De meeste grote kunstwerken zijn bij wijze van broodwinning gemaakt naar een thema opgegeven door de betaler en uitgevoerd naar zijn smaak door kunstenaars die zichzelf beschouwden als beoefenaars van een edel ambacht.
Deze edele oprechte eenvoudige grote mensen van toen doen al eeuwen lang niet anders dan zich omdraaien in hun graf bij de liederlijke foorpraat van pontificerende snullen die zelf niets kunnen en van hun neus willen maken met ismen, boeken, conferenties, met en zonder lichtbeelden, over de kunst met hoofdletter, de eeuwige meesterswerken, en de grote genieën.
Deze geniën stonden niet op duizelingwekkende hoogte nooit meer door een mens te bereiken. Zij waren eenvoudigweg de beste van hun tijd in een stijl die nog tot ons spreekt. – Gerard Walschap in Salut & Merci geciteerd door Louis Tobback in Friedl