Wachttijd

Ik ben… in de fleur van mijn leven. Dit zijn de dagen. Mij hoor je niet klagen. Nee, nee. Want alles kan in deze tijd. Geen tijd te verliezen. Je moet alleen kunnen kiezen. Ik wacht op jou, jij wacht op mij. Wij zitten in onze wachttijd.

Ik heb wel nog wat dromen. En als ik straks mijn boontjes dop, zal ik die uit laten komen. Toen mijn moeder zo oud was als ik, werd ze door ‘t leven al verstikt. Ze was al bezig aan haar tweede. Papflessen en pampers. Niet kunnen studeren.

Ben ik homo-, bi- of aseksueel, in mijn diepste dromen een transseksueel ? Mijn vader zegt: “Denkt daar goed over na! Je moet niet bang zijn. Eender wat, wij zien je graag”.

Ik moet dringend ergens een berg gaan beklimmen. Of aan een stuk of twintig losse relaties beginnen. Want anders kruip ik in mijn kist met het jammerlijk gevoel dat ik iets heb gemist.

En misschien is die droom jouw droom toch niet. Je had het maar gedroomd, je had het maar gedroomd. Nu sta je daar … op de top van de Mount Everest. En het uitzicht is wel mooi. Op z’n minst toch ongewoon. Maar je hebt geen gevoel meer in je tenen. En je staat daar bovenal … godverlaten alleen. In de fleur van je leven.

Vrij vertaald uit het sociaal Vlaams & ingekort van ‘In de fleur van je leven’ van Mira

Over wat niet is

Waarom is lichamelijke schoonheid zo wonderbaarlijk? Waardoor kan die ons overrompelen?

Waarom kunnen we er niet onverschillig tegenover staan, hoe verzadigd wij ook zijn door de werelden van de reclame en de beau monde, die zich de schoonheid hebben toegeëigend, ons zelfs achterdochtig hebben gemaakt ten aanzien van haar bekoring?

Bij elk beeld van een mooi gezicht of een volmaakt gevormd arm of been gaat het eigenlijk niet om wat het lijkt te zijn, maar veeleer om wat het niet is. Het gaat om de afwezige onvolkomenheden: de lichamelijke afwijkingen die het gevolg zijn van de wisselvalligheden in de moederschoot, de kindertijd, de volwassenheid en de ouderdom, die overal op ons lichaam hun sporen achterlaten en zo alomtegenwoordig zijn dat we even blijven staan om verbluft en verrukt om te kijken als we, hoe terloops ook, iemand zien die daaraan lijkt te zijn ontkomen.

Volgens Stendhal is schoonheid slechts de belofte van geluk. Misschien. Maar het is evenzeer de herinnering aan verdriet. – Armand Leroi in Mutanten (Contact, 2005)

Lucky punch

Wie naar de bibliotheek stapt, zal meestal belanden tussen de rekken op zoek naar een boek of publicatie. Ook hier ziet de potentiële lezer vaak iets wat de aandacht trekt, zonder dat het zijn oorspronkelijke bedoeling was om dat werk te raadplegen.

Het is een ‘lucky punch’. Misschien omdat de auteur bijna dezelfde naam heeft als diegene die je zocht. Misschien omdat het formaat of de flap opvalt … Kortom, de charmes van rondhangen in bibliotheken is o.a. precies dit toevallig ontdekken van schatten.

Je kiest niet zomaar wat. Je kiest op basis van je achtergrond en interesse en op basis van wat zich presenteert. Dat je kan kiezen zorgt voor een persoonlijk accent dat niet louter rationeel te doorgronden is. Het is een bui, een gokje, een poging. “Ik heb dit boek gekozen. Eens kijken wat dat biedt …”

Johan Teirlinck in : Het actuele denken: de mentale ruimte, contaminaties en serendipiteit (Acco, 2005) (p.100)

Stilte

Het is nooit zomaar stil. Zoals niets zonder reden kan bestaan. Soms overvalt de stilte. Soms schuilt ze ergens diep in ons. Het ‘stil maar, alles komt goed’ is geen weg die ergens toe leidt. De stilte is er pas als honger gestild en dorst gelest is.

‘s Zomers ga ik op zoek naar stille plaatsen. Met de ‘Kleine Atlas van de stilte: 23 plaatsen in België om stil van te worden’ van Laurens De Keyzer bijvoorbeeld. Een beetje paradoxaal, natuurlijk, een gids maken over stille plekken om er mensen naartoe te brengen.

Geluiden die stilte oproepen

Er zijn ook stille plaatsen met een wonderlijke omgeving waar niemand is. En nee, u zal ze niet van mij horen. Daar zijn geluiden die een mens doen stil worden. Het zachtjes neerdwarrelen van dorre bladeren. Het siepelen van water. Het suizen van de wind. Het ruisen van het riet. Het ritselen hoog in de bomen. Hier en daar een dier dat van zich laat horen. Waar in stilte een andere wereld verschijnt, andere vormen van bestaan die doorgaans onbestaanbaar lijken. Weg van alle andere geluiden, beelden, kleuren en kreten die door merg en been gaan.

Tussen de stiltes

Stilte is iets anders dan zwijgen, niet het ontbreken van woorden of klanken. Een goed gesprek is te herkennen aan het ritme van de stiltes. Zoals het wit in een boek me zegt of dit een boek is dat mij aanspreekt. Of het me zegt waar het in wezen om draait. Of de woorden er op het goede moment vallen. Tussen de stiltes.

Zoals ik mensen waardeer aan hun stem en de stiltes die ze laten in hun spreken. Soms zijn het niet hun woorden maar hun stiltes die ik het liefste hoor. Het ritme en de ruimtes, de kleur en de toon … ik proef met ogen dicht wie mij aanspreekt.

Een huis zonder behang

Een huis dat welkom heet heeft een uitnodigende stilte. Zo zijn er huizen waar de radio of, erger nog, de televisie voortdurend aan blijft. Zonder dat er aandacht aan besteed wordt.

Waar vaak mensen wonen die moeilijk kunnen zwijgen en eventueel nog een toontje hoger gaan. Als het niet lukt de ander te doen zwijgen. ‘Wie zwijgt, geeft toe’, lijken ze te denken. Maar wie niet af en toe zwijgt, denkt ook niet na. Om nog maar te zwijgen over het luisteren. Zulke mensen vergissen zich vaak. Soms al zodra ze spreken.

Thuis is een ruimte waar ik mij, zo vaak het kan, onttrek aan bezigheden en gedoe. Dat hoeft geen stilstand of isolatie, het ‘stilzwijgend voorbijgaan aan het leven’, te zijn. Het kan ook een keuze zijn voor wezenlijker zaken dan de haastige drukte van sociale en familiale verplichtingen.

Ik hoor er alleen de natuur en noodgedwongen tekenen des tijds, zoals het zachtjes ronken van de koelkast, de koeler van de laptop, geluiden van de lampen, even verder op straat auto’s die rijden, mensenstemmen in de verte.

Met alleen een ronkende poes, het ritselen van papier, buiten een paar verdwaalde meeuwen, een kirrende duif, de bladeren van de boom in de tuin verderop. Op andere momenten die ik koester is er volledige aandacht … voor mijn schat, voor muziek, voor beeld, voor tekst … die me iets zegt. Tot de avond valt.

Waar ik stil van word

‘s Nachts luister ik graag naar de stilte. Met ingehouden adem. Bij heldere lucht naar het onmetelijke uitspansel kijken dat het fluisteren, spreken, smeken, schreeuwen, krijsen en kreten slaken tot een futiliteit maakt.

Het is niet eenvoudig stil te worden. Woorden en weten – kennis, idee, plan, opmerking, gedachte of herinnering – worstelen om aandacht. Van alles komt op en gaat weer, meestal zonder dat ik ervoor kies. Soms eindigen ze in de vergetelheid. Soms in een innerlijke dialoog. Soms in dialoog met boeken. Soms onder woorden gebracht in een tekst of in een gesprek.

Het komt steeds onverwachts, dat stil worden. Van schoonheid, tederheid, liefde, soms ook verlegenheid. Maar ook van het krassen van een kraai, kraken van hout, gutsen van water, vallen van gruis. Even maar. Tot iets vaags vorm krijgt door betekenis, vorm, verklaring en uiteindelijk denken. Dan is het niet meer stil.

Geen gewijde stilte

Stilte laat zich niet dwingen. Waar bevelende of bazige bordjes met ‘stilte!’ hangen, waar ‘gewijde stilte’ wordt doorgedrukt, is het nooit stil. Ieder denkt er het zijne, de leegte ademt als een oude man. Ik hou niet van gewijde stiltes.

Soms is stilte ook beangstigend. De eeuwige stilte van de oneindige ruimte. Doods, donker en koud, duister, naar het schijnt.

Voor en na de kreet

Een stilte voor en na de levenskreet. Daartussen: een mens als rietstengel die meebuigt met alle winden en ten slotte breekt. Te zwak voor de sterke storm die om hem waait, waar hij weet van heeft, in tegenstelling tot de wind. ‘Je maakt me zo eenzaam. Even maar ben je er, en dan is het weer het ruisen’.

Toch voel ik de stille doden bijna voelbaar aanwezig, beschermend soms, over onze schouder meekijkend. Ze zijn tegenwoordig de zwijgende meerderheid geworden. Hoewel ze meer dan ooit spreken.

Het vallen van stilte

Een stilte valt. Zoals de duisternis en de avond. Plotseling. Beklemmend en drukkend soms, pijnlijk en ondraaglijk op andere momenten. Ze schept ook ruimte voor iets. Een veelzeggende stilte soms, van eensgezindheid en gesloten rangen.

Stilte is misschien het meest menselijke. Niet het geluidloze en lege van stenen en het stof. Het is stil worden om te luisteren, naar wat om ons heen gebeurt, naar de stem van een ander of naar zichzelf. Om stil van te worden.

Geïnspireerd door de lectuur van Charles Vergeer – De kunst van de stilte (Lannoo, 2008) en Kleine atlas van de stilte van Laurens De Keyzer.