Er zijn dagen, met de jaren worden ze er niet zeldzamer op, dat de mens me doet denken aan een donker hoofdstuk in het boek van het universum. Alles om ons heen, van de miljarden sterrenstelsels in het heelal, de levende organismen rondom ons, tot de titanische krachten die de aardkorst boetseren, schijnt te gebeuren zonder nood aan een weten dat het gebeurt. We pogen onze geest te vatten in metaforen, als een vernuftig raderwerk, een complexe computer of een cerebrale symfonie, om voor onszelf te verbeelden ‘hoe we werken’. We willen het materiële substraat van het bewustzijn ontrafelen, de elektrochemie, de bedrading en haar organisatie, om ‘de geest in de machine’ te verankeren, maar telkens weer draagt zich de vraag op waarom wij niet even doof en blind voor onszelf functioneren als vrijwel alle leven dat ons omringt. Alles om ons heen hult zich in een stilte die me het gevoel geeft dat dit stomme universum onze soort verzwijgt als een schande. – Erwin Mortier in ‘Wat voorbij is begint pas : lichtzinnige meditaties over het schrijven‘ (De Bezige Bij, 2010)