Omdat het in ons instinct zit dat we ons beter willen voelen dan anderen, geven onze hersenen heel tactisch de schuld : als een ander onverwacht of ongewenst gedrag laat zien, schrijven we dat toe aan hoe die persoon is, maar ongewenst of klungelig gedrag van onszelf schrijven we toe aan de omstandigheden. Andersom schrijven we positief gedrag en succes van een ander toe aan de omstandigheden maar een succes van onszelf wordt verklaard doordat we nu eenmaal zo goed zijn. – David Vlietstra in De brandweerman en de parkeermeter (Houtekiet, 2010)
Maandelijks archief: oktober 2010
Liefdesval
Nu dreigde ik zelfs in een verliefdheid te verdrinken, die veertig jaar geleden zeer eenzijdig was geweest en ik voelde me in mijn hemd gezet, ook al was er niemand getuige van, ik voelde me in mijn hemd gezet in mijn eigen leven.
Het liefst had ik de gordijnen gesloten gehouden en de lichten gedoofd, zodat ik niet meer te vinden zou zijn op mijn nieuw adres. Hier woonde nog niemand en dat moest maar een poosje zo blijven.
Als de oester die zich sloot, zou ik zijn, als de heremiet in zijn kluis. Alles wat goed en mooi aan mijn leven was geweest, was ik kwijt en ik begreep niet eens hoe het zo gekomen was. Had ik zo’n slechte inborst ? Was ik zo’n einzelgänger ? Vond ik mijn werk te belangrijk om aan liefde toe te komen ?
Ik dacht dat het allemaal onjuist was, ik voelde me als een onnozele, die zich naar de slachtbank had laten leiden. Hier zat iemand die er een puinhoop van had gemaakt en die nu, alsof alles nog niet rampzalig genoeg was, terugviel in een infantiele verliefdheid die pijn en schaamte bracht. – Doeschka Meijsing in Over de liefde
Kareltje
Snikkende dronkaards, vechte honden, fluitende gevelschilders, stofzuigmachines in werking, hollende spuitgasten, het openstaand mangat van een riolering, een snoeiende tuinman in de bomen, het op de been helpen van een gevallen paard, niets ontging zijn aandacht en vanop een afstand zag Kareltje hoeveel tijd er ongeveer mee om te krijgen was. En wanneer er soms een tijdlang op de straat helemaal niets voorviel dat de moeite van ‘t staan blijven loonde, liep hij eenvoudig achteruit of telde tot tienduizend – Willem Elsschot in Een ontgoocheling (1921)
Als een ladenkast stroef dicht
Van het geheugen denkt iedereen dat het een kast is met laden. Meestal zitten die stroef dicht, maar op een gegeven moment – je hoort een bepaald nummer, je ruikt iets – wordt dat laatje opengeschoven en is daar de intacte herinnering.
Maar ‘het geheugen’ bestaat niet. Het geheugen is een artefact van onszelf. Het bestaat enkel in ons eigen lichaam en wordt telkens opnieuw gemaakt. Een herinnering zal ook veranderen.
Stel, je hebt een relatie. Je hebt prachtige herinneringen. Op het moment dat die relatie op een vervelende manier eindigt, veranderen die herinneringen.
Mijn eigen geheugen vertrouw ik nog het minst. Want als je geheugen niet correct is, hoe zit het dan met het ik ? Het ik bestaat niet. Er is niet een plek in je brein of een andere plek in je lichaam waar het ik zit. Het is een reconstructie die elke keer weer opnieuw uitgevoerd moet worden.
Een herinnering is alleen maar een weergave op dat moment, op de specifieke plek van een bepaalde gebeurtenis – Ramsey Nasr in Een leven in boeken van Friedl’ Lesage (Lannoo, 2009)