Treffende woorden

U zoekt … een orchidee voorbij de grens … het mooiste meisje ter wereld om zielsveel van te houden en in een love seat in de kinepolis te knuffelen … oma’s eethuisje dat u wil bezoeken evenals mijnheer doktoor en de architecte elizabeth iglesias … zo mooi anders vind u de fiets, vive le vélo.

U zoekt echter ook dringend naar … de efficiënste middelen om te komen tot zelfdoding … om u te behoeden voor … het dichotoom denken van grijze ambtenaren … en te verhinderen dat u eindigt zoals de dood van de ivan illjitsj en andere ice age 3 figuren.

U doet al voorstellen: een tafelrede op kerstmis, duitse schlagermuziek op kerstmis, en een hart dat meer kamers heeft dan een hoer. En als reserve de paperasserij van een invaliditeitsuitkering voor uw autisme, maar daar heb ik geenszins ervaringsdeskundigheid in.

U klaagt het gebrek aan intimiteit bij ouderen aan, zoekt naar middelen om op oudere leeftijd klaar te komen, tot een hoogtepunt, te genieten van porno. Als dichotoom denkende grijze ambtenaar maar ook voor de andere ouder wordende mannen is dat begrijpelijk.

Ooit was er een tijd dat zoiets alleen bij duurbetaalde therapeuten aan bod kwam. Dat was in de tijd dat de psycho-analyst nog geen dure boeken schreef, klaagt u. Vandaar dat u hier zoekt naar wijsheid en intelligentie. Zonder daarvan jeuk aan uw rug te krijgen.

Dat hebt u allemaal al gevonden. Hier op Zeegroen.

Oceano Mare

Vanuit de verte lijkt het niets meer dan een zwarte stip. In het niets. … het niks van een man en een schildersezel. Op de schildersezel, een doek.

Stilte. Zo nu en dan doopt hij het penseel in een koperen potje en schetst enkele lichte lijnen op het doek. Water. In het koperen potje zit alleen maar water. En op het doek, niets. Niets dat te zien is. Denken: zeewater, deze man schildert de zee met de zee.

Je zou urenlang naar die zee kunnen blijven kijken, en naar die lucht, en naar dat alles. Zonder ook maar iets van die kleur te vinden. Niets dat te zien is. Elke avond wordt hij opgehaald met een bootje, net even voor zonsondergang, als het water hem al tot de borst staat.

Door zijn muze. Naar men zegt met de schoonheid die alleen verliezers kunnen hebben. De helderheid van zwakke dingen. En de absolute eenzaamheid van iets dat verdwaald is. Terwijl ze vooral sterk is. Elke avond haalt ze hem op. Zo wil hij het. En nu hij eindelijk weg is, is er geen tijd meer. Door het donker wordt alles opgeschort. Er is niets dat in het donker waarheid zou kunnen worden.

Het spreekt voor zich dat sterven ook iets is dat hij op zijn eigen manier doet. Zonder veel ophef, zachtjes. Hij gaat op een dag in bed liggen, hij voelt zich niet goed, en een week later is het afgelopen. Het is niet eens duidelijk of hij pijn heeft of niet, die dagen. Ik vraag het hem maar het enige dat voor hem telt is dat we niet allemaal bedroefd zijn om zo’n gebeurtenis van niks. Hij wil niemand tot last zijn.

Sommige mensen gaan dood en, met alle respect, je verliest er niets aan. Maar hij is een van die mensen waarvan je het merkt als ze er niet meer zijn. Alsof de hele wereld van de ene dag op de andere een beetje zwaarder wordt.

Het kan zijn dat deze planeet met alles erop en eraan alleen in de lucht blijft drijven omdat er zoveel mensen als hij rondlopen. Het kan zijn dat zij de wereld omhoog houden. Met die lichtheid van hen. De lichtheid van goede mensen.

Geïnspireerd door Oceaan van een Zee van Alessandro Baricco (met een beeldfragment van kunstenares Ib)

Tegen de muur

“Ik ken dat, tegen de muur lopen”, is de ondertitel van een opmerkelijk interessant interview met sportcoach Marc Herremans in De Morgen van vorige week.

