Als vanzelf bekruipt mij de vrees dat de mens ooit elke nieuwe theorie als een gevaar, elke vernieuwing als moeizaam probleem en elke sociale vooruitgang als een eerste stap op weg naar de revolutie zal zien, en dat hij dan helemaal zal weigeren nog te bewegen – Alexis de Tocqueville.
Maandelijks archief: mei 2010
Dichtbij een rivier
Je draait je om – de beddeveren kraken – en ziet haar voor je staan. Gebruind, breed lachend tussen vrienden in een zomerhemd en blauwe shorts met rafels. Naast hen een gedekte tafel op een lang ommuurd terras. Bloemen, glaswerk, fruit in brede schalen en een schenkkan met een tuit. Zonnehoed en honinggeur denk er bij. Zodra een beeld vertrouwd raakt, wordt het je ontnomen. Binnen enkele tellen is het maanden later. In de wintervelden dicht bij een rivier.
Een variatie van een passage in Elegie IV van H.C. Ten Berg
Onze tijd is politiek
Wij zijn kinderen van onze tijd, en onze tijd is politiek. Al jouw, onze, jullie dagzaken, nachtzaken zijn politieke zaken.
Of je nu wilt of niet, je genen hebben een politiek verleden, je huid een politieke kleurnuance, je ogen een politieke gezichtshoek.
Waarover je praat heeft weerklank, waarover je zwijgt spreekt voor zich, en is zus of zo ook politiek. Zelfs zwervend door de bossen zet je politieke stappen op een politieke grond.
Apolitieke gedichten zijn ook politiek, en boven ons schijnt de maan, een object dat niet maanachtig meer is. Zijn of niet, dat is de kwestie. Wat voor kwestie, antwoord, mijn beste ! Een politieke kwestie.
Je hoeft zelfs geen menselijk wezen te zijn om politiek iets te betekenen. Het is als je aardolie bent, veevoer, een afvalproduct.
Of anders een onderhandelingstafel met een vorm waarover maanden is getwist. Aan wat voor een tafel onderhandelen over leven en dood, een ronde of een vierkante ?
Intussen kwamen mensen om, stierven dieren, brandden huizen af en verwilderden velden, als in lang vervlogen tijden met minder politiek.
Licht gewijzigde proza-versie van het gedicht Kinderen van onze tijd van de Poolse dichteres Wiszlawa Szymborska (vertaald door Gerard Rasch in de dichtbundel Uitzicht met Zandkorrel) (Meulenhoff, 1998). De afbeelding is afkomstig van het boek Samen goed leven: politiek voor mensen van morgen van de Spaanse filosoof Fernando Savater (Bijleveld, 1998).
De Blinde
Zie hoe hij gaat. Hij onderbreekt de stad. Waar het donker is, bestaat zij niet. Zoals een barst door een kopie schiet, donker door helder wit. Als op een blad is nu op hem de weerglans van de dingen geschilderd. Maar die neemt hij niet op. Slechts zijn gevoel beweegt. Als vingen golfjes de wereld in een notendop. Een stilte, hij voelt tegenstand, maar wacht en schijnt zijn keuze eerst te schuwen. Vol overgave heft hij dan de hand. Feestelijk haast. Als was het om te huwen.
Prozaversie van het gedicht De Blinde van Rainer Maria Rilke