In zijn documentaire ‘Dikke Vrienden’ gaat regisseur, sceniast en journalist Marc Didden dieper in op ‘dik zijn’, zwaarlijvigheid, corpulentie. In de tv-gids lees ik dat het gaat over de historische, sociale en culturele aspecten van het dik zijn.
Zoals de maker terecht toelicht gaat het eerder over een film dan een documentaire. Net als bij een film wordt de nadruk gelegd op het verhaal. Een taboe in dit geval, omdat ‘Dikke Vrienden’ kadert in de taboe-reeks van Canvas & het Vlaams Audiovisueel Fonds.
Taboe ?
Het woord taboe associëren weinig mensen direct met zwaarlijvigheid of overgewicht.
Sommigen associëren het met gezelligheid, anderen met mensen die veel eten. Als je dik bent moet je ook haast gezellig zijn, de man die met zijn vinger rijsttaarten eet. Als dat niet ‘t geval is, moet je al haast psychisch ziek zijn. Terwijl het ‘t vaak te maken niets van doen heeft met het karakter, maar eerder met een stofwisselingstoornis, astma, klieren, …
Toch is zwaarlijvigheid wel degelijk een taboe. Wie bij zichzelf gaat kijken hoe hij of zij reageert op dikke mensen zal dit moeten toegeven. Het is niet zo uitgesproken, je wordt er niet voor doodgeschoten of het is niet bij wet verboden, maar niet-dikke mensen laten ‘t dikkerds wel subtiel of niet subtiel voelen.
De invloed daarvan, komt ondermeer ook aan bod in een tentoonstelling die momenteel nog loopt in het Guislainmuseum in Gent, Het Gewichtige Lichaam (zie bvb in de Knack, in Weliswaar, of het beeldfragment op Cobra).
Zeker kinderen zeggen ‘t wel eens, komen voor je staan en zeggen: hé, dikzak. In Azië durven ze ook volwassenen dat, volgens Didden. ‘You’re already too fat’,kreeg hij te horen toen hij er iets wou eten.
‘Zwaarlijvigheid is geen taboe zoals zelfmoord of homoseksualiteit. Maar het is wel iets dat alleen getoond wordt wanneer het grappig is’, motiveert Didden de keuze.
Ook bij dikkerds of zwaarlijvigen zelf wordt het niet vaak aanvaard. Dat komt al van bij ‘t begin aan bod, met name met de bekentenis aan het begin : ‘Ik haat dikke mensen’. Een statement, zeker als het komt van iemand met de nodige extra kilo’s.
Autobiografisch
Niet alleen experts komen aan bod maar de regisseur gaat ook gedurfd autobiografisch en toont zichzelf als standup-comedian.
Een goede keuze want zo zit er meteen ook een toets van lichtheid en een meer culturele & sociale dan medische dimensie in. Zo zit er geen ‘voor en na’ in, geen beelden van chirurgen die in vlees snijden en hompen vet verwijderen als waren het kalfslapjes bij de slagerij.
“Al had ik dat wel kunnen doen”, voegt de regisseur er aan toe.
Een arme, propere maar vooral magere kindertijd
In de film vertrekt regisseur en journalist Marc Didden met 8 millimeter-filmpjes van zijn vader die terugblikken op zijn kindertijd. Zijn familie verhuist een halve eeuw geleden van het verre Limburg naar Brussel, vlakbij het Jubelpark. Ze hadden geen geld maar waren proper op zichzelf, mager en gelukkig.
Toch is het geen nostalgische terugblik op verloren tijden. Telkens wanneer hij die schriele stadsmus terugziet, dat magere jongetje dat hij ooit was, wordt hij er weer pijnlijk van bewust hoeveel kilo’s er sindsdien zijn bijgekomen.
De tijd dat zijn (gevreesde) grootmoeder van het platteland al eens durfde zeggen : “Ben je wel zeker dat je moeder je wel genoeg te eten geeft ?’ is al lang voorbij. Een herkenbare zin overigens. Hoe vaak heb ik zelf niet gehoord : eet maar goed je bord uit, voor je ‘t weet raak je mee gespoeld met de badstop, kan je onder de druk getrokken worden, wordt je zoals de kinderen van Biafra, dat Afrikaanse schrikbeeld van uitgemergelde kinderen.
In een ongewenst dik lichaam en anders ontwaken
Kleine apen worden groot. Ze groeien in de hoogte, de meeste toch. En ze groeien in de breedte. Tot dat op een gegeven moment ophoudt. Bij de ene al iets vroeger dan bij de andere. Bij Marc Didden zelf lijkt ‘t nog steeds niet op te houden met groeien in de breedte.
Het lichaam dat Didden nu bewoont lijkt hem niet te zinnen. “Ik haat dikke mensen” benadrukt hij steeds weer.
Een zelfkritiek, zelfs een zelfhaat, een gedwongen gevecht tot aanvaarding, herhaalt hij, zonder smoesjes en met een geestige, provocerende authenticiteit die siert.
Als zwaarlijvige droomt hij al eens van mager wakker worden. Zoals een geamputeerde die droomt dat hij bij het ontwaken zijn twee benen terug heeft.
Het BMI
Een belangrijke figuur in het denken rond gewichtige mensen is zonder twijfel Adolf Quetelet, een onbekende Bekende Belg, geboren in 1796, tevens astronoom, wiskundige, statisticus en historicus.
Quetelet heeft daarnaast een body mass index geïntroduceerd, een honderdjarige formule die moet aangeven of iemand te mager, net goed, dik of te dik is.
Het BMI of de Queletindex, laat volgens professor Katelijn Decochez, specialist in de endocrino-diabetologie, toe op eenvoudige wijze overgewicht van ‘normaal gewicht’ en ondergewicht te identificeren door een verhouding van kilogram tegenover lengte in meter in het kwadraat. Online berekenen is mogelijk via deze site.
De norm bij het BMI ligt tussen 18,5 en 24,9. Vanaf een waarde van 25 spreekt men van overgewicht, vanaf 30 tot 40 obees en meer dan 40 ziekelijk obees.
De BMI is echter niet altijd zo betrouwbaar. Mensen met meer botmassa (door een of andere botaandoening of groeistoornis), meer spiermassa en mensen met een andersoortige vetmassa … krijgen vaak een vertekend BMI.
Een eenvoudige berekening van het BMI kan door je eigen gewicht twee keer te delen met je lengte in meter. Zo kom ik met 70 kg gedeeld door 1,63 gedeeld door 1,63 = een BMI van 26, met overgewicht.
Een ander voorbeeld van een computerfanaat die om en bij de 100 kg weegt met een lengte van 1 meter 72 en komt op een BMI van 33,8, in de obesitas-range dus.
Dikke mensen: zwak, lui en onbeheerst
Dik zijn zit volgens Didden niet tussen de oren. Dik zijn zit in de wangen, onder de kin, in de vetbanden om de buikgordel en misschien ook wel in het zitvlak. Hij noemt het een ellende, een ziekte, een state of mind.
In zijn documentaire komen ook enkele experts aan het woord. Met de Franse historicus Georges Vigarello, auteur van Les Métamorphoses du gras, probeert Didden te zoeken hoe de samenleving nu kijkt naar zwaarlijvigheid en hoe dit mettertijd cultureel beïnvloed is.
Dikke mensen zouden volgens Vigarello al sinds de middeleeuwen als zwak, lui, gulzig (een hoofdzonde) en gespeend van zelfbeheersing worden gezien. Vigarello stelt ook dat het beeld dat men heeft van dik zijn, zwaarlijvigheid en rondingen in de loop der tijd wel wat veranderd is.
“We denken dat ‘t beeld nooit verandert, dat het beeld dat we ervaren hebben vrij constant blijft in de ogen van de mensen. Als je de teksten leest, beelden bekijkt en nadenkt over de commentaren, dan besef je dat het beeld dat de westerse samenleving heeft over obesitas mettertijd grondig veranderd is.
Het woord op zich al, het woord obesitas, wordt niet gebruikt door schrijvers uit de renaissance of de zeventiende eeuw. Ten tijde van Lodewijk XIV kende men dat niet. Obesitas wordt gebruikt vanaf het begin van de achttiende eeuw.
Vandaag dan komt het voor in de woordenboeken, niet eerder. Dat betekent dat er in de achttiende eeuw al anders tegenover werd gekeken.
Waarom obesitas ? Het woord heeft een grotere medische ondertoon dan wat men voordien zei. De gevaren worden sterk benadrukt. En er wordt meer nadruk gelegd op de behandeling ervan en de noodzaak om zwaarlijvigheid aan te pakken.”
Een iconografie van de corpulentie ?
Kunstwetenschapper Johan Pas van zijn kant geeft zijn kijk op de beeldvorming van zwaarlijvigen, van volle maten, in de kunsten.
Pas heeft om te beginnen niet de indruk dat zwaarlijvigheid of corpulentie op zich als motief of de zwaarlijvige figuur in de kunstgeschiedenis een belangrijk thema is. Uiteraard duiken er zwaarlijvige mensen op, volgens Pas, maar er duiken evengoed ook extreem magere figuren op.
Een soort ‘iconografie van de corpulentie’ bestaat er naar zijn weten niet. Hoewel die wel geschreven zou kunnen worden. De zwaarlijvigheid mag dan nog een thema zijn in de hedendaagse kunst, het zou dat wel kunnen worden omdat steeds meer medici hun bezorgdheid uiten over zwaarlijvigheid als de aids van de vroege eenentwintigste eeuw. Waardoor het een pregnant maatschappelijk fenomeen zou kunnen worden, waarop kunstenaars dan weer zouden kunnen reageren. Voorzichtigheid troef dus, want met kunstenaars weet je nooit.
Anderzijds, stelt Pas, stellen de allereerste beeldhouwwerken die we kennen uit de steentijd, sculpturen, vooral zeer corpulente vrouwen voor. Met uitgesproken en overdreven rondingen, vlezige borsten, dijen en heupen. Het is nog niet uitgemaakt of deze beelden een realistische weergave waren, van wat men werkelijk zag, of dat het eerder ging om een idealistische weergave, van wat men eerder wilde of wenste te zien, van de idee.
Drie emmers vol vet, drie valiezen met stenen
Dat dikke mensen het lastig hebben, zoveel is zeker, volgens de documentairemaker. Telkens een zwaarlijvige de trap neemt sleurt die bij wijze van spreken drie dikke valiezen met stenen mee.
Of drie emmers vol vet, bij het rennen voor de tram of de trein. Die net gemist wordt. Of als een zwaarlijvige die toch haalt, is dat badend in het zweet, onder afkeurende blikken van degenen met overgewicht of binnen de norm.
Dik zijn, altijd al gestigmatiseerd
Tegenwoordig zijn er mensen die denken dat dik zijn in het verleden een fysiek kenmerk was dat een voordeel kon zijn, dat belang en macht kon uitstralen. Professor Vigarello probeert dat in zijn boek te ontkrachten. Ook de overwaardering van de kloeke, ronde, fysieke verschijning van de vrouw in het verleden pakt haan.
Vandaag kunnen we ons ook maar moeilijk inbeelden dat zwaarlijvige vrouwen in het verleden erotisch of opwindend konden zijn. Wie de geschiedenis bekijkt, de teksten leest, de beelden bekijkt, de commentaren uit die tijd leest, komt volgens de professor ook tot de vaststelling dat zulke vrouwen in het verleden ook niet goed aantrekkelijk werden gevonden.
Dik zijn is altijd gestigmatiseerd geworden. Behalve in de hoge of volle Middeleeuwen dan. Toen het symbool stond voor voldoende eten hebben én macht. Alleen in die tijd werd dik-zijn niet negatief bekeken.
De Boerenbruiloft van Brueghel: een bijzonder verhaal
Zwaarlijvigheid sluit als thema in de kunst, als het al voorkomt, volgens kunsthistoricus Pas vooral aan bij het moraliserende, als voorstelling van de zonde gulzigheid.
Op het schilderij ‘De Boerenbruiloft’ van Pieter Bruegel de Oude zien we wel rondborstige mensen zitten, maar dit was eerder om de burgerij, zijn opdrachtgevers een positief zelfbeeld te bezorgen. De burgerij zette zich in die tijd, en de tijden daarop, immers af tegenover de boerenstand, bespotte hen, vond hen geestig en amusant, en wilde alles zijn wat zij niet waren. ‘De Boerenbruiloft’ geeft volgens anderen echter ook een beeld van de armoede van het grootste deel van de boerenstand, en is dit maar een festijn van een beperkte groep, en heeft de rest vooral een hongerende blik.
Dik versus dom ?
Didden gaat tussen de monologen van zijn deskundigen door met zijn eigen monoloog, van zelfbeklag, waarvan je niet goed weet of het nu gespeeld is of niet. Herkenbaar is het we. Welke ‘dikzak’ hoort immers niet : ‘ieder pondje gaat door het mondje. Eigen schuld dikke bult. Nog altijd mager en gezond ? Ben je dik, doe er dan iets aan.’
Uitingen van domheid zijn het, volgens de zwaarlijvige documentairemaker. Het nadeel van dom zijn, tegenover dik zijn, is volgens hem dat er voor dat eerste geen remedie voor is, en dat het maatschappelijk meer geaccepteerd wordt misschien, zou ik er aan toevoegen.
Corpulentie, een teken van zwakte
Corpulentie, gaat professor Vigarello verder, wordt vaak gezien als een teken van zwakte.
“Die stigmatisatie is mettertijd veranderd, evolueert mee met de tijd. Vooreerst is er de morele stigmatisatie die vooral gevoed wordt door de clerus en de artsenij, vanaf het begin van de Middeleeuwen.
De clerus bestempelt de dikke mens als slokop en gulzigaard. Hij levert zich over aan de zonde, zelfs doodzonde. De artsen hebben een gelijkaardige opvatting. Hij heeft geen zelfbeheersing, laat zich gaan. Maar de arts zegt bovendien dat een dikkerd het risico loopt gezondheidsproblemen te krijgen en meer bepaald (hart) aanvallen. Zijn lichaam heeft zich niet meer onder controle en raakt in kortsluiting.
Het gaat hier dus in de eerste plaats om een morele kritiek. Vervolgens, ook al is ze sluimerend aanwezig, wint de esthetische kritiek aan belang. Maar er is nog een andere interessante kritiek.
Die tweede kritiek stelt dat een dikkerd niet geïntegreerd is. Hij kan niet voluit deelnemen aan het sociale gebeuren. Dat merk je heel goed bij de bouwmeesters, bij degenen die verwachten dat je als mens je sociale rol vervult. Ik denk dan aan Vauban, de ontwerper van een aantal belangrijke vestingen in Frankrijk, van torens en omwallingen. Hij zei: werf geen dikkerds aan, want die werken niet. Zo zie je ook dat het stigma dat dik zijn draagt historisch geëvolueerd is. “
Zwaarlijvigheid, een vorm van schoonheid ?
Kan zwaarlijvigheid dan nooit als een vorm van schoonheid worden gezien ?
Een eerste antwoord geeft de regisseur door een knap mollig meisje, dat zichzelf zwaarlijvig vind, in ondergoed voor de spiegel te zetten. Bij haar is het risico vooral over te hellen naar anorexia, door een kloof tussen het idealistische en realistische lichaamsbeeld.
Een tweede antwoord wordt gegeven door Vigarello : “Wat vandaag de dag voor de ene een perfect lichaam is, is voor de ander een verwerpelijk lichaam. Die twee stromingen kruisen elkaar soms op twee manieren.
De eerste stroming gaat ver terug in de tijd, tot in de Middeleeuwen. Het beeld van een rond zwaar lichaam, is een beeld van macht. Het kan ook schoonheid uitstralen. In tijden van hongersnood en ontbering, als slechts er beperkt deel van de bevolking over voldoende voedsel beschikt, kan zwaarlijvig zowel symbool staan voor macht als voor schoonheid. Dan is er een kruisbestuiving van schoonheid en ronde lichaamvormen.
Dan is er nog een interessant gegeven. Soms is er geen meerderheid van de bevolking die dik-zijn mooi vindt, maar er is een minderheid van de bevolking die van dik-zijn houdt uit protest, uit kritische overwegingen of vanuit een soort neurose. Dat is ook interessant.”
Iets eraan doen ! Maar wat ?
Wie dik of zwaarlijvig is, wordt door zijn omgeving er af en toe op gewezen er iets aan te doen. Tenzij die omgeving natuurlijk ook zwaarlijvig is, en ze het goed praat.
Marc Didden heeft ‘t zelf al vaak gehoord en komt al meteen met de meest drastische oplossing. “Ben je dik ? Doe er dan wat aan. Een ongevraagd antwoord op een vraag die ik nooit gesteld heb. Ik heb ooit al overwogen om mijn mond dicht te laten naaien. Maar ik vond niemand in de Gouden Gids die het wou doen.”
Vandaar dat hij net als de meeste andere mensen die de strijd met hun gewicht willen of moeten aangaan naar een diëtist of diëtiste stappen. In de documentaire heeft hij deze doorgaans saaie gesprekken laten spelen door een actrice, een mooie oplossing, en waarheidsgetrouw, kan ik uit eigen ervaring bevestigen.
Al zijn de meeste diëtisten volgens mij veeleer een levensbedreigend gevaar voor de patiënt dan een oplossing. Ze houden immers amper rekening met het volledige plaatje van het functioneren (fysiek, psychisch, sociaal, werk – en leefomstandigheden, genetische basis) en de kwaliteit van leven van de persoon in kwestie.
Naar de diëtiste
Wie al eens naar zo’n gewichtskundige is gestapt, zal ook het volgende niet onbekend voorkomen:
“Ik denk toch dat u uw levensstijl zal moeten veranderen. Hier krijgt u een type dieet dat u precies moet opvolgen. Minder eten, meer bewegen. Minder koffie, want dat houdt het vocht op en minder alcohol en al uw porties afwegen.”
De belerende toon, de schooljufachtige blik in de ogen, de kijvende lichaamstaal maken het in de documentaire helemaal zoals het is, als gestraft op de schoolbanken van het leven.
Waarop de patiënt met passende ironie antwoord : “Dus als ik het goed heb, als ik weinig eet en weinig drink en veel beweeg, dan vermager ik ? En jij moet daar 4 jaar op de universiteit voor studeren ?”
Dik zijn, een majeure ziekte
Uiteraard zijn de schadelijke gevolgen van zwaarlijvigheid, een BMI van meer dan 30, enorm, somt professor Decochez nog eens op.
“Vooreerst zijn er de hormonen die afgescheiden worden door het vetweefsel tussen de organen. Wat kan leiden tot insulineresistentie (en diabetes), hoge bloeddruk, hart – en vaatziekten, trombose en leververvetting (zie ondermeer metabole ziekten).
Daarnaast zijn er de mechanische problemen zoals artrose en de ademhalingsmoeilijkheden waarbij slaapapneu kan voorkomen. Het gaat dus om majeure gezondheidsproblemen met een verhoogde morbiditeitsgraad en vooral een verhoogde mortaliteit.”
Vet : verbranden of smelten ?
Genoeg om meteen aan de slag te gaan, minder te eten en dagelijks een flinke wandeling te maken voor we gaan slapen. Om het overtollige vet te verbranden. Hoewel dat beeld van verbranden volgens historicus Vigarello nog niet zo oud is.
“In de negentiende eeuw krijgt men een nieuwe kijk op vet. Het vet maakt deel uit van een chemisch proces dat men vroeger niet kende. Dat chemisch proces heeft een formule en die formule steunt in wezen op wat geweten is over de verbranding, over vuur. Men gaat vet bekijken als het geheel at verband kan worden door het organisme. Dat was een breuk met het verleden. Vroeger dacht men dat vet kon stromen, kon smelten. In het begin van de negentiende eeuw werd vet in verband gebracht met verbranding. Vet smelt niet langer, het moet verbrand worden.”
Alles wat er gevaarlijk uit ziet is ook gevaarlijk
Terug bij onze diëtiste krijgen we alvast enkele nuttige tips om te vermageren. Ondermeer opschrijven wat we eten, een voedseldagboek bijhouden. En letten op wat we eten. Het is een beetje erfelijk, een beetje levensstijl … en er is zoveel verleiding in onze samenleving om te eten.
“Ascetisch leven is natuurlijk een mogelijkheid. Ik ben al eens snel kilo’s vermagerd. Twaalf kilo. En dan hoorde ik: je ziet er precies ziek uit. En ik heb dan de neiging om niet meer buiten te komen.” zegt Marc Didden.
“Alles wat er gevaarlijk uit ziet is ook gevaarlijk. Alcohol, vet, gebak, kaastaart. Geen snoep, geen suiker. Water en groenten zijn altijd goed. Mocht iedereen dat weten vanaf de kindertijd zouden de ziekenhuizen en de kerkhoven veel minder vol liggen.” Die kaastaart komt overigens steeds weer terug, staat symbool voor het verbodene.
Dat klinkt eenvoudig, voor wie zoals ikzelf groenten erg lekker vind, ook rauw, maar niet zo eenvoudig voor wie geen groenten wil of kan eten. Sommige mensen worden er ook niet door gestimuleerd wanneer hun omgeving ideeën erop nahoudt dat water ‘voor de vogels’ of ‘voor de walvissen’ is, en zelf aan de suiker – of lightdrank zit. Light, hoe light ook, bevat overigens ook vaak dikmakers.
Diëten betekent ook meer bewegen. Weg van het gekluisterd zitten voor een scherm, van televisie of computer. Geen glas cola of andere (light)suikerhoudende drank naast je op tafel. Geen stuk taart onder een glazen stolp of chips, nootjes, koekjes in een schaaltje.
In plaats daarvan betekent ‘t gaan wandelen of lopen in de natuur of zweten op een hometrainer. En beetje bij beetje vermageren: 800 gram per zoveel weken. En bij jezelf denken: als ‘t op dat tempo doorgaat, ben ik over een jaar of tien gesmolten.
Een chronisch onevenwicht tussen inname en output
Professor Decochez nuanceert deze uitspraak enigszins maar gaat er in wezen wel mee akkoord.
“In wezen is het een probleem van chronisch onevenwicht tussen teveel energieopname en te weinig energieverbruik. Minder en vooral anders en gezond gevarieerd eten, weliswaar in combinatie met meer bewegen, helpt al heel wat.
Er blijft natuurlijk een genetische en familiale factor wat betreft zwaarlijvigheid. Er spelen zo’n 200 genen een rol in de zeer complexe pathologie. Als een van ouders overgewicht heeft bestaat er 40% meer kans voor een kind om obesitas te ontwikkelen, als beide ouders overgewicht hebben kan dat toenemen tot 80% kans.
Interactie tussen verschillende factoren leidt tot obesitas maar voedselinname en bewustwording is uiteindelijk een eerste stap volgens de gekende voedingsdriehoek die gezonde gevarieerde voeding aanraadt.”
Leven met een Rubensiaans lichaam ?
Wie dik is of zwaarlijvig zal daar helaas nog wel een tijdje mee verder moeten dus, in afwachting van beterschap. Sommigen gaan hun leven slijten in een Rubensiaans lichaam. Maar waar komt die term precies vandaan ?
Kunsthistoricus Johan Pas noemt ‘t in eerste instantie een cliché : “We kennen de term Rubensiaans. Het is een cliché maar we hebben die nodig om de werkelijkheid te begrijpen en te vatten en ze bevatten een grond van waarheid.”
De term Rubensiaans is daarnaast ook vrij recent en cultureel bepaald: “Personages van Rubens hebben in de negentiende eeuw opgekleefd gekregen. Toen de kunstgeschiedenis meer aandacht kreeg voor Rubens maar tegelijk in het modebeeld er totaal een ander ideaal van het slanke silhouet en de wespentaille met korset moeten de zware figuren op de schilderijen van Rubens atletisch geleken hebben.
Rubens zelf baseert zich op figuren uit de klassieke oudheid maar onderscheidt zich van tijdgenoten die bleven hangen aan het marmeren model doordat om te willen zetten in vlees en bloed.
Hij heeft daar zelf een soort pamflet over geschreven. Het volstaat niet om een klassiek beeld roze kleur te geven, je moet ze vertalen in vlees en bloed en dat is wat hij gedaan heeft.
Zijn personages, zijn naakten ontleden niet alleen hun houding aan klassieke beelden, of de schilderkunst van Michelangelo, maar zijn hier en nu, vlees en bloed, hebben vuile voeten, vetkussentjes en spieren, aders die onder hun huid opbollen.
In die zin is Rubens een hardcore realist. Dat realisme maakt zijn personages lost van een traditie van hyperslanke geïdealiseerde figuren. Rubens wilde dus geen ideaalbeeld weergeven.
Rubensiaans kan tegelijk ook een eufemisme zijn voor rond-zijn. Mensen die zich rond vinden geven de term om er een artistieke kleur aan te geven.”
Zwaarlijvigheid, niet altijd zo streng veroordeeld
Didden zegt dat hij te dik is, ook in zijn slaap, en hoopt soms ‘s morgens mager wakker te worden. Di zijn is een ellende, een ziekte. Vroeger werd hij uitgelachen voor te mager, astmatisch. Hij kon niet volgen bij niets, niet bij sport, noch bij monopolie of scrabble.
Zwaarlijvigheid is niet altijd zo streng veroordeeld. Tegenwoordig wordt het volgens historicus Vigarello zelfs onpopulairder dan ooit.
“Obesitas wordt nu strenger dan ooit veroordeeld. Het gaat hier om een probleem dat we niet mogen negeren.
Ten eerste zijn er de eisen betreffende het menselijk figuur. Het lichaam is belangrijker dan ooit. Het lichaam staat voor de persoon.
In de afgelopen jaren heeft een tweede probleem de kop opgestoken dat gevolgen heeft voor het voorkomen van obesitas. Dat probleem is de consumptie. Onze consumptiesamenleving geeft elk van ons een schijnbaar oneindig aanbod. Dat zorgt voor een toename van verlokkingen en de beschikbaarheid van oneindige hoeveelheden voedsel. Dat heeft gevolgen. Die gevolgen zijn merkbaar in het voorkomen van obesitas in onze maatschappij, in het bijzonder in Frankrijk. Obesitas is sterk toegenomen tussen de jaren tachtig en 2000. In de jaren tachtig was 5% van de Franse bevolking obees. Vandaag is dat meer dan 13%.
Er is nog een derde belangrijke element. Er bestaan sociale verschillen in het consumptiegedrag. Ze zijn economisch bepaald. Die verschillen zijn enorm belangrijk. De grondslag is dat de hele Franse bevolking toegang heeft tot voedsel en kan consumeren. Maar er zijn verschillen in het soort van consumptie.
Door het consumptiegedrag van de volksklassen of van de behoeftige e klassen kunnen zij overdadig consumeren maar die overdaad richt zich op producten die heel vet zijn en veel calorieën. Uit onderzoek is duidelijk gebleken dat de midden en hogere klassen elke dag 200 calorieën minder verbruikt dan de volksklassen. Dat heeft gevolgen. We zien bij volksklassen, misschien wel niet systematisch, een trend tot veel meer een dik lichaam dan bij gegoede klassen die meer houden van een mager lichaam.”
Dik worden op je vijfentwintigste
Regisseur Marc Didden is naar eigen zeggen dik geworden op zijn vijfentwintigste. Niet zomaar van de ene dag op de andere, maar wel razendsnel. Het werd in zijn omgeving toegeschreven aan zijn erfelijkheid, zijn astma en cortisone, maar zelf schrijft hij ‘t vooral toe te veel eten en weinig bewegen en … kaastaart, een symbool van alles waar hij verzot op is.
Eerst is er niets maar dan begint het volgens Didden. “Op een dag krijg je een cardiovasculair accident, dan diabetes, dan een black-out en dan … ben je er niet meer.” Waarna op de achtergrond, toevallig of niet, de sirene van een ziekenwagen eraan komt.
Obesitas, een globale epidemie, ook bij jongeren
Dat obesitas een maatschappelijk probleem is, hoeft ieder wie rond zich kijkt niet te verbazen. Maar, zoals professor Decochez zegt, “maatschappelijke problemen moeten we aanpakken in plaats van te stigmatiseren. Obesitas is immers een globale epidemie die hallucinante proporties aanneemt.”
Sceptici vinden dat zwaarlijvigheid op zich niet zo’n probleem is, eerder hoe de samenleving tegenover voeding of het lichaam aankijkt.
Historicus Vigarello gaat hier dieper op in : “We verwachten dat iedereen zijn lichaam onder controle heeft, dat hij dat laat blijken. Dat hij kan voldoen aan de verwachtingen die men heeft van hem. Dat hij mobiel is, dat hij van positie kan veranderen, dat hij actief kan zijn en bovenal dat hij zich kan bedwingen.
De kritiek die nu met obesitas gepaard gaat, gaat over een gebrek aan zelfbeheersing. Dat gebruik aan zelfbeheersing vertaalt zich op twee vlakken. Ten eerste is je bewegingsvrijheid beperkt maar daarbij is er nog een veel harder gegeven voor obese personen. Ze worden bekritiseerd omdat ze maar moeilijk kunnen vermageren. Volgens critici is dat de kern van de problemen waarmee deze obese personen te kampen hebben. “
Zwaarlijvigen vergen een ‘buitengewone’ aanpak
Intussen heeft er zich een belangrijke markt ontwikkeld rond zwaarlijvigheid, van hulpmiddelen over medicatie tot accessoires en ‘speciale’ winkels.
Dikke mensen hebben immers ook kleren nodig. Ze hebben speciale winkels met speciale maten. Die het ook etaleren dat ze werken voor ‘grote maten’. Zwaarlijvige mensen horen dus thuis in een buitengewone markt. Waarvoor vakbekwaamheid nodig is.
Zoals in de documentaire duidelijk wordt bij een bezoek aan een dergelijke winkel in Antwerpen. Waar men ervan overtuigd is dat ook zwaarlijvige mensen stijlvol gekleed kunnen zijn. Ze hoeven niet in T-shirt XXL te blijven zitten. Integendeel. Stijlvol gekleed zijn is slechts een attitude, en is bovendien nooit uit de mode.
Drastisch vermageren : de chirurgie
Maar waarom vermageren ? Als een dikzak zijn dik-zijn accepteert, dan is het toch een probleem van de omgeving ? En die moet zich dan toch maar een beetje of veel aanpassen ? Toch blijft ‘t ook bij zelfacceptatie een probleem ! En moet vermageren altijd drastisch zijn ? Opnieuw is het antwoord in de documentaire ook volmondig ‘ja’.
Want als diëten niet helpt moet er gegrepen worden naar drastische maatregelen. Zoals ballonnen door de keel naar de maag. Zoals maagringen. Of maagverkleiningen. Didden hoort ‘t aan met doodsangst. “Een maagring, is dat een symbool voor het huwelijk dat je aangaat met je eigen lijf ? Ik denk er niet aan.’ En terecht. Jezelf laten opensnijden, ‘aan je loodgieterij laten prutsen’, gaten in je lijf laten boren … niet iedereen ziet ‘t zitten of durft ‘t aan. Zo doodsbang is hij voor chirurgische ingrepen dat hij tegen zijn diëtiste liegt.
Specialist Katelijn Decrochez ziet nochtans veel vooruitgang op dit vlak.
Chirurgie wordt volgens haar steeds vaker toegepast en blijkt ook wetenschappelijk succesvoller.
Er zijn enerzijds de restrictieve types zoals de verkleining van de maaginhoud tot de grootte van een kippenei of de gastric banding (een deel van de maag toegeniet).
En er zijn anderzijds de meer invasievere types zoals de gastric bypass, de maagverkleining met een vermindering van de graad van absorptie van de voedingsstoffen door het beperken van het stukje darm waar dit plaats vind. “
Drastisch werkt volgens Marc Didden niet altijd. Zo kent hij twee mensen die een maagring lieten steken. Eén ervan is niet vermagerd, een andere is dood. En een politicus die vermagerd is raakte al zijn kilo’s kwijt maar ook zijn kiezers. Life’s a bitch and then you die, is Didden’s motto in deze situatie.
Obesitas in de literatuur: Rabelais
Ook in de literatuur komt obesitas af en toe aan bod. Wie literatuur en zwaarlijvigheid in één zin uitspreekt, komt volgens Didden automatisch bij François Rabelais met zijn Gargantua en Pantagruel uit. Maar volgens historicus Vigarello was Rabelais zeker niet de eerste in zijn soort.
“In de Middeleeuwen waren er al vertelsels over zwaarlijvigheid maar Rabelais was wel een van de eersten die op een zo rijke en weldoordachte manier personages opvoert waarvan je door hun beschrijving aanvoelt dat ze een bijzonder fors lichaam hebben.”
Rabelais voert zijn Pantagruel en zijn Gargantua volgens de historicus wel op met een flinke dosis maatschappijkritiek.
“De maatschappij waarin hij leefde was de eerste die er sterk op stond dat je op je voeding lette en dat je slank was. Erasmus bijvoorbeeld, een tijdgenoot van Rabelais, schrijft in de etiquetteboekjes voor kinderen dat ze op hun voeding moeten letten.
Aan het hof van François de Eerste had men een voorkeur voor slanke personen. Er werd druk uitgeoefend door de clerus, de artsenij, maar ook door het hof. Men stond op zelfbeheersing qua voedsel maar ook qua lichaam.
Rabelais voert echter iemand op die maximaal wil genieten van alles wat je maar kan eten en drinken. Hij verheerlijkt op genotvolle manier een lichaam dat almaar dikke wordt. Rabelais zou zeggen dat het werk zowel realistisch als metaforisch is.
Rabelais houdt van overdaad, van cumuleren. Hij stapelt de woorden op dat het een lieve lust. Soms gebruikt hij 15 tot 20 adjectieven na elkaar om precies te beschrijven wat hij bedoelt. Volgens mij is het een reactie op de hooghartigheid, de ironie, op de pretmakerij maar ook op de kritiek op de aandacht die de moderne westerse wereld besteedt aan de controle van het lichaam.”
Obesitas in de dichtkunst: Gruwez
Ook in de moderne literatuur zijn er een aantal vermeldingen van zwaarlijvigen of dikkerds. Ooit las ik bijvoorbeeld Martelgang van de dikzak van de Franse schrijver Henri Béraud, vertaald door Willem Frederik Hermans vanuit het oorspronkelijke Le Martyre de l’obèse.
Maar is er ook het gedicht ‘Dikke Mensen’ van de Vlaamse schrijver-dichter Luuk Gruwez, in de documentaire prachtig voorgelezen door acteur Stef Lernouts.
De dichter zelf schrijft op zijn site als vorm van introductie tot de gelijknamige bundel : “Luuk Gruwez wil zich tegen beter weten in te weer stellen tegen de verdwijntruc van het bestaan. Het heelal maalt niet om een kilo meer of minder. Dikke mensen zijn net zoals hun anderen. Hun gewicht is maar een dubieuze metafoor van hun aanwezigheid. Door woorden kunnen zij nog even mee, balancerend tussen tijd en eeuwigheid. (…)”
In zijn gedicht (nummer 1 van de bundel) schrijft Gruwez ondermeer : “Dikke mensen weten alles van de liefde, tot in de meest verloren uithoek van hun lijf, de catacomben van hun vlees. Hun buik is buitenland waarin zij wonen, aldoor verlangend naar de slankste tailles, die hen doen watertanden als gebak. Er is geen mens oprechter droef, zo goedlachs treurig in die afgelegen balg, die verre tenen en die bolle billen, alsof zij slechts uit overschot bestaan: zo’n kleine honderd kilo niets … die niemand ooit zal willen.”
Als afsluiter: een pak friet
Als afsluiter brengt documentairemaker Marc Didden zichzelf in beeld, met een pak friet, een doodzonde noemt hij ‘t, en vervolgens een prachtige close-up ‘nature’ van alle deskundigen en medewerkers.
“Elke zwaarlijvige kent de priemende blikken die zijn richting uitkomen. Ik wou een mooie, lichte film draaien over een vaak zwaar en droevig onderwerp” zegt Marc Didden ergens. En dat is naar mijn aanvoelen alvast goed gelukt.
Een buitengewoon mooie reportage met prachtige kunstige beelden, erg mooie (en hopelijk straks vindbare) muziek van Renée Sys (kortweg Renée), waarbij de personen prachtig overvloeien in het decor, niet te zwaar door een evenwicht tussen verhalend en informatief, ernstig en humoristisch, en met een vleugje ironie. Kortom, op Canvas mag ‘t meer zijn van dat.
Over ‘Dikke Vrienden’ en Marc Didden vindt u informatie in het tv-fragment in De Laatste Show en TV-Brussel, en verder op Radio 1, Canvas, Cutting Edge en De Standaard.