnen, mompelt hij dat het net zoals in de zoo is. Hij doelt op de apen die ook gebaren met elkaar.

Doof als neveneffect van kanker om een oorimplantaat te zetten

Uiteindelijk blijken ze een manier gevonden te hebben om zowel de doofheid als alle andere kwaaltjes op te lossen. Een extreem evoluerende kanker zou de doofheid veroorzaakt hebben. Als Seth vraagt om de kanker te genezen en de doofheid te laten, kan dat blijkbaar niet en zijn de dokters verrast. Ze willen dan iets doen, en dan is het nog niet goed. Ondankbare gehandicapten !

Ondanks duidelijke aanwijzingen van een kanker op de scan van het hoofd, besluiten ze toch een biopsie te doen, en op dat moment een oorimplantaat te zetten. Nu Seth toch op de operatietafel ligt. Zonder toestemming. Het zal allemaal wel later uitgelegd worden. Zoals het wel vaker gebeurt.

Inslapen als Dove, ontwaken als horende

Zo ontwaakt Seth dus uit zijn operatie als iemand met een ongewenst oorimplantaat. Alles rond het implantaat in deze serie is trouwens vreemd. Dat er zo snel een implantaat voor handen is, de wijze van inbrengen, de wijze waarop het geactiveerd wordt … echt Hollywoodiaans. Ook al ben ik zelf niet doof, het lijkt me vreemd dat mensen na een paar slagen op een toetsenbord de vreemdste geluiden horen.

Het tikken van de klok, de voetstappen op de gang, het doorlopen van het infuus, getokkel van toetsen, het geritsel van vallende bladzijden papier waarover voeten lopen, oordovende echo’s van stemmen, en dan nog de cynische mededeling dat hij wat moet ontspannen. Het is in elk geval fascinerend.

Seth lijkt in elk geval te kunnen horen maar zonder er betekenis aan te kunnen geven. En hij schreeuwt het uit. Zijn moeder vraagt meteen een gesprek met de medisch verantwoordelijke.

De boze moeder en de dove dokter

Ze is boos dat haar zoon ongevraagd het implantaat heeft gekregen. Dr. House zegt dat hij haar zoon weer kan doof maken. Of blind. Ook een fijne cultuur. Ze wil dat hij het meteen verwijdert, maar dat wil House niet. Hij bekomt net van een zware operatie, zegt hij. De medisch verantwoordelijke wil wat Dr. House deed niet goed praten maar probeert tot een compromis te komen.

Omdat ze zich waardig houdt en niet staat te schreeuwen, komt dat niet zo over bij de dokters. House zegt aan de moeder dat ze eigenlijk wel graag het oorimplantaat had, maar ze had volgens hem het lef niet om het implantaat te laten inplanten. Ze zegt dat ze bij de eerste mogelijkheid het apparaat er weer uit wil. House wordt van het dossier gehaald, maar maalt er niet te erg om.

Een kaakslag voor alle andere mankepoten

Als ze buiten is, zegt House dat hij dit gedaan heeft omdat hij niet wou dat de moeder voor de handicap van haar kind koos, uit respect voor alle andere ‘kreupelen’. Seth is volgens hem ‘ignorant’, zij is ‘idioot’. Dat is niet goed genoeg, zegt de medisch verantwoordelijke. Maar House schreeuwt terug : ‘Mijn patiënt verkiest een handicap. Dat is een kaakslag voor alle andere mankepoten’.

Zijn team vind het in elk geval een grote blunder. House zelf vind niet dat hij zich moet verantwoorden. Hij gaf het gehoor terug en vergelijkt zich met God. Bij zijn collega-oncoloog, Wilson, van wie hij een berisping verwacht, krijgt hij te horen dat wat hij deed mooi was, een zaak van zorg. Hoewel immoreel en illegaal. House verweert zich door te stellen dat hij het ding inplantte om de dwaasheid van Seth te bewijzen. Hij deed het niet om zijn dossier, zijn leven te redden, maar om het beter te maken. Je moet ergens beginnen, vind Wilson.

Eruit rukken !

Intussen wil Seth zo snel mogelijk van het ding af. Zijn moeder legt uit dat ‘t niet meteen kan. Hij moet eerst beter worden. Ze raakt verbitterd en zegt zijn naam. Hij houdt van het geluid ervan. Maar als een andere dokter bij hem langs komt, begint hij in zijn bed te plassen. Het zou te maken hebben met Seth’s hart.

Seth komt te weten van zijn vriendin dat die nu ook een implantaat wil. Er zou een nieuwe wereld voor hen opgaan, zegt ze. Dat heeft niemand nodig, zegt hij. Hij wil geen nieuwe wereld. Er hoeft niets te veranderen. Wanneer hij hoort hoe zijn vriendin vervolgens vraagt waar het toilet is, schrikt hij. Het vergt wat tijd om gepast te leren spreken, stelt de dokter hem gerust.

Zijn hart lijkt intussen ok. Nochtans vind House dat er hartritmestoornissen zijn en wil dit testen. Maar dan horen ze geschreeuw uit Seth’s kamer. Hij heeft het implantaat uitgerukt. Merkwaardig genoeg dat hij dit zomaar kan, aangezien zo’n ding volgens mij in zijn hoofd zelf is vastgehecht. In elk geval bloedt hij uit zijn hoofd, maar zijn hart klopt ook onregelmatig. Daarmee zijn de hartritmestoornissen volgens de dokters bewezen.

Als het dat niet is, dan is het MS of CVS … of iets anders

Om een of andere vreemde logica (een worstelingmatch, stroboscoop) komt Dr. House even later op het idee dat het om MS zou gaan. Hij geeft opdracht de behandeling te starten, die op ‘t eerste gezicht ook lijkt te werken. Tot hij laat op de avond nog een telefoontje krijgt dat Seth aan het sterven is. Seth’s longen begeven het. Ze zijn dus verkeerd. Wat al eens vaker voorkomt.

Wat ze over het hoofd hebben gezien, is de schorheid van de stem. Wat bij dove mensen niet zo gemakkelijk hoorbaar is. Seth kauwt al een tijd tabak om gewicht te verliezen voor het worstelen, maar is dat gestopt vlak voor hij zijn klachten kreeg. Wat een eerdere infectie vertraagd heeft en nu weer toe slaat. Uiteindelijk blijkt behandelbaar. Zijn doofheid zal er niet onder lijden. Tenminste, dat denken we.

De keuze voor de samenleving

Op ‘t einde zien we echter moeder en zoon een laatste keer gebaren met elkaar. Seth’s moeder zegt dat ze de dokters het implantaat laat klaarmaken. Seth protesteert, want dat was toch altijd zijn keuze. Maar, zegt zijn moeder, je rukt het er liever uit dan het eens een paar dagen te proberen en het een kans te geven. Ze zegt dat het nu aan haar is om de keuze te maken.

Uiteindelijk kiest zij dus vanuit haar beleving, die van de samenleving, die horend is. Misschien een al even betwistbare keuze als die van de dokters. In elk geval een interessante aflevering rond een dilemma die ook buiten het ziekenhuis heel wat discussie uitlokt.

Niet kunnen horen is erg, niet kunnen luisteren is een tragische handicap

Zal Seth met het hulpmiddel immers niet gewoon doof blijven maar op een horende manier ? Verdient dit niet een meer diepgaander keuzeproces dan in een ziekenhuisbed en een bezinning over de voor – en nadelen van de ingreep met zich meedraagt ? Last but not least lijkt het de clichés van de horende cultuur te bevestigen: horen kunnen ze, niet kunnen luisteren blijft voor velen onder hen een tragische levenslange handicap.

House M.D. – elke zondagavond op 2BE

Dit artikel is met toestemming overgenomen door Handiwatch - de mediawatch van Grip vzw – en opgenomen in de Nieuwsbrief n°32 van Grip vzw.