Bosspel zonder eind

Een verlaten bosweg, middernacht. Pikdonker, maar fel verlicht door de koplampen van een ’sports utility vehicle’. Een toeter die tot in de verte hoorbaar is. Draaiende motor. Tot ver weg de rode gloed van ingedrukte stoplichten, vermengd met het al even gloeiend rood van het dampend mistlicht. Even verderop een verhakkelde fiets. Nog wat verderop een kind dat huilend en in de war snel weg fietst.

Op zoek naar hulp. Voor de man die met bebloed hoofd op het stuur van zijn SUV ligt. Of voor de andere man die ze niet ziet, die even verder in de greppel naast de weg is geworpen. Door de slag waarvan bewoners even verderop dachten dat het een neervallende boom was. De storm, mijnheer. Of misschien wel een bosspel. De jeugd van tegenwoordig is niet meer bang voor de bossen, of voor het gespuis dat daar rond middernacht in beweegt. Het is halloween voor iets. Of samhain voor de toverkolletjes onder ons. Of Allerheiligen voor de godsvruchtigen.

Daar staan ze dan. De man van de SUV. De man van de fiets. Op elkaar te schelden natuurlijk.

Wat de fietser dan wel dacht van voorrang van rechts ? Of die andere dan wel de fietser omver moest rijden, vader van twee schatten van kinderen ? Of de man van de SUV dan wel dat arme schaap moest kiezen in plaats van die oude zak en hoe hij kon ruiken dat die nog twee kinderen op de wereld had verwekt ? Wie er dan vanavond die arme kindjes, van wie de moeder er vorige maand trouwens vandoor is met een zakenman uit Taiwan, dan wel moet troosten ? Of er misschien ‘maatschappelijk werker’ op ‘t voorhoofd van de man van de SUV staat gegraveerd ? Enzomeer.

Enfin, niet te luid natuurlijk. Ze zijn allebei behoorlijk afgeleefd. En ze willen ook niet te veel opvallen. Beiden zijn ze hier nooit geweest.

De ene is op terugweg van zijn bezoek aan zijn geheime villa hier even verderop. Gehuurd met een paar vrienden. Om tijd te stelen. Niet echt origineel natuurlijk. De andere was net bezig aan zijn bizarre gewoonte om door het bos te fietsen ’s nachts. Maakt zijn zintuigen zogezegd los. Thuis slapen de kinderen.

Daar staan ze dus. Alleen, temidden de duisternis. Te wachten. Onwennig. Roken een sigaret. Er staat op dat je ervan kan dood gaan. Ironisch genoeg. Daarom lachen gaat hen nu niet meer zo goed af. Beetje bang toch.

Wie weet wat er straks komt. Een hark in je poep, in stukjes gezaagd als duivelsvoer. Rijstpap met gouden lepels. Eeuwig verdoemd spoken in de verbeelding. Verbannen tot een leven als Ijsbeer in een van de koudere ijszeeën of als rode bloedlichaampje. Niemand weet ‘t.

Ze passen eigenlijk wel goed bij elkaar. Verbonden door een gebeurtenis. Postuum dan wel.


Geïnspireerd door een acteursoefening van Gilles Coulier, met o.a. Kurt Vandemaele (op aangeven van die laatste).

Reageer op dit bericht