Allen zijn we gasten op deze planeet. En je weet wel hoe dat gaat met gasten. Sommigen zijn vriendelijk en lief. Anderen zijn vermoeiend en betweterig. Zoals er zijn die zich zelfs gastheer of gastvrouw durven te wanen. Zelfs als ze sterven geloven ze nog dat zij het laatste woord spreken over de zon en de lucht en de geschiedenis, die er waren lang voor hun geboorte. – Stefan Themerson
Maandelijks archief: juni 2010
Jij
Je hebt gelijk, wat wil ik nu nog meer ?
De uren zijn zo goed, zo vredig in het reine. Jij bent er, en ik volg jouw ogen die steeds weer nieuwe gedachten zien opkomen en verdwijnen.
Jou zien is het geluk, al is het niet volmaakt. Het is al veel, dit zomaar bij je horen, voor iemand die je wensen kent en ervoor waakt dat er geen kwade geest jou aan je deur komt storen.
Je bent van mij, mijn levensgroot geschenk. Je denken werkt als wijn. Het maakt me langzaam dronken.
Maar ik wil dat je ook aan mij wat denkt, zo heel de avond lang in je lectuur verzonken. Als je zo blijft werken en zwijgen, daar opzij, zal er een schaduw langs mijn hart vol liefde strijken.
En als ik jou geheel en al wil zien, moet jij zelf ook eens af en toe een beetje naar mij kijken.
een bewerking van Woorden in schaduw van Victor Hugo (gevonden in De Mooiste van altijd: 40 eeuwen wereldpoëzie in 300 gedichten samengebracht door Koen Stassijns & Ivo Van Strijtem, Lanno/Atlas)
Met tenen spelen
Er wordt beweerd dat er een man leefde die niet met zijn tenen kon spelen. Deze man had maar één verlangen: met zijn tenen te kunnen spelen. Het was een zeer trieste man, begrijpelijk. Hij woonde alleen, sliep alleen, at alleen, was alleen.
Zo werd hij een jaar of vijftig en zie, daar zat in zijn kamer, in zijn stoel, een vreemde man, een andere man dan hij, dat zag hij wel.
‘Kijk,’ zei zijn bezoeker en hief zijn blote voet met vijf spelende tenen omhoog en daarna zijn andere blote voet, waarvan de tenen bijna nog mooier speelden.
Onze man ging in een tweede stoel zitten, trok zijn schoenen en sokken uit en speelde met zijn tenen alsof hij nooit iets anders gedaan had.
Tien jaar later, na een welbesteed leven, stierf hij, zeggende: ‘Ik heb het van God geleerd.’ Maar dat is een punt van discussie.
Hans Andreus – Uit : Verzameld Proza (Bert Bakker, 1990)
Streep
Ik trok een streep. Tot hier. Nooit ga ik verder dan tot hier. Toen ik verder ging trok ik een nieuwe streep. En nog een streep. De zon scheen en overal zag ik mensen, haastig en ernstig. Iedereen trok een streep. Iedereen ging verder. – prozaversie van een gedicht van Toon Tellegen