Snikkende dronkaards, vechte honden, fluitende gevelschilders, stofzuigmachines in werking, hollende spuitgasten, het openstaand mangat van een riolering, een snoeiende tuinman in de bomen, het op de been helpen van een gevallen paard, niets ontging zijn aandacht en vanop een afstand zag Kareltje hoeveel tijd er ongeveer mee om te krijgen was. En wanneer er soms een tijdlang op de straat helemaal niets voorviel dat de moeite van ‘t staan blijven loonde, liep hij eenvoudig achteruit of telde tot tienduizend – Willem Elsschot in Een ontgoocheling (1921)