Soms is het vrij eenvoudig, mompelt ze tegen me. Ieder verdient bij iemand te zijn die een ander gelukkig maakt. Het moet iemand zijn die het leven er niet ingewikkelder op maakt. Iemand die geen pijn of schade veroorzaakt.
Toch heeft ze het gevoel dat ze vooral de weggooide liefde van anderen ziet. Ze bekommert zich bij wijze van spreken om weggooide polaroidfoto’s op straat. Soms zijn het zelfportretten of foto’s van een huisdier. Soms stralen ze het gevoel uit waar romans over worden geschreven. Je weet wel : dat gevoel niet te bestaan zonder die ene. Alsof het ene hart niet zonder de aanwezigheid van een ander kan. Voor de ene zullen het slechts gevoelens, woorden of ideeën zijn, maar voor haar maken ze ‘t verschil tussen bestaan en net-niet-bestaan.
Ik denk dat we dat allemaal wel willen voelen, zei ze. Al was het om af en toe een wonde op te lopen, waaruit een litteken groeit, dat dan weer een verhaal vertelt. Soms van overleven, soms overwinning en soms van groei. Waarop ze even verzinkt in zwijgzaamheid.
Ze mijmert over wie er binnenkort weer verjaart, wie er kaarsen uitblaast en gezang pleegt, wie zonder moeite een bloementuil met zoen ontvangt, de ene zorgvuldig zal herinneren en de andere in de mooiste vaas op tafel zet, en er bij elk bezoek een verhaal bij verzint. Terwijl ze haar koffie roert op het terras dat bescherming biedt tegen de zomerse regenvlagen. In de brasserie achter ons speelt een tangoachtige muziekje.
Zijn wij dan echt de enige levende wezens in deze omgeving die op deze wijze leven ? vraagt ze me. Dat kan ik nauwelijks geloven. Het verbaast me toch altijd weer dat sommige mensen onbewust blijven van het oneindige rondom en binnen ons, van ons magisch bestaan, van het spirituele en het kosmische.
Sommige mensen lijken alleen bezig met hun omgeving, hun status binnen de groep en hun familienaam. Soms lijkt het of alleen nog de analyse telt. Van wat een ander voelt, denkt, zegt of schrijft, of die wel voldoende aan de plichtsvervulling tegenover het algemeen belang denkt. Dat geeft mij een buitengewoon koud en eng gevoel. Nog liever isoleer ik mij van dat soort wezens.
Want we zijn toch allen geboren. We leven bewust. We ademen dezelfde lucht. We snuiven geuren op. We hebben stromend warm bloed, een bonkend hart dat liefde voelt, een ziel die in contact staat met dezelfde kosmos. We hebben een lichaam dat een nu eens tragisch dan weer dramatisch verhaal vertelt, een mond die zoveel vertelt en niet alleen door kussen of woorden, en handen die kunnen strelen en aanraken.
Niettemin slagen we ondanks al die fantastische instrumenten er nauwelijks in contact te krijgen met elkaar, tijd te nemen elkaars golflengte te vinden, te vragen als we iets niet verstaan of open te staan voor de eigen onverstaanbaarheid. Ondanks alle taal blijven mensen onverstaanbaar. Ze sluit de ogen, ademt met volle teugen de zeelucht in en langzaam uit.
Buiten lijkt het op te klaren. Om ons heen op het terras van de brasserie waar we zitten rekenen mensen af. De zon breekt door. Tijd om te vertrekken. Een stapje verder in onze wandeling op de zeedijk.
We wandelen de zeedijk op. Een flinke wind dwingt ons onze flinke stap in te houden. Ze draait haar hoofd naar de zee. Tegelijk verlang ik naar dat gevoel dat leven bij mijn dagen toevoegt, en niet andersom, dat het alsmaar langer wordt.
Het is krankzinnig hoeveel mensen denken dat ze onsterfelijk zijn in de aardse, materiële zin of daarnaar handelen. Ze hoeven daarom nog niet groots en meeslepend te leven, zoals Hendrik Marsman ooit schreef, maar opkomen tegen onrecht, opkomen en af en toe ook afgaan, zoals de zee, van springtij tot wegdeemsterend eb, zo is de menselijke natuur toch ? Dat bewustzijn, dat ik in die song van Harry Belafonte die ik van je kreeg terug ontdekte, dat mis ik al jaren.
We naderen het einde van onze wandeling. Tijd om afscheid te nemen. De juiste woorden om dat hier te beschrijven ontbreken mij. Laat ik het erop houden dat onze wegen scheidden. Met een hartelijke omhelzing en een welgemeende dankbaarheid voor dit gesprek waar ik vooral zweeg. Terwijl ik achterblijf met het gevoel dat ik het tref dat er wijze leraren op mijn weg komen. Zoals bij elk afscheid.