Waarom is lichamelijke schoonheid zo wonderbaarlijk? Waardoor kan die ons overrompelen?
Waarom kunnen we er niet onverschillig tegenover staan, hoe verzadigd wij ook zijn door de werelden van de reclame en de beau monde, die zich de schoonheid hebben toegeëigend, ons zelfs achterdochtig hebben gemaakt ten aanzien van haar bekoring?
Bij elk beeld van een mooi gezicht of een volmaakt gevormd arm of been gaat het eigenlijk niet om wat het lijkt te zijn, maar veeleer om wat het niet is. Het gaat om de afwezige onvolkomenheden: de lichamelijke afwijkingen die het gevolg zijn van de wisselvalligheden in de moederschoot, de kindertijd, de volwassenheid en de ouderdom, die overal op ons lichaam hun sporen achterlaten en zo alomtegenwoordig zijn dat we even blijven staan om verbluft en verrukt om te kijken als we, hoe terloops ook, iemand zien die daaraan lijkt te zijn ontkomen.
Volgens Stendhal is schoonheid slechts de belofte van geluk. Misschien. Maar het is evenzeer de herinnering aan verdriet. – Armand Leroi in Mutanten (Contact, 2005)