Herremans, ondermeer ook bekend als rolstoelgebruiker, maakt er zijn naam van ‘straffe gast’ helemaal waar. Niet alleen coacht hij ‘vanuit zijn rolstoel’ (de krant schrijft net niet ‘vanuit zijn luie zetel’) meer dan twintig atleten naar overwinningen, maar hij heeft ook een even verrassende als eenvoudige visie op mensen met een handicap.

De veldrijdertherapeut

Sinds 2008 is de voormalig triatleet ondermeer coach van veldrijder Kevin Pauwels. Zijn opdracht: Pauwels mentaal sterker maken. Geen gemakkelijke opdracht, zo blijkt. Aan het enthousiasme van Herremans zal het alvast niet liggen. “Rij ze desnoods in de nadarhekken”, zegt hij hem keer op keer. Figuurlijk natuurlijk, voegt hij eraan toe in het interview. Als nuchtere veldrijder zou je voor minder op afstand blijven van zo’n type.

De communicatie blijkt ook niet zo vlot te lopen. “Kevin is niet de grote communicator. Onze eerste contacten verliepen heel stroef”, aldus Herremans. Als amateur-psychotherapeut gaat Herremans vervolgens aan de slag om de ‘vierde beste wielrenner’ te motiveren. Met de hulp van zijn vriendin die psychologe is weliswaar.

Herreans gaat wel helemaal op in zijn rol als we ‘t interview mogen geloven. Een citaat dat zo uit ‘Psychologie’ zou kunnen komen is bijvoorbeeld hoe hij communiceert met zijn ‘pupil’.

“Zo mag je Kevin bijvoorbeeld nooit een ja – of nee-vraag stellen want dan komt hij niet verder dan ja of nee. Je moet hem verplichten om met een volzin te antwoorden. Af en toe jaag ik er eens een grapje door. Intussen weet hij dat hij bij mij voor alles terecht kan. Het kost tijd en energie, maar geleidelijk creeër je een band. Een flapuit zal hij nooit worden, maar waar ik vroeger geregeld moest wachten op een antwoord, onderbreekt hij me nu soms.” Herremans schrikt er zelfs niet voor terug wekelijks met de ouders van de wielrenner te bellen. Met diens toestemming, mogen we hopen voor hem. Straks krijgt de wielrenner nog een of andere diagnose, medicatie en een levenslange therapeutische relatie aangesmeerd.

Mad Max de motivational spreker

“Mad Max” Herremans is op motivationeel vlak natuurlijk niet aan zijn proefstuk toe. Op zijn blitse website lees ik zijn visie op veranderen met effect. Met de nodige referenties van tal van topbedrijven. Herremans spreekt bij organisaties waar men het Noorden even kwijt is, waar een snel veranderende omgeving een transitie opdringt.

Als we de promo-talk mogen geloven, weet Herremans perfect hoe een tegenslag een opportuniteit kan worden en hoe tegenslagen stimuleren tot creativiteit en innovatie. Dat elk nadeel zijn voordeel heeft, zoals Johan Cruijf ooit zei. Een man die vecht tegen het onrecht van zijn ongeval. Een strijd waar hij op haast tragische wijze maar geen streep onder kan trekken.

Op zoek naar de mens

Zijn site staat weliswaar bol van de slogans, de barokke uitspraken en foto’s maar toch mis ik iets: De mens Marc zelf. Niet het competitieve individu dat steeds tegen zijn grenzen aanloopt. Dat met een verbeten gezicht een vuist maakt. Ook in het boek dat achter me in de kast staat en in de film vind ik geen antwoorden. Een diep gevoel van tristesse overvalt me af en toe.

Datzelfde gevoel krijg ik voor een groot stuk in het artikel in De Morgen. Alsof de journalist dat ook merkt probeert hij openingen te vinden en de mens achter Herremans in het artikel te trekken.

Voorbij het sportieve … het echte leven

Een teer punt zijn bijvoorbeeld zijn eigen uitdagingen. Op sportief vlak dan wel. Hoe Herremans zijn dagelijks leven bijvoorbeeld aanpakt, is blijkbaar niet interessant genoeg. Ook in zijn boek en de film komt dat overigens maar heel beperkt naar voor.

Het benieuwt me eerlijk gezegd wel, hoe hij ‘t allemaal klaarspeelt, zo te leven. Kan hij tegen verlies ? Of hij een persoonlijk assistent heeft ? Of hij zich engageert voor meer rechten voor mensen met een handicap ? Hoe hij staat tegenover thema’s als seksualiteit, te individu gericht denken tegenover mensen met een handicap ? Of hij niet vooral de focus legt op maatschappelijk functioneren en prestatie in plaats van wat aandacht te besteden aan ‘quality of life’, de kleine dingen des levens ? Denkt hij als publiek figuur ook na over hoe zijn woorden overkomen bij mensen die minder roekeloos omgaan, vaak noodgedwongen, met hun energie, en hun leven uitbouwen rekening houdend met de eigen perceptie van hun grenzen ? Nee, Marc Herremans lijkt als een Duracell-konijntje eindeloos voort te draven. Onvermoeibaar.

Een kijkgaatje in de muur

In die zin is het interview van De Morgen, toch hoe ik het lees, een poging om een kijkgaatje in de muur te vinden. Herremans is een man van de groei. Groei die hij haast vanzelfsprekend vertaalt naar competitieve prestaties op sportief vlak. Daarin blijkt het vet wat van de soep. “Al die jaren heb ik zesde versnelling geleefd. Ik heb mijn lijf geforceerd. Zoals een elastiek. Op een bepaald moment is de rek eruit en blijft hij slap hangen. (…)”

We krijgen een tipje van de sluier van de achterkant van de maan te zien. Maar ook dat blijft fysiek en medisch. Een hele opsomming van voornamelijk fysieke ervaringen met de slachtofferrol in zicht.

Zowel de journalist als Herremans zelf, lijken er verrast over. Waar blijft dat menselijke toch ? Dat dit niet de eerste keer dat er wordt gezocht naar ‘iets menselijk’ weet Herremans zelf ook wel. Hij maakt immers een mooie synthese van de reacties na zijn ongeval : “Volgens velen was het onmogelijk dat ik zo positief ingesteld was. Andere mensen in een rolstoel zeiden me dat ik nog wel in een zwart gat zou vallen. Maar ik was oprecht gelukkig dat ik na mijn ongeluk niet dood was”. Het woord is eruit. Dood.

Het verhaal van de invaliditeitsuitkering en de zetel

Daartegenover staat natuurlijk een heel ander verhaal. Het verhaal van de invaliditeitsuitkering. Herremans is daar duidelijk kwaad om. Niet helemaal terecht. Mensen met een handicap die vier mensen voltijds tewerk stellen een uitkering geven voor arbeidsongeschiktheid lijkt weinig verdedigbaar.

Nog minder terecht is wat hij daarna zegt : “Als jij morgen je pink afzaagt, ga je meer geld trekken dan ik, en ik ben van borst tot tenen verlamd. Als ik in mijn zetel was blijven zitten, triest voor me uitkijkend, had ik elke maand probleemloos mijn uitkering gekregen.”

Werkelijk bijdragen

Mensen met een invaliditeitsuitkering, laat staan mensen met een handicap, zitten niet de hele dagen in hun zetel. Integendeel, meer dan anderen proberen ze zich zo actief mogelijk in te zetten. Niet door het statuut van topsporter te ambiëren, maar door iets dichter bij huis bij te dragen aan de samenleving.

Het is dus niet omdat Herremans ‘zijn leven opnieuw in handen’ heeft genomen. Wat ik overigens sterk betwijfel. Sportieve prestaties, je lichaam afbeulen, reclame maken voor je eigen vzw … is niet echt ‘leven’.

De lichtjes van de kerstboom niet te hard laten schijnen

Herremans verhaal roept misschien wel een droom op. En mensen hebben beslist dromen nodig, zeker in moeilijke periodes. Bovendien heeft hij niet onaardig gepresteerd op een bepaald vlak, zonder twijfel spectaculair en mediageniek en heeft hij voor zichzelf grenzen verlegd.

Maar zijn bijdrage tot de samenleving is weinig structureel en vrij solo-slim … er zijn immers nog mensen met een handicap die geen topprestaties leveren en hun leven optimaal invullen. De eerste zijn, het ‘onmogelijke’ willen, … is niet ieders natte droom. Iets subtieler, iets meer ‘quality of life’ in plaats van zo graag willen mee-lopen en vooral iets meer teamplayer mag ook. Laat de lichtjes in de kerstboom dus misschien wat minder hard schijnen. Het helpt om niet verblind te worden voor het leven om je heen. Yes, you can